Patricia van Aaken: doorpakken en samenwerking tegen zorgen over sociaal domein

19-07-2018 Gezond Ted Konings

Foto: gemeente Schiedam/Jan van der Ploeg


Het nieuwe Schiedamse college is nu twee maanden in touw. Wat staan de wethouders en de burgemeester voor, hoe zien zij de stad, wat zijn hun persoonlijke ambities in deze? Schiedam24 brengt deze weken een serie portretten van de bestuurders van de stad. Vandaag: Patricia van Aaken.

SCHIEDAM – Er is werk aan de winkel. Op het gebied van zorg en inkomen staat Schiedam voor aanpassingen die veel aandacht van bestuur en politiek gaan vergen. Een belangrijke rode draad in die veranderingen: meer samenwerken ten dienste van de Schiedammer. Aldus Patricia van Aaken, de oude en nieuwe wethouder Zorg van de stad.

Er is de afgelopen jaren in Schiedam omzichtig gelaveerd, met nieuwe Participatiewet, aanpassingen in de Wet Maatschappelijk Ondersteuning (WMO), met de nieuwe Jeugdwet en de wijzingen in het 'passend onderwijs'. Zodoende zijn de problemen als gevolg van de transitie in het sociale domein meegevallen – zeker in vergelijking met de horrorverhalen uit andere Nederlandse gemeenten. Schiedam koos voor de algemene regel dat voorzieningen op niveau gehouden werden; waar dat leidde tot tekorten werd geput uit de reserves. Maar voor de komende jaren verwacht wethouder Patricia van Aaken tegenwind en moeten de bakens worden verzet.

Wat dat betreft vindt ze het mooi dat ze wethouder is kunnen blijven. Want zoals het gegaan is in de afgelopen bestuursperiode, in het college van haar CDA met PvdA, VVD, SP en D66, daar is ze ook trots op. Dat college was er volgens Van Aaken al een van – op zijn Schiedams – 'niet lullen maar poetsen'. “Ja, bij de vorming van dat college zeiden we al: het is allemaal leuk en aardig, maar laten we stoppen met plannen maken en wat gaan doen.” De trots zit hem er ook in dat haar bij het begin van haar wethoudersavontuur door partijgenoten was ontraden om de post Zorg op zich te nemen. Het afbreukrisico was met alle veranderingen die op til stonden te groot. “Dat kan nooit goed gaan”, zei men. “Maar ik vond: kom op zeg! Zorg is een echte CDA-portefeuille. Dat het lastig kan worden is geen reden om het niet te gaan doen. Het gaat over mensen, dat maakt het zo mooi.”

Bij dit nieuwe college, nu met Groen Links en Progressief en zonder SP, is het niet veel anders; ambitieus aan de slag, maar wel met zorgen aan de horizon. Die zijn nu volgens Van Aaken groter dan enkele jaren geleden. Goed is het volgens haar dat ze naast zorg en welzijn nu ook jeugd en onderwijs in haar portefeuille heeft gekregen. Ook gaat zij nu over de Wijkondersteuningsteams (WOT's), waar voorheen meerdere portefeuillehouders er over meespraken. Zo groeit de samenhang, en dat is belangrijk.

In de zorg ging het de afgelopen jaren vooral over de 'transitie', de overgang van zorg aan jeugd, aan mensen die moeite hebben in het arbeidsproces, aan mensen met psychische problemen naar de gemeente – waar voorheen het Rijk de belangrijkste sturende partij was. De komende jaren wordt vooral de 'transformatie' ter hand genomen: de verbetering van de gang van zaken die moet leiden tot besparingen.

“Uitdagend”, zo typeert Van Aaken die veranderingen. De reserves zijn 'bijna op'. Wat het Rijk aan middelen beschikbaar stelt wordt 'telkens minder'. Alhoewel de echte financiële kaders nog niet erg duidelijk zijn. Een belangrijke stap die zij wil nemen is het vereenvoudigen van de regelingen en ook de praktische aanpak. Daartoe begint de gemeente volgend jaar een proefproject met honderd tot tweehonderd gezinnen die een groot beroep op zorg doen. “Zes voorzieningen of meer.” Een probleem komt zelden alleen: schulden kunnen leiden tot gezondheidsproblemen, werkloosheid tot problemen met de kinderen. In totaal zijn er volgens Van Aaken in de stad vijftienhonderd van dergelijke gezinnen met een scala aan zorgen.

Doel van de proef is te kijken waar de zorgverlening 'integraler en efficiënter' kan. “Kan het slimmer?” Die winst moet volgens de wethouder vooral zitten in de samenhang tussen Participatiewet, WMO en jeugdzorg. De regels in Schiedam moeten eenvoudiger – gemeentes hebben die vrijheid. Schiedam wil op dit gebied 'koploper' worden. “Een frisse kijk”, daar gaat het om.

Want dat het niet eenvoudig is bewijst de praktijk. In het woud aan regeltjes in de verschillende regelingen is het voor de professionals al makkelijk verdwalen, laat staan voor mensen die hier niet in thuis zijn. “Tachtig procent van de jongeren in de jeugdzorg wordt doorverwezen door de huisarts. Daar heeft het Wijkondersteuningsteam (WOT) geen zicht op.” Maar de WOT-medewerker is misschien wel diegeen die ook het gesprek met het gezin van de jongere voert over de schulden die er zijn, of over verstoorde verhoudingen. “Het inzicht in wat er speelt is nog niet voldoende, in dit geval bij de WOT's.” Daar spelen ook zaken als de vertrouwensband en het beroepsgeheim van de huisarts en privacyregels, die ook belangrijk zijn.

Het WOT moet op zijn beurt ook de relaties met andere hulpinstanties in de wijk versterken. “Hoe moet zo zijn dat als een jongere bij het WOT komt over problemen op school, dat school dan ook wordt ingelicht, en ook de huisarts, en zorg wordt afgestemd.” Wat dat betreft is Breda een goed voorbeeld: van die stad kan Schiedam leren, en Van Aaken is daar dan ook al polshoogte wezen nemen.

Die versterkte samenwerking heeft weer te maken met Samen Schiedam, het project waarin het college de subsidieverlening onder het vergrootglas wil leggen. Schiedam beschikt over zo'n honderd verschillende beschikkingen in de zorg, en dat kan beter, dus minder. Het college wil de vraag over de besteding van de beschikbare gelden terugleggen aan de stad. “Slimmer en met meer resultaat”, aldus Van Aaken. Het idee is om de organisaties in het werkveld bij elkaar te halen en hen aan vier tafels met verschillende thema's te laten bespreken waar de prioriteiten moeten liggen. Per tafel moet er uiteindelijk één voorstel over de subsidies komen.

Reacties