Burgemeester versus stichting Sien

24-01-2020 Nieuws Redactie/Schiedammer Online


SCHIEDAM/ROTTERDAM - Een nieuwe episode vanmorgen in de strijd tussen café Sien op het Wilhelminaplein en de gemeente Schiedam. Tussen tien en elf diende de bestuursrechtelijke voorlopige voorziening rechtszaak die het café-in-oprichting had aangespannen tegen de burgemeester van de gemeente Schiedam. Sien wil met spoed een uitspraak van de rechter, zodat het de deuren bij een positieve uitkomst kan openen.

Bij de rechtbank op de Kop van Zuid in Rotterdam zien we de rechter en de griffier, die zich over het inmiddels vier ordners volle dossier van deze al enkele jaren slepende zaak hebben gebogen. Tegenover hen zit links de gemachtigde van formeel Stichting Sien, mr. Eric Kuijpers, die een trolley nodig heeft om het hele dossier mee te slepen. Rechts zitten de juridisch gemachtigde van de gemeente Schiedam, die gedaagde de burgemeester van Schiedam Cor Lamers vertegenwoordigt, en de interim-jurist van de gemeente Schiedam. Er ontspint zich een juridisch welles-nietes spel. De zaak vatten wij hier in niet-juridische termen in grote lijnen voor je samen.

Op het Wilhelminaplein in Schiedam-Zuid zit al vele decennia een café, bekend als Café Wilhelmina. Nadat de vorige eigenaar zou gaan stoppen, zag speelautomatenexploitant de heer Nagel een kans om een extra locatie voor zijn gokmachines te bemachtigen. Eerst was het plan dat Nagel mee zou gaan lopen op de bestaande vergunning. Nagel zou dan iemand zoeken die voor hem de horecagelegenheid zou gaan exploiteren. Roel Beijstens (62) was iemand die dat vaker voor Nagel had gedaan in horecabedrijven in de regio. Uiteindelijk werd niet gekozen voor het bijschrijven van Nagel op de lopende vergunning, maar het aanvragen van een nieuwe vergunning. Zo zou de gemeente een akoestisch onderzoek kunnen uitvoeren. 

Het zag er echter naar uit dat Nagel als persoon niet door de toetsing zou komen die de gemeente uitvoert bij het aanvragen van een horecavergunning. Daarop werd de aanvraag ingetrokken en werd op naam van Roel Beijstens een nieuwe aanvraag ingediend. Hij kwam echter niet door de persoonlijke toetsing omdat hem slecht levensgedrag werd toegedicht. Die kwalificatie werd hem door de gemeente gegeven, omdat er volgens de gemeente sprake was van het door Beijstens meewerken aan een schijnconstructie, waarbij Beijstens door Nagel als stroman zou worden gebruikt. Zo is het handschrift dat in beide aanvragen is gebruikt hetzelfde. Gemachtigde van Sien betoogt dat alle banden tussen Nagel en Beijstens waren verbroken en dat - omdat beide heren bij het zelfde administratiekantoor klant waren - dit het handschrift van de secretaresse van het administratiekantoor betreft.

Namens Sien wordt aangevoerd, dat bij de sluiting op 13 december jongstleden niet de gelegenheid was om de op gas draaiende verwarming uit te zetten en om de etenswaren (vis en vlees) op te ruimen. Behalve dat het flink kan gaan stinken, kan de energierekening nu fors oplopen, terwijl Beijstens financieel aan de grond zit. Ook zou het gevaarlijk kunnen zijn. Volgens de gemeente is het mogelijk de barricadering van het pand even op te heffen zodat de kachel kan worden uitgezet.

Zoals gezegd zit Beijstens financieel aan de grond. Hij heeft geld moeten lenen bij zijn moeder. Ook daarom is het belangrijk dat er met spoed een uitspraak komt, vindt mr. Kuijpers.

De jurist van de gemeente verwijt Beijstens dat hij in de huurovereenkomst geen ontbindende clausule heeft laten opnemen. Het is goed gebruik dat horecaondernemers in een huurcontract een voorbehoud laten opnemen voor het geval de benodigde vergunningen niet worden afgegeven.

Beide kanten trachten tijdens de zitting hard te maken dat een spoedige uitspraak nodig is (de kant van Sien) dan wel niet nodig is (de kant van de gemeente). Deze rechter zal namelijk uitsluitend uitspraak doen, als zij overtuigd is van het spoedeisende belang van de zaak. Om hierover na te denken, heeft zij twee weken de tijd. Ze zegt toe haar best te doen eerder dan over twee weken uitspraak te doen.

Wat ook haar beslissing zal zijn, er loopt bovendien al een normale rechtszaak (bodemprocedure) en die zal sowieso doorgaan. Zo'n normale rechtszaak kan in het overbelaste apparaat van de rechtbanken erg lang op zich laten wachten. "Het moet niet zo zijn dat iets wat wegheeft van een langdurige vete, uitgevochten wordt over de rug van een kleine ondernemer", zo merkt Kuijpers nog tegen de rechter op. 

Niet zozeer van spoedeisend belang, maar wel van belang voor alle horeca-ondernemers in Nederland is, of de in ons land gebezigde systematiek van het door gemeenten verlenen van vergunning voor een horecabedrijf, in strijd is met de Europese regelgeving. Als dat inderdaad zo zou zijn volgens een rechter in Nederland, dan zou iedereen in ons land een café kunnen openen zonder vergunning. Dat zou een juridische aardverschuiving in die sector en voor gemeenten betekenen.