Dankzij nat seizoen gaat 't beter met de weidevogels

23-07-2021 Nieuws Kor Kegel

Kluut met kuiken. Foto: Michel Kuijpers

SCHIEDAM – Het natte voorjaar is gunstig geweest voor de weidevogelstand in het polderlandschap van Midden-Delfland. Vooral voor de tureluur was het een goed seizoen, zegt Floor Koornneef, projectleider van het Weidevogelpact.  

Al een aantal jaren werken boeren, natuurliefhebbers en milieubeschermers samen om de vogelpopulatie in het weidegebied ten noorden van de Schiedamse bebouwde kom in stand te houden. De samenwerkende organisaties zijn de agrarische natuurvereniging Vockestaert, Natuurlijk Delfland (voorheen de KNNV), de vereniging Natuurmonumenten en de Vogelwerkgroep Midden-Delfland. Met een gezellige barbecue voor de boeren en vrijwilligers hebben ze het broedseizoen afgesloten. Het ging gelukkig weer even de goede kant op. Het droge 2020 was een rampjaar.  

Is een koude en natte lente dan beter? “In allerlei opzichten is dat inderdaad het geval”, zegt Koornneef. “Voor kuikens is dat helemaal niet zo problematisch. Misschien niet zo gek, want steltlopers broeden op de toendra en daar is het vaak nog kouder.” 

Als het veel regent, groeit gras minder snel. Dan is er meer voedsel beschikbaar, want insecten komen op vocht af en zijn bij koud weer trager en makkelijker te pakken door de kuikens. Bij een natte grond komt het bodemleven omhoog en ook dat is gunstig. Er komt nog bij dat de buizerd en de vos bij slecht weer minder jagen, dus hebben de vogels minder last van deze predatoren. 

Door de regen en het korte gras werden de meeste percelen weideland pas tegen 1 juni gemaaid. Hierdoor hebben de meeste vogels rustig en beschut kunnen broeden en hebben de kuikens langer kunnen profiteren van de veiligheid en het voedsel op de ongemaaide percelen. 

In het gebied Midden-Delfland, dat groter is dan de gemeente Midden-Delfland omdat er ook grondgebieden van Schiedam, Vlaardingen, Westland, Delft, Pijnacker-Nootdorp en Rotterdam bij horen, komen nog 450 gruttoparen voor. De grutto’s clusteren voornamelijk in gebieden waar aan intensief weidevogelbeheer wordt gedaan. 

Er zijn dit jaar iets minder territoria voor de grutto geteld dan in 2020, maar het broedsucces was veel beter. De nieuwe gruttoplas in Het Kraaiennest (tussen De Lier en Schipluiden) bleek direct na voltooiing een succes. Naast veel grutto’s trok de plas ook 23 paar kluten. Gemiddeld hebben de kluten tweeënhalf kuiken grootgebracht; dat is een ongekend hoog broedsucces voor kluten. 
Ook de kievit deed het goed. Deze soort kom je door heel Midden-Delfland tegen, en in de lente was dat met opmerkelijk veel kuikens.  

“Voor de tureluur was het zelfs een zeer goed seizoen”, zegt Floor Koornneef. “Deze vogels reageren snel op vochtige omstandigheden. Daarnaast heeft deze soort ook het minste last van predatie, omdat de nesten heel goed verstopt worden. Dit jaar kregen bijna alle broedparen een deel van hun jongen groot. Qua verspreiding zit de tureluur tussen de kievit en de grutto in, niet zo breed als de kievit, maar je ziet ze op meer plekken dan grutto’s.”  

In tegenstelling tot vorig jaar werden er deze lente bijna geen zomertalingen gezien. “Helaas”, zegt de projectleider. “Het heeft waarschijnlijk te maken met de overwintering en de jacht op deze eenden in andere landen.”  

De patrijs lijkt een comeback te maken. De soort was bijna opgegeven voor Midden-Delfland, maar is dit voorjaar weer gezien in de Dijkpolder waar ze acht jongen hebben groot gebracht. Ook in de Commandeurspolder, polder Schieveen en Zouteveen doken weer exemplaren op.