'Westelijke' oeververbinding Nieuwe Maas blijft optie

29-07-2019 Nieuws Redactie

Beeld: Buck Consultants


ROTTERDAM - Een akkoord over een nieuwe stadsbrug of stadstunnel tussen Kralingen en Feijenoord betekent niet dat de optie van een oeververbinding tussen Rotterdam-Schiemond en de Waalhaven van de baan is. 

Dat concludeert het Algemeen Dagblad naar aanleiding van de besluitvorming over de nieuwe verbinding tussen de noordelijke en zuidelijke oevers van de Nieuwe Maas. Op 16 juli bereikten het Rijk en regio overeenstemming over een onderzoek naar een pakket aan maatregelen dat de bereikbaarheid in de regio Rotterdam moet verbeteren. In deze zogenaamde 'MIRT-verkenning Oeververbinding regio Rotterdam' worden mogelijke oplossingen voor gezamenlijk gestelde doelen onderzocht.

Steeds meer mensen komen naar de regio om er te wonen, werken, leren en recreëren, aldus de opstellers. "Meer mensen betekent meer beweging, meer verbindingen. Door deze groei staat de bereikbaarheid steeds verder onder druk. De wegen tussen de oevers van de Nieuwe Maas lopen regelmatig vast voor alle soorten verkeersdeelnemers inclusief het openbaar vervoer. Daarom verkennen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de provincie Zuid-Holland, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de gemeente Rotterdam de mogelijkheden voor een nieuwe oeververbinding in de regio Rotterdam."

Een extra oeververbinding moet volgens de autoriteiten niet alleen de bereikbaarheid verbeteren. "Een oeverbinding moet inspelen op groei en verstedelijking, bijdragen aan stedelijke leefkwaliteit en zorgen voor kansen voor mensen, doordat mensen makkelijker bij studie of werk kunnen komen." De vier partijen maakten na een onderzoek naar de mogelijkheden in de gebieden Waal-, Eem-, Merwehaven, Ridderkerk-Krimpen aan den IJssel en Feijenoord-Kralingen. De voorkeur viel op de laatste optie, omdat deze het meest zal bijdragen aan bovengenoemde doelen, ook al zorgde de oeververbinding vanaf het Merwehavengebied voor de grootste bijdrage aan 'kansen voor mensen'. Het ontlastende effect van een brug tussen Feijenoord en Kralingen op de drukke weg- en OV-verbindingen via de Van Brienenoordbrug is echter vele malen groter dan dat een meer westelijk alternatief.

Uit de toelichting op het advies blijkt echter dat een oeververbinding aan de westelijke, Schiedamse kant van Rotterdam, nog niet is doorgestreept. De oeververbinding tussen Delfshaven en Charlois staat gewoon nog ingetekend op een begeleidende kaart, aldus de krant. De toelichting van de opstellers: "De bereikbaarheid van de regio Rotterdam vraagt op langere termijn wellicht verdere uitbreidingen van het aantal oeververbindingen.''
 
Dat betekent allerminst dat Schiedammers over niet al te lange tijd met de fiets makkelijk naar het RDM-terrein of Pernis kunnen rijden: een brug/tunnel kost al gauw een half miljard en vergt zeker tien jaar aanlegtijd. Eerst is het nu dus aan Feijenoord en Kralingen om de dragslines en heistellingen te zien verschijnen.