» 26 maart 2017

Provincie: twee windmolens in Schiedam

Redactie | 27-01-2017

Kaart van de provincie met daarop alle mogelijk windmolenlocaties
DEN HAAG – De provincie Zuid-Holland heeft in de regio Rotterdam 23 plekken aangegeven waar in totaal zestig windmolens moeten komen. In Schiedam staan twee turbines gepland op Vijfsluizen en bij de Nieuwe Waterwegstraat.

In totaal onderzocht het 45 locaties voor windenergie. Elf plaatsen voor windmolens die in eerste instantie op de kaart waren gezet, vielen af. Dit gebeurde met name op basis van een milieueffectonderzoek (planMER) en provinciale ruimtelijke criteria. Die laatste maken dat met name windlocaties minder in open gebieden en meer langs wegen en waterwegen zijn aangewezen. Verder zijn locaties hier en daar gebundeld, waar deze overlappen of tegen elkaar aanliggen.

Zodoende zijn nu 23 locaties aangewezen, waar windmolens kunnen komen met een potentiële capaciteit van 180 MW. In het Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam, opgesteld in 2012, is gerekend met een totale 'opgave' van 150 MW. Een windmolen van 3 MW levert groene stroom voor ongeveer achttienhonderd huishoudens.

Behalve de twee molens van Schiedam moeten er vijftien komen in Rotterdam (inclusief Hoek van Holland, Rozenburg en het Europoortgebied. In de gemeente Nissewaard (Spijkenisse) is met twintig windturbines het meeste plaats voor windenergie. Vlaardingen zou nog zes windmolens kunnen herbergen.

In december 2016 hebben de gemeenten in de Rotterdamse regio een gezamenlijke ‘handreiking’ bij de provincie ingeleverd, met hun eigen voorstel voor windlocaties. Deze ‘handreiking’ is nog onvoldoende om de convenantsafspraken van 150 MW na te komen, aldus de provincie. Op dit moment zijn deze locaties nog onderwerp van gesprek in de gemeenteraden. Ook komen gemeenten mogelijk nog met nieuwe locaties. Om die reden kiest de provincie ervoor om in het ontwerpbesluit (de Visie Ruimte en Mobiliteit) voorlopig alle locaties op te nemen die op basis van het milieueffectonderzoek als geschikt zijn beoordeeld en passen binnen het provinciale ruimtelijke beleid.

GS blijven de samenwerking met gemeenten zoeken en zullen zoveel mogelijk proberen om de locaties waaraan de gemeenten willen meewerken als basis te nemen. “De locaties in de ontwerp-partiële herziening VRM sluiten de locaties in de handreiking van de gemeenten niet uit, tenzij deze op basis van de planMER niet kansrijk zijn”, aldus de provincie. Wel zullen die locaties voldoende capaciteit aan windenergie moeten opleveren.

Na een inspraaktraject in het voorjaar wijzigen Provinciale Staten na de zomer de locaties definitief aan. Daarmee maakt de provincie plaatsing van de turbines planologisch mogelijk. Gemeenten dienen dan hun bestemmingsplannen hierop aan te passen, zodat initiatiefnemers verder aan de slag kunnen met hun plannen voor realisatie van windmolens.

Wanneer locaties in de Verordening Ruimte - horend bij de VRM - komen, betekent dit dat de provincie windturbines toestaat op die locaties. Gemeentelijke bestemmingsplannen moeten voldoen aan de provinciale Verordening Ruimte.

De mogelijkheden om windenergie op locaties te realiseren (dus met hoeveel turbines, welk type, welke plaatsing op de locatie, met welke milieueffecten) moeten in een vervolgonderzoek naar concrete locaties aan de orde komen in een zogeheten projectMER. Dit onderzoek laat een eventuele exploitant of initiatiefnemer voor een windlocatie uitvoeren. De provincie zegt gesprekken te voeren met energiecoöperaties om betrokkenheid bij en lokaal eigenaarschap van energie-initiatieven te vergroten.




« Terug