College verdedigt verkoop geliefde school in Tuindorp

27-01-2021 Nieuws Kor Kegel

Over de voornemens met het voormalige schoolgebouw in Tuindorp is de gemeenteraad door de jaren heen geïnformeerd, maakt het college duidelijk. Foto: Joop Binkhorst

SCHIEDAM – Het college van burgemeester en wethouders verdedigt de handelwijze rond het afstoten van de voormalige Sint Martinusschool in Tuindorp aan een projectontwikkelaar. De gemeenteraad is op verschillende momenten geïnformeerd en niemand heeft aan de bel getrokken dat het anders moest. 
Dat blijkt uit de beantwoording van schriftelijke vragen van Petra Zwang (PvdA), Monique Rotteveel (Lokaal Onafhankelijk Schiedam) en Maarten Reuderink (Ouderenpartij Schiedam).  

Zijn de gemeenteraadsleden te laat wakker geschrokken, nu de wijk- en bewonersvereniging Tuindorp opkomt voor behoud van het schooltje aan de Iepenlaan, dat volgens architectuurhistorici onlosmakelijk verbonden is met de kwaliteit van de omliggende wijk?
Die vraag is niet gesteld en daar geeft het college vanzelfsprekend geen antwoord op. Maar wie de beantwoording van het college probeert te doorgronden, kan welhaast niet anders concluderen.  

Het college geeft uitvoerig aan hoe het zo ver gekomen is. De insteek is het programma ‘Kansen in de stad’ dat in maart vorig jaar van start ging. Doel hiervan was om gemeentelijke grond- en vastgoedposities te verkopen en als kans voor de stad in te zetten. 

Aanleiding van dit programma is het door de raad vastgestelde Verbeterplan Vastgoed 2011 om gemeentelijk vastgoed, dat niet bijdraagt aan beleidsdoelstellingen, af te stoten. Per object is onderzocht of er een gemeentelijk doel kan worden gerealiseerd en wat de maximale meerwaarde zou kunnen zijn. Per locatie stelde het college een ruimtelijk kader op, bepalend voor het speelveld. Daarin zat ruimte voor de buurt om nog mee te praten. Mede daarom zijn inschrijvingen van marktpartijen ook beoordeeld op de bereidheid tot samenwerking en omgevingsparticipatie. Die samenwerking kan betrekking hebben op de inrichting van de buitenruimte, de woningtypologieën, speelruimte en parkeren.  

Op die manier zijn recentelijk de kop van de Singel, de voormalige lts aan de Mgr. Nolenslaan en het Dr. Wibautplein op de markt gebracht. Het college heeft hiervan geleerd dat door deze marktbenadering optimale resultaten worden gerealiseerd op relevante thema’s zoals ruimtelijke ontwikkeling, mobiliteit, wijkontwikkeling, openbare ruimte, groen en duurzaamheid. 
Door marktpartijen uit te dagen en hen binnen bepaalde kaders speelruimte te geven, lukt het volgens het college om zulke locaties maximaal bij te laten dragen aan de ambities die gemeenteraad en college met elkaar hebben afgesproken in ‘Kansen voor de stad’. 

Bij het vaststellen van de Woonvisie heeft de gemeenteraad ingestemd met de realisatie van seniorenwoningen aan de lepenlaan, zegt het college. Er loopt momenteel een vormvrije verkoop, waarvoor in de eerste ronde vijf partijen benaderd zijn en na eerste kwalitatieve beoordeling drie partijen geselecteerd zijn die een ontwerpplan mogen indienen. Het college zegt dat de gemeenteraad hierover via een raadsinformatiebrief op woensdag 19 augustus is geïnformeerd.  

Zwang, Rotteveel en Reuderink stelden een vraag over het niet volgen van de wensen- en bedenkingenprocedure uit 2011. Het college antwoordt dat die procedure in 2011 en 2012 heeft plaatsgevonden ten aanzien van 47 panden die destijds op korte termijn dienden te worden verkocht. De school aan de lepenlaan maakte daarvan geen onderdeel uit. Deze locatie was namelijk opgenomen in de categorie verkoop op langere termijn, wat door de gemeenteraad vastgelegd zou worden in een Meerjarenhuisvestingsplan (MJHP). Dat MJHP is echter nooit vastgesteld, maar het kwam in afgeslankte vorm ter sprake bij een verkenning van huisvesting van (maatschappelijke) organisaties. Over dit toetsingskader is de raad op woensdag 18 januari 2017 geïnformeerd. 

Onder andere in collegebrieven uit 2012, 2013 en 2019 is de gemeenteraad geïnformeerd over stappen die met het Verbeterplan Vastgoed werden gezet om over te gaan tot het afstoten van vastgoed. Specifiek voor de locatie aan de lepenlaan heeft het college de gemeenteraad in juli 2020 ingelicht. Het ging over de beoogde verkoop. Het college vermeldde nadrukkelijk: “Het vastgestelde ruimtelijk kader geeft de ruimte aan de markt voor woningbouw op deze locatie. Hierbij behoren zowel renovatie als sloop-nieuwbouw tot de mogelijkheden.” 

Ook benoemde het college dat het voor de lepenlaan via een meervoudig onderhands verkoopproces op zoek wilde gaan naar de meest geschikte ontwikkelaar. Doel was een grondreserveringsovereenkomst te sluiten, waarna de ontwikkelaar de locatie met de gemeente en met de omgeving concreet kan uitwerken. 
Het college: “Het betreft hier uitvoering van reeds lang vastgesteld beleid. Eerder heeft uw raad immers besloten tot het verkopen en herontwikkelen van gemeentelijk vastgoed dat niet bijdraagt aan gemeentelijke beleidsdoelen. Het schoolgebouw aan de lepenlaan draagt niet bij aan gemeentelijke beleidsdoelstellingen, waarvan huisvesting van culturele ondernemers overigens nu geen deel uitmaakt zoals bij u bekend is. De locatie is ook opgenomen in de Woonvisie 2030, door uw gemeenteraad vastgesteld op 29 september 2020. Daar heeft ook een discussie over de lepenlaan en de ontwikkeling van de seniorenwoningen plaatsgevonden.”  

Het college ontkent dan ook prematuur te hebben gehandeld. Het college spreekt tegen dat er nu een voortijdig plan op tafel ligt. En dan komt er nog een: “Hoewel de wijk in (externe) vakliteratuur wordt aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol, is in de Welstandsnota 2019 bepaald dat de wijk niet als cultuurhistorisch wordt aangemerkt. Dit beleid is vastgesteld door uw raad op dinsdag 28 mei 2019. Hier is in de aanloop naar het raadsbesluit over de Welstandsnota 2019 uitvoerig over gesproken.” 

Conclusie van het college: “Wij zijn van mening dat er zorgvuldig is gehandeld. Wij hebben er bewust voor gekozen om vooraf een ruimtelijk kader vast te stellen, waarbinnen ruimte is voor creativiteit voor marktpartijen en participatie van de omgeving. Door de gekozen beoordelingscriteria (veertig procent ruimtelijk en programmatisch, 35 procent ambitie op duurzaamheid en 25 procent visie op samenwerking en omgevingsparticipatie) illustreren wij dat het beste plan voor de locatie het uitgangspunt is voor de ontwikkeling op deze plek.” 

Er heeft een gesprek plaatsgevonden tussen verantwoordelijk wethouder Fahid Minhas en de wijk- en bewonersvereniging Tuindorp. De gevolgde procedure is uitvoerig aan bod gekomen. De gemaakte keuzes en afwegingen zijn toegelicht. Het college realiseert zich dat een verandering in de bestaande leefomgeving impact heeft op een buurt. “Juist daarom is het belangrijk om na de selectie van marktpartijen ook goed met de omwonenden in gesprek te blijven.”  

De gemeenteraadsleden werden dus telkens bijgepraat. Andere vraag is hoe in al die jaren de communicatie met de wijkbewoners is geweest. Zijn de genoemde nota’s en brieven in het wijkoverleg aan de orde geweest? Hadden de bewoners er eerder bij betrokken kunnen en moeten worden?