Chiel Wilbrink bundelt herinneringen van kinderen op voedseltocht

26-05-2020 Nieuws Kor Kegel

Chiel Wilbrink leest voor uit eigen werk. Foto: Wia Wilbrink-Kingma

SCHIEDAM – Het is in de twee Schiedamse boekwinkels te koop, maar wie het rechtstreeks bij de auteur bestelt hoeft er niet voor de deur uit. Chiel Wilbrink is van harte bereid ‘Terwijl de honger vlucht’ aan huis te komen brengen.  

Het boek bevat de ervaringen van twintig personen die in de Hongerwinter eind 1944 totaal ondervoed en verzwakt waren geraakt en bij pleeggezinnen in het noorden des langs werdem ondergebracht. Wilbrink heeft er tien kunnen interviewen in Schiedam en voor de andere gesprekken moest hij naar Hoek van Holland, Spijkenisse en Berkel en Rodenrijs of nog verder weg, naar Zeist, Utrecht, Zwolle en Bergen op Zoom.  

‘Terwijl de honger vlucht’: de titel is ontleend aan Willem Bilderdijk (1756-1831), die in ‘Het buitenleven, in vier zangen’ (1803) een werk vertaalde van de Franse abt Jacques Delille (1738-1813), ‘L’homme des champs’ (de man van de velden). Het maakt niet zo uit dat Bilderdijk er iets anders mee bedoelde: de honger vlucht als God verschijnt, zoals dan ook de vrees des doods verdwijnt. Bij Wilbrink gaat de honger op de vlucht waar de kinderen op voedseltocht gaan.  

Wilbrink is oud-politieman. Hij schreef een boek over de geschiedenis van de politie in Schiedam en ook vier boeken over politieoptredens, arrestaties en anekdotes. Ditmaal heeft hij een heel ander onderwerp te pakken – maar wel met een duidelijke link met de Schiedamse politie. 
Hij stuitte namelijk een tijdje geleden op een dagboek, waarin Jan Timmerman verslag deed van een barre boottocht in maart 1945 met meer dan honderd kinderen uit Schiedam. Ze waren tijdens de Hongerwinter uitgemergeld geraakt en gingen op voedseltocht: in Friesland zouden ze een tijdje bij pleeggezinnen ondergebracht worden om aan te sterken. Jan Timmerman was opperwachtmeester bij de Schiedamse politie en begeleidde in uniform de tocht met eindbestemming Leeuwarden. Drie dagen zou de gevaarlijke tocht duren, maar het werden er elf, vol ontberingen. Timmerman verhaalt gedetailleerd over ziekte, motorpech, Duitse militairen die moeilijk deden over vergunningen en dat met kinderen die niet bovendeks mochten komen. Ze zouden in Sint Nicolaasga worden afgeleverd bij pleeggezinnen, maar door onvolkomen communicatie waren er al meer dan honderd kinderen van elders ondergebracht.  

Het dagboek inspireerde Wilbrink om na te gaan wat er van die kinderen terechtkwam en of ze nog leven. Hij kwam met twintig overlevenden in contact, die na de Hongerwinter geëvacueerd waren geweest naar plaatsen in het noorden des lands, waaronder Lemmer, Stadskanaal, Delden, Dronrijp, Oosterbierum en Groningen. Zelfs in Zweden werden kinderen opgevangen in pleeggezinnen. 

“Het was vaak ontroerend om hun ervaringen te horen,” zegt Chiel Wilbrink. “Sommige kinderen hadden het slecht, andere hebben aan die periode juist goede herinneringen overgehouden. Een van hen beschrijft hoe hij en zijn broertje in het Friesse Dronrijp het fusilleren van elf verzetsmannen hoorde. Bij de eerste knal dacht hij aan een gesprongen fietsband, tot er vrouwen rondom in snikken uitbarstten.  

Citaat uit het boek: 
“Er klonk een knal... en nog een... en weer... Het leek wel op het geluid van een fietsband die over een spijker rijdt en plotseling lek knalt. De vrouwen barstten nu in snikken uit. 'Oh God, ze schieten ze dood! Laat het niet waar zijn!' Even stilte, dan weer dat geknal, vele malen achter elkaar. De werkelijkheid wilde nog steeds niet tot 't kinderlijke gemoed doordringen. Minuten later zou de bittere realiteit pas tot me doordringen...”  

Een ‘meisje van toen’ vertelde: “Het was in de Hongerwinter van 1944 dat ik opnieuw naar Oosterwolde kon gaan. Dat was geen gemakkelijke tocht toen mijn vader mij in oktober op een fiets met houten banden daarnaartoe bracht. Mijn vader volgde een pad dat langs de spoorlijn liep. Bij Woerden reed daar een trein met een witte vlag, die tot tweemaal toe werd beschoten. Vader liet zich spontaan van de walkant in de sloot rollen. Zodoende zijn we niet geraakt. Maar voor we uiteindelijk in Oosterwolde waren...” 
Weer een ander maakte in Groningen de bevrijding van de stad mee. 

“Het is een geschiedenis die niet vergeten mag worden,” zegt Chiel Wilbrink. Hij gaf het boek in eigen beheer uit. Het telt 180 pagina s en kost € 21,95, verkrijgbaar bij de Schiedamse boekhandels en ook bij de auteur zelf die het dan aan huis komt afgeven: mm.wilbrink@hotmail.com of 06-40868231.