Bezwaar tegen sloop armenschool

19-04-2019 Nieuws Kor Kegel

Authentiek zicht op wat beschermd zou moeten worden

SCHIEDAM – De Historische Vereniging Schiedam is het er niet mee eens dat het grootste deel van de voormalige armenschool uit 1862 gesloopt wordt om er twaalf starterswoningen mogelijk te maken. 
De vereniging ziet goede mogelijkheden om die starterswoningen te realiseren met behoud van het casco. De armenschool bevindt zich op het terrein achter het Blaauwhuis aan de Lange Nieuwstraat. Het pand was tot voor kort in gebruik bij verschillende verenigingen.  

Op donderdag 20 december vroeg NL-Development uit Den Haag een omgevingsvergunning aan voor sloop en nieuwbouw aan de Nieuwe Haven, aan de ‘achterkant’ van de Lange Nieuwstraat. NL-Development had hiertoe het in 1984 opgerichte architectenbureau van Jeroen Geurst en Rens Schulze op hetzelfde adres in Den Haag ingeschakeld. Het plan was om het bestaande gebouw goeddeels te slopen met uitzondering van de twee kopgevels. Tussen die kopgevels zou een zelfde bouwvolume terugkeren. Maar het valt de Historische Vereniging op dat het nieuwe dak een meter lager wordt geplaatst en dat de indeling van de nieuwe langsgevels en de bouwstructuur totaal verschillen van de oorspronkelijke school. Daar maakt de vereniging bezwaar tegen. 

De vereniging haalt er de bouwhistorische verkenning bij, die het Utrechtse bureau Hylkema Erfgoed in juni maakte van het Blaauwhuis en de erachter staande gebouwen. Het hoofdgebouw en de noordelijke vleugel werden beoordeeld als positief qua monumentale waarde. Het negentiende-eeuwse schoolgebouw – de Eerste Openbare Armenschool van Schiedam – is echter beperkt beschreven en er wordt nauwelijks ingegaan op de verschijningsvorm. Er zijn voldoende redenen om dit gebouw diepgaander te bestuderen en te analyseren, zeggen Sjaak Meijer, vice-voorzitter van de werkgroep Historische Bebouwing, en Caroline Nieuwendijk, lid van die werkgroep van de Historische Vereniging.  

Het exterieur is grotendeels oorspronkelijk. Het gebouw herinnert aan de grote arbeidersklasse van anderhalve eeuw geleden. “Het zou niet zo moeten zijn dat de ‘rijkere’ bouwkunst uit de achttiende eeuw een hogere waardering krijgt dan de negentiende-eeuwse gebouwen voor de armen. Het Blaauwhuis werd gebouwd door de bestuurders van het Verbetergesticht en de desbetreffende vrouwen werden gevangengehouden in eenvoudige getraliede verblijfseenheden daarachter, een gebouw zonder enige versiering. De school met zes klassen maakt gebruik van een aantal bouwmuren van het Blaauwhuis. De school werd uitgevoerd met een zadeldak en topgevels met muurafdekstukken. Op het dak achthoekige schoorstenen, ventilatiekappen en een zinken sierstuk in de vorm van een grote vaas. In de langsgevels zijn hooggeplaatste ramen opgenomen en een aantal toegangsdeuren. Tegen de beide kopgevels werden lage aanbouwen tloegevoegd. Bestemd voor toiletten. Het exterieur van dit gebouw is nog grotendeels aanwezig met oorspronkelijke gevels en ramen. Ook de oorspronkelijk achtkantige schoorstenen zijn nog aanwezig”, brengt de Historische Vereniging onder de aandacht van de gemeenteraadsleden.  

De eerste armenschool van Schiedam was een schoolvoorbeeld van lager onderwijs aan minder bedeelden. Daarom heeft de school een grote cultuurhistorische waarde. En dan klinkt er venijn uit het schrijven van de vereniging: “Schiedam kent een lange geschiedenis van het slopen van gebouwen uit de arbeidsgeschiedenis. In de jaren zestig en zeventig is de Brandersbuurt gesloopt. Slechts twee huisjes (keukens) zijn er nog over. Met de armenscholen is hetzelfde gebeurd. Rest ons nog een armenschool uit de achttiende eeuw en twee uit de negentiende eeuw.”  

In de achttiende eeuw telde elke dorp een armenschool. In de negentiende eeuw had elke stad meer armenscholen. Sjaak Meijer en Caroline Nieuwendijk: “Wie verwacht dat er in elke stad wel enkele armenscholen te bezichtigen zijn, komt bedrogen uit. Armenscholen zijn in Nederland nauwelijks meer te vinden, terwijl herenhuizen, stadsvilla’s en andere grote gebouwen gelieerd aan de elite er nog wel volop staan.” 
Laat Schiedam deze goed bewaarde armenschool koesteren, bepleiten ze. “Zodat ook in de toekomst wij kunnen zien in wat voor soort gebouwen de kinderen van de arbeiders, het overgrote deel van de stadsbevolking, les kregen in schrijven en rekenen. Vaak zaten ze in klassen van honderd kinderen, waar ze tot hun twaalfde onderwijs kregen voordat zij hun deel van het gezinsinkomen bij elkaar gingen schrapen in de kaarsenfabriek of de brandersindustrie.”  

Geschreven geschiedenis kan nooit de historische sensatie van een echt gebouw vervangen, aldus Sjaak Meijer en Caroline Nieuwendijk. “Als dit gebouw verdwijnt of alleen de kopgevels worden bewaard, gaat er weer een deel van de belangrijke bebouwingsgeschiedenis van de arbeiders verloren. Wij bepleiten het behoud van het oorspronkelijke casco van de school, met inbegrip van alle gevels, balklagen, kap en schoorstenen en de lage uitbouw aan beide kopgevels.”  

Een functiewijziging van het gebouw tot twaalf woningen van vijftig tot zestig meter gebruiksoppervlak lijkt de Historische Vereniging wel mogelijk, mits gebruikmakend van de bestaande bouwstructuur van oorspronkelijk zes en later twaalf klaslokalen. De bestaande balklaag van de zolder ligt op meer dan vijf meter hoogte en het is daardoor mogelijk een tussenvloer op tweeënhalve meter aan te brengen. Vanaf dit vloerniveau is er uitzicht naar buiten via de hoog aangebrachte ramen van de klaslokalen. De kap biedt voldoende ruimte om daarin een slaapkamer op te nemen.” 
Kortom, de Historische Vereniging Schiedam ziet voldoende redenen om respectvol met de voormalige armenschool om te gaan.