Bij het overlijden van een lastige Schiedammer

01-07-2015 Nieuws Han van der Horst

SCHIEDAM - We schreven over het overlijden vorige week van Ton van Adrichem, een markante Schiedammer. Een bigband erbij, dat wilde hij. Morgen wordt hij in besloten kring begraven. Vanavond is er in zijn sterfhuis, in 'zijn' Rooie Koffer, de mogelijkheid tot condoleren. Han van der Horst, een andere markante Schiedammer, staat hier stil bij het overlijden van Ton van Adrichem.

 

Ton van Adrichem was een bekend Schiedammer. Vaak hield hij het tegen half vijf op zijn kantoor voor gezien en begon een zwerftocht door de binnenstad. Daar kreeg niemand de kans zich aan zijn tegenwoordigheid te onttrekken. Ton had vele opvattingen, die hij aan de toog en op het terras met luider stemme verkondigde aan iedereen die ze horen wilde maar nadrukkelijk ook aan wie ze niet horen wilde. ’t Kon ook zijn dat hij een Gregoriaanse gezang aanhief, want hij had een mooie stem en hij deelde met zijn vader een grote liefde voor klassieke muziek. Ze zongen samen duetten. Ton werd dan ook in brede kring als lastig ervaren. Hij trok zich daar weinig van aan. Hij wás een lastige Schiedammer, hij was dat heel bewust en hij wilde dat ook weten.

Verleden week donderdag is Ton van Adrichem tegen de avond plotseling overleden. Hij was nog maar zestig. Toen hij werd gevonden, waren de levensgeesten al geweken. “I did it my way” staat er op de rouwkaart en “C’est la Ton qui fait la musique”. Dat zijn motto’s die zeer bij hem pasten.

Ouderwets katholiek middenstandsgezin

Anthonius Michaël Franciscus Paulus van Adrichem was een roomse jongen. Zijn vader had een melkzaak. Zijn moeder was een De Leede, een bekende Schiedamse familie uit dezelfde branche. Het was wat je noemt een ouderwets katholiek middenstandsgezin. Het geloof was een warme omknelling in een harde wereld die je weinig gunde. Je moest ploeteren om je staande te houden en vooruit te komen. De herinnering aan de oude achterstelling was nog levend toen Ton opgroeide. Je moest als katholiek altijd extra je best doen om op je werkelijke waarde te worden geschat. Tanden op elkaar en doorzetten. Geen tranen. Ontroering is aanstellerij.

Zo is Ton opgevoed, net als heel veel katholieke jongens van zijn leeftijd in onze stad Schiedam. Met deze wapenuitrusting betrad hij als puber de wilde jaren zestig. Je wordt dan niet als zovelen een hippie of een revolutionair. Je slaat wel van je ankers los. Je verbreekt de kluisters. Je geeft de omknelling van het geloof op en dus ook de warmte. Je weigert je te beheersen en je geeft je eigenwijsheid ruim baan.

In opstand

Ton van Adrichem werd op zijn manier een provo en dat is hij altijd – wat zeg ik? gegarandeerd tot in het uur van zijn dood – gebleven. Hij leerde de voosheid van de gevestigde autoriteiten doorzien, van mijnheer de deken en mijnheer de burgemeester en al het andere hooghartige volk, voor wie een melkboer of een kruidenier moest buigen en knipmessen om de klandizie te behouden. Ton nam afstand van het gezag. Hij kwam in opstand. In de kerk zagen ze hem niet meer. Hij werd evenmin een partijganger en vooral geen p r o g r e s s i e v e partijganger. Ton ontwikkelde een diep wantrouwen ten opzichte van elk gezag maar daarbij hoorden ook de goeroes van de nieuwe tijd: nieuw linkse politici bijvoorbeeld of Roel van Duijn. In verband hier mee deugden ambtenaren en andere overheidsfunctionarissen evenmin. En hij ontwikkelde zich tot fiscaal specialist omdat hij dan de inspecteur van de belastingen – ook zo’n autoriteit – lekker dwars kon zitten.

Ondernemersgeest

Tegelijkertijd werd in hem de ondernemersgeest wakker, die tot het erfgoed behoorde van de roemruchte middenstandsgeslachten Van Adrichem en De Leede. Als student al ging Ton in het vastgoed, eerst een beetje, allengs op grotere schaal en op een dag had hij het grote leegstaande klooster van de broeders van de Onbevlekte Ontvangenis gekocht, die ooit het katholiek onderwijs voor jongens in de hele regio beheersten, maar nu vrijwel waren uitgestorven. Het moet Ton tegelijk met weemoed en satanisch genoegen hebben vervuld dat hij in deze liquidatie een dragende rol mocht spelen.

Hij raakte in goeden doen, Ton van Adrichem, in betere dan zijn vader voor zichzelf ooit had kunnen dromen. Hij kocht een deftig herenhuis op de Tuinlaan, een monument, dat ooit eigendom geweest was van de NVV en de SDAP, die er in de periode tussen de beide wereldoorlogen hun lokale hoofdkwartier hadden gevestigd: met theaterzaal en buffet, allebei voor beschaafd sociaaldemocratisch vermaak.

Gekleineerd

Hij vormde een gezin. Hij maakte naam als administrateur en gewiekst financieel adviseur. Hij bleef op allerlei manieren met panden schuiven en aan projectontwikkeling doen. Hij werd de Ton zoals Schiedam hem kende: lastige man en geharnast tegenstander, die je met juridische en fiscale expertise tegemoet trad om het uit te vechten als hij zich onrechtvaardig behandeld voelde. Of liever gezegd: als hij zich gekleineerd voelde. Hij was de persoon niet om 'asjeblief' te spelen en onderdanig te doen tegen deftige klanten, die als puntje bij paaltje de helft van een half ons kaas kwamen kopen zoals vroeger bij zijn vader en zijn opa in de zaak. Hij herkende die hooghartigheid maar al te vaak als hij in het kader van zijn plannen met het stadhuis moest communiceren. Daar werkten in zijn ogen fantasieloze patjepeeërs die voor Schiedam de grauwheid al kleurrijk genoeg vonden. En Ton van Adrichem koesterde een diepe liefde voor Schiedam, dat hij op wilde stoten in de vaart der volkeren. Veel van zijn plannen – met name op vastgoedgebied – hadden die achtergrond. Liefde voor Schiedam motiveerde ook zijn pogingen om een jazzclub op poten te zetten: een behoorlijke stad verdiende dat in zijn ogen.

Ton deed ook aan restauratie. De zaal van de sociaaldemocraten in zijn herenhuis liet hij op deskundige wijze in oude luister herstellen. Daarmee is een parel aan de kroon van de Schiedamse monumenten toegevoegd. Ook het buffet werd hersteld. Ooit noemden de Schiedammers het socialistische ontmoetingspunt “De Rooie Koffer”. Dat werd nu de officiële naam. Zijn laatste grote waagstuk was de aankoop van de Sodafabriek, de twee gigantische historische graanpakhuizen vlak achter zijn woning. De gemeente droeg hem beide kavaljes voor één euro over. Hij van zijn kant beloofde ze te restaureren. Daartoe werd een coöperatie gevormd van kleine ondernemers die hun vakkennis inbrachten voor de restauratie. Met hen raakte Ton weldra in onmin.

Ton werd voor dit soort inspanningen niet met waardering beloond maar wel met handhaving. Door zijn halsstarrigheid en zijn aversie voor iedereen, die met ambtelijk gezag was bekleed, riep hij tegenkanting op, die zijn ergste vermoedens omtrent het karakter van de Schiedamse bestuurders alleen maar bevestigden. Self fulfilling prophecy noemen ze dat. Ook worden profeten, zegt de Heilige Schrift in hun eigen land niet geëerd. Vooral als ze zichzelf in de weg zitten.

Zo werd Ton de verongelijkte dwaler door de binnenstad. Hij kreeg het gevoel dat ambtenaren regeltjes bedachten en tevoorschijn haalden specifiek om hem dwars te zitten.

Maar hij heeft wél wat neergezet. En zijn gedrevenheid om wat voor Schiedam te betekenen heeft hem nooit verlaten – opnieuw tot in het uur van zijn dood. Uiteindelijk wilde hij mooie dingen neerzetten, voor zichzelf, voor Schiedam, voor zijn gezin. Dat was tóch zijn diepste drijfveer maar tegelijkertijd zorgde hij er zélf voor dat waardering en erkenning hem onthouden bleven. Dat is tragisch. En nu is hij voorgoed weg uit ons midden. Er zijn er wel kwaaiere gegaan, schreef Martin van Amerongen in zijn necrologie van Meijer Sluijzer.

Dat kun je over Ton van Adrichem ook neerschrijven: er zijn er wel kwaaiere gegaan. Hij kon mensen boos maken maar zij slaagden er zelden in permanent boos op hem te blijven. Er zat in dat lastige van hem ook een element van onbeholpenheid. Geen tranen, tenslotte, geen ontroering. Dat is allemaal flauwekul. Ik weet zeker dat hij – als hij gekund had, als zijn opvoeding en zijn ervaringen het niet verhinderd hadden om het over zijn lippen te verkrijgen, dat dit zijn afscheidslied was geweest voor zijn naasten en voor ons allemaal.

Han van der Horst



De redactie ontving de volgende reactie van een lezeres, die we voor een compleet en correct beeld hier graag toevoegen:

Beste redactie,

In het artikel van de heer Van der Horst over Ton van Adrichem staat vermeld dat zijn moeder een de Leede was. Dit is echter een onwaarheid. De oma van Ton was weliswaar een De Leede, zijn moeder was Mies de Winter. Mijn “tante Mies” overleed toen Ton nog in de puberteit zat. Zij was een van de liefste mensen in mijn leven en ik mis haar tot op de dag van vandaag. Vandaar dat ik haar graag wil benoemen,

Met vriendelijke groet,

Trudy de Leede

 

 

 

 


Gerelateerd