Burgemeester vindt pleidooi voor vaccinatieplicht bij zijn rol passen

25-01-2021 Nieuws Kor Kegel

Burgemeester Lamers ziet mogelijkheden in de Grondwet om inenten te verplichten. Foto: Jan van der Ploeg

SCHIEDAM – Burgemeester Cor Lamers neemt geen afstand van zijn mening dat een vaccinatieplicht overwogen zou moeten worden. Hij vindt dat een burgemeester zijn zorg in een concreet standpunt mag verwoorden. Vanuit de lokale aanpak van een crisissituatie moet een burgemeester zo’n signaal kunnen delen. 

Dat blijkt uit Lamers’ beantwoording van schriftelijke vragen van Denk-fractievoorzitter Dogukan Ergin. Dit gemeenteraadslid had de burgemeester aan de tand gevoeld na diens kerstinterview bij Schie TV op donderdag 24 december. De burgemeester had het daar over een geldende vaccinatieplicht, maar dat was niet correct en snel na het interview kwam Lamers met een rectificatie. Daarmee was de kous niet af. Op hetzelfde moment had Ergin al een reeks kritische vragen gesteld. Ergin vindt verplichte vaccinatie een maatschappelijk zeer gevoelig onderwerp. Hij liet weten er direct na het interview met Lamers veel reacties van bezorgde Schiedammers te hebben ontvangen.  

Vandaag kwam burgemeester Lamers met zijn antwoorden, later dan Ergin had gewenst, maar Lamers wijst erop dat vragen die een dag vóór Kerstmis niet binnen een week beantwoord kunnen worden. Bovendien is er een vaste procedure voor beantwoording van schriftelijke vragen. Binnen de met de gemeenteraad afgesproken termijn antwoordt Lamers nu.  

Lamers leidt zijn antwoorden in met de opmerking dat het vaccin nodig is om weerstand op te bouwen in de huidige pandemie, waarin het coronavirus miljoenen slachtoffers maakt. “Ik heb mijn zorg uitgesproken dat door het vrijblijvend karakter van de Covid-19-vaccinatie het risico aanwezig is dat te weinig mensen zich laten vaccineren en dat de vaccinatie dan aanzienlijk minder toegevoegde waarde voor de algemene volksgezondheid heeft.”  

Lamers zegt gesproken te hebben vanuit zijn eigenstandige rol als burgemeester, dus niet namens het college van burgemeester en wethouders. Hij heeft zijn zorg uitgesproken over de vaccinatiegraad die volgens hem nodig is om het virus adequaat te bestrijden. 
“Als burgemeester en als regiobestuurder ben ik nu tien maanden intensief betrokken bij de bestrijding van Covid-19 in de regio. Vanuit die ervaring en betrokkenheid maak ik me zorgen over het gegeven dat we mogelijk onvoldoende deelname krijgen bij het toedienen van het vaccin en dat de vaccinatie dan aanzienlijk minder toegevoegde waarde voor de algemene volksgezondheid heeft. En dan hebben de regio én Nederland een probleem.” 

Zijn beklemtoning dat vaccinatie niet vrijblijvend moet zijn past in de partij-overstijgende en neutrale rol die een burgemeester heeft, vindt Lamers. “Mijn intentie was en is om vanuit mijn rol als burgervader en als regiobestuurder bewustwording te creëren bij onze inwoners in de aanpak van deze pandemie. De vaccinatiegraad is van groot belang.” 

Toen het interview plaatsvond, was Lamers er niet mee bekend dat de Tweede Kamer in een motie het verplichtende karakter had afgewezen. Het parlement heeft niet een gewoonte om zulke belangwekkende uitspraken aan de gemeenten in Nederland mee te delen. “Overigens is de bestrijding van het virus per definitie de taak van de voorzitters van de veiligheidsregio’s en de burgemeesters en daarmee valt het binnen mijn portefeuille”, zegt hij.  

“Er zijn in Nederland inderdaad geen verplichte vaccinaties. In een verklaring van 25 december heb ik aangegeven dat ik mij er dus van bewust ben dat je vaccineren met het rijksvaccinatieprogramma niet kan verplichten. Dit is dus direct na het interview gerectificeerd. Overigens haalt het rijksvaccinatieprogramma een dekking van 95 procent en dat is wat ik bedoelde in het interview. (…) Ik heb aangegeven dat als minder dan vijftig procent zich laat vaccineren, we nog een probleem hebben in Nederland. Dit is ingegeven door opiniepeilingen in december die een lager deelnamepercentage lieten zien. Het RIVM acht een deelnamepercentage van minimaal zeventig procent noodzakelijk voor een succesvolle campagne. Opiniepeilingen uit december spraken over 44 procent van de ondervraagden die zich zeker zouden laten vaccineren.”  

Lamers zegt uiteenlopende reacties op zijn standpunt te hebben gekregen, positief en negatief. “Dat gebeurt vaker over punten waarop mensen van mening verschillen.” Hij gelooft niet dat zijn uitspraken tot onrust hebben geleid. Lamers laat voorts weten dat hem geen onderzoek bekend is dat aantoont hoeveel procent van de Schiedammers tegen verplichte vaccinatie is. 
Waar Ergin hem voorhield dat Lamers’ uitspraken indruisen tegen artikel 11 van de Grondwet, betrekking hebbend op onaantastbaarheid van het lichaam, zegt de burgemeester dat inderdaad iedereen recht heeft op onaantastbaarheid van het lichaam, “behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen”. 
Lamers vervolgt: “De Grondwet maakt dus expliciet mogelijk dat de wet beperkingen stelt. Eigenlijk heb ik gepleit voor zo’n wettelijke beperking. Ik ben me ervan bewust dat deze uitspraken een spanningsveld geven met de onaantastbaarheid van het lichaam. Gezien de heftigheid van de pandemie die al tien maanden actief is en de noodzaak van vaccinatie, ben ik van mening dat vaccinaties niet meer vrijblijvend moeten zijn. Ik heb in het interview aangegeven dat ik bang ben dat zonder verplichting of incentive dit in de eerste maanden zal leiden tot te weinig gebruik van het vaccin. En als dat in maart of april ook blijkt, dan zou het kabinet alsnog het debat moeten voeren over een verplichting of andere vormen van incentives. Het debat hierover en besluitvorming vindt plaats in het parlement. Het kabinet wordt via het Veiligheidsberaad gevoed door burgemeester/voorzitters van de veiligheidsregio’s.” 

“Overigens vinden er op rijksniveau wel gesprekken plaats over vormen van incentives: wel toegang tot een activiteit met vaccinatiebewijs en zonder dat geen toegang. Dit appelleert ook aan mijn oproep. Het gaat mij niet zozeer om ‘verplichten’ als wel om ‘niet vrijblijvend’.”