Tussen dokter Staalman en Heerhugowaard is de cirkel rond

07-08-2016 Gezond Han van der Horst

COLUMN - Waar zullen we het deze zondag eens over hebben? Laten wij het hebben over Heerhugowaard. Dat hebben we nog nooit gedaan en de kans is ook groot dat het de eerste en de laatste keer is. Daarmee wordt deze van sport op de tv vergeven zomerzondag toch iets bijzonders.

Het komt door een krantenbericht over deze Noord-Hollandse gemeente. Minister Blok zag er geen kwaad in dat Heerhugowaard geld steekt in het streekziekenhuis. Stel je voor dat Schiedam zo iets zou flikken (of Vlaardingen, of Maassluis). Dan was de cirkel rond.

Ik weet nog dat ik vroeger voor mijn bril een keer per jaar naar dokter Staalman moest. Dat was in die dagen voor kinderen van wie de vader in het ziekenfonds zat, verplicht. Anders werden de kosten niet vergoed. In die dagen zat je in het ziekenfonds of je was 'particulier'. In dat laatste geval hoefde je geen nummertje te halen voor het spreekuur, maar belde je de dokter op met de vraag wanneer je langs kon komen. Dit gebeurde dan bij de kruidenier of de slager, dan wel vanuit een telefooncel, want dat je particulier was wilde nog niet zeggen dat je een telefoon in huis had.

Wat was dan 'particulier' zijn? Je verdiende te veel voor het ziekenfonds en moest zelf een verzekering regelen. Als je in het hospitaal terechtkwam, dan lag je op klas, dat wil zeggen niet in een grote zaal. Je kon vrouwen die volgens mijn moeder verbeelding hadden, het ook horen zeggen als zij stonden op te scheppen over hun jammerlijk nakroost: “Mijn zoon is dus particulier”.

Wij waren niet particulier. Wij zaten in het ziekenfonds. Eigenlijk had ik helemaal niet naar dokter Staalman moeten gaan, maar naar een collega-oogarts van wie ik de naam vergeten ben. Steeds dringt de naam Jonkers zich aan mij op, maar volgens mij was dat een huisarts. Die collega was verbonden aan de Dr. Noletstichting en die was katholiek. Daar hoorde ik dus om den gelove heen te gaan, maar die oogarts was een akelige, chagrijnige vent. Hij zat in een verduisterde spreekkamer en je moest van hem in een lichtje kijken. Als je dat niet lang genoeg volhield, begon hij te schelden. Dat is me één keer overkomen en sindsdien nam mijn moeder mij mee naar dokter Staalman, een hartelijke man aan wie de bourgondische levensstijl zeer was af te zien, maar dat had ik nog niet in de gaten. Staalman zat niet in een verduisterd lokaal maar hij zette je gewoon een bril op je neus en dan moest je letters lezen terwijl hij steeds andere glaasjes in die bril schoof. Dat vond ik wel leuk. Eén keer liet niet een dokter mij letters lezen, maar een of andere zuster. Mijn ogen waren weer behoorlijk achteruit gegaan. Dus ik kon niks zien. “Ik zal plaatjes nemen”, zei de zuster, “dat is misschien gemakkelijker voor hem”. Zij wees daarna de afbeelding van een Volkswagen Kever aan. “Dat is een luxe auto”, zei ik.

Later op straat kreeg ik op mijn duvel. “Jij moet ook altijd apart doen”, zei mijn moeder. “Zeg, toch gewoon auto!”

Hoe kom ik hierop? O ja, dokter Staalman was de oogarts van het Gemeenteziekenhuis. Dat was een groot gebouw, met twee zijvleugels en een torentje in het midden op de Nassaulaan. Later is dat prachtige oude gebouw vervangen door een zielloze flat. De laatste rest is de verpleegstersflat waar soms nog wel eens wat over te doen is als het gaat om de zogenaamde Oranjewijk in het westen, want die bestrijkt ongeveer het terrein van het oude Gemeenteziekenhuis. Later zijn dat Gemeenteziekenhuis en de Dr. Noletstichting samengegaan. Een tweede fusie, nu met het Holy in Vlaardingen, leidde tot het huidige Vlietland.

Voor dat de dwaalleer van de privatisering ons ongelukkige land in zijn greep kreeg, was het heel normaal dat de gemeente een ziekenhuis onder zijn vleugels had. Ook koesterde men nog niet de misvatting dat groter efficiënter is. Als je dan zo’n berichtje leest over Heerhugowaard dat wil investeren in het ziekenhuis en allerlei stennis daaromheen tot in de Tweede Kamer toe, dan denk je wel eens op je ouwe dag: “De cirkel is weer rond”.

In Schiedam natuurlijk niet. Pas moest ik even langs op het Vlietland. Bij de ingang stond groot Franciscus met in het klein 'Vlietland' daaronder. Men vertelde mij dat er in Schiebroek dan 'Gasthuis' stond. Het beviel mij niet, dat Vlietland in het klein daaronder.

Er is overigens dankzij het Vlietland een heel mooi boek tot stand gekomen over de geschiedenis van de ziekenhuizen in onze streek. Erg leuk om te lezen. Dit is de titel: Jongstra, Anne, Ellen Boonstra-de Jong (2004), Ziekenhuis Stroomopwaarts. Een eeuw gezondheidszorg aan de Waterweg. Den Haag: Sdu Uitgevers.

Gerelateerd
Reacties