Huisarts herdenkt goede vriend én boeiende patiënt Guus Poll

26-04-2021 In memoriam Redactie

Guus Poll op zijn balkon aan de Maasboulevard, altijd met boeken onder handbereik

Schiedam24 wijdde woensdag een In Memoriam aan de vroeger zeer bekende en geliefde huisarts Guus Poll, overleden op vrijdag 16 april. De foto bij het artikel kwam tot de redactie dankzij diens zoon, Steven Poll, na bemiddeling van de Vlaardingse huisarts Jasper de Wit. 
Dit contact leidde tot de afspraak dat De Wit vanuit zijn belevenissen zijn goede vriend Guus Poll met een In Memoriam zou gedenken. Het is passend om het zo te doen. Poll had een grote kennis van de geschiedenis van de gezondheidszorg, speciaal in Schiedam. En persoonlijke ervaringen kleuren de geschiedenis in. 
Bijzonder is dat Jasper de Wit de opvolger is van Charles Zuiderweg, die in 1980 de opvolger was van dokter Poll, en dat Poll tevens patiënt van De Wit was. 

De Wit vertelt: 

Guus Poll - in memoriam 

De eerste keer dat ik Guus Poll ontmoette, drukte hij me direct op het hart dat hij de neurologie nog wel had bijgehouden, maar dat hij verder eigenlijk oude kennis bezat. Hij voelde me direct aan: het is bij voorbaat nooit direct fijn om een oud-collega als patiënt te hebben. Er komt een dimensie bij die niet per se prettig uitpakt. Uiteindelijk bleek dat in onze situatie gelukkig niet het geval.  

Een tweede, niet alledaags fenomeen was het gegeven dat Guus de voorganger van mijn voorganger bleek te zijn. Daardoor omringde hij zich, wanneer hij mijn praktijk bezocht, regelmatig met zijn oud-patiënten wat voor een dynamische sfeer in de wachtkamer zorgde. Leuke gesprekken en mooie ontmoetingen volgden. En als ik dan wat voor hem had kunnen betekenen, vond ik de dag erna een fles witte wijn op m’n bureau. Elastiekje erom, receptenbriefje met de voorgedrukte gegevens van de praktijk erop – hij had deze veertig jaar daarvoor overgedragen – en één simpele, handgeschreven mededeling: ‘Drink dit.’  

Die leuke gesprekken waren eigenlijk ook altijd een goeie reden om weer eens bij hem langs te gaan, wanneer weer een nieuwe coassistent zijn of haar intrede had gedaan. Ik sleurde hen altijd mee naar Guus, ook al was er vanuit hem geen medisch probleem aangekaart. Ik wist van tevoren dat zijn verhalen uit de oude doos zouden leiden tot verbazing bij de aanstaande collega’s. Verhalen die gingen over studeren in het Amsterdam van de bezettingstijd. Op kamers gaan aan de Herengracht, nu bijna ondenkbaar. Onderduiken om illegaal college te volgen; eveneens nauwelijks te begrijpen in deze tijd. Op een enthousiasmerende wijze, met een tongval die een corporaal verleden niet helemaal kon verhullen, nam hij zijn gehoor mee terug in de tijd. Op indringende wijze sprak hij over de jaargenoten die waren verdwenen in de kampen en niet meer zijn teruggekomen. En jaargenoten die, net als hijzelf, ondergedoken waren en waarvan lang onduidelijk was hoe het hen was vergaan. Het resulteerde in de meidagen van 1945 in een, zo zei hij, intens gevoel van eenzaamheid, rondslenterend door de straten van een net bevrijd en feestend Amsterdam.  

Zijn route na de oorlog, als net afgestudeerd arts, via Haarlem en het oosten van Nederland naar zijn praktijk aan de Tuinlaan in Schiedam was kenmerkend voor die tijd. Er was nauwelijks een praktijk te krijgen voor startende huisartsen. Toen hij zich eenmaal  had gevestigd, ontwikkelde hij zich tot een huisarts die zich snel geliefd maakte onder zijn patiënten.  

We vergeleken onze omstandigheden nog wel eens in die gesprekken. Hij was huisarts in een tijd dat diabetes slechts behandeld werd met insuline en dat het bij een hartinfarct een kwestie was van bidden op een redelijke afloop. Kanker kon worden geopereerd of op vrij grove wijze worden bestraald. Verdere behandelmogelijkheden waren er eigenlijk niet. Van LDL-cholesterol en triglyceriden had men nog nooit gehoord. Preventie bestond eigenlijk niet. Een ander vak dus.  

Ondanks het feit dat hij ruim veertig jaar geleden het huisartsenvak neerlegde, zijn er tot op de dag van vandaag patiënten die, zodra zij door hadden dat ik zijn huisarts bleek te zijn, enthousiast, dankbaar en weemoedig spraken over wat hij voor hen had betekend. Ik hoorde de afgelopen jaren verhalen over ingewikkelde bevallingen, acute buikproblematiek en dergelijke, waarbij regelmatig de zin “en daarmee heeft hij mijn leven gered” klonk.  

De laatste jaren van zijn leven heeft hij doorgebracht in een pragmatisch realisme. Zijn vrienden vielen een voor een weg, de museumbezoeken van deze kunstminnende man werden geleidelijk sporadisch, maar de krant, de televisie en de verbinding met zijn nabije omgeving bleven bestaan. Zoals dankzij het toch wat risicovolle dagelijkse blokje om, achter de rollator, wat door deze lange, slanke en toch wat broze man - op een winderige Maasboulevard - werd genivelleerd tot een probleemloos gegeven. Immers, als hij viel, zei hij, ‘’is er altijd wel een oud-patiënt in de buurt die me zou oprapen’’. 

Guus Poll overleed uiteindelijk vorige week, twaalf uur voor zijn negenennegentigste verjaardag, in alle rust en in de aanwezigheid van zijn naasten. 

Ik zal hem missen, deze beminde oud-collega, deze fijne patiënt en zeker ook het goede voorbeeld. Dankbaar vervolg ik mijn weg.  

Jasper de Wit, huisarts