De Drilschuur

07-03-2021 Nieuws Han van der Horst


COLUMN - Zaterdagmiddag keek ik even op Funda en de St. Joris Doele komt niet meer tevoorschijn. Zou dat prachtige Schiedamse monument nu al een nieuwe eigenaar hebben? Die vraag wordt des te relevanter omdat de gemeente bekend heeft gemaakt dat de herontwikkeling van het oude Branderskwartier tussen pakweg Groenweegje en de Schie wordt gegund aan de particuliere ontwikkelaar Van Wijnen. Ook op deze site heeft al een impressie gestaan van wat deze ondernemer van plan is. Het doet allemaal denken aan de nieuwbouw die de afgelopen twee jaar aan de Breedstraat en de Verbrande Erven gepleegd is. Er verrezen dure, moderne woningen met een gevelwand die enigszins naar het verleden verwijst maar niet naar het Schiedamse. Dat zal nu op het Groenweegje ook gebeuren. Het gevolg is dat er een stil woonbuurtje zal ontstaan.

Op de maquette prijkt een ongeschonden Drilschuur,. De Drilschuur wordt door zijn vormgeving nog vaak voor een gesloten kerk aangezien. Niets is minder waar. Het gebouw is in 1886 opgetrokken voor de Schiedamse Schutterij, die er bij kou en regen kon exerceren want van de teerhartige strijders kon niet worden verwacht dat zij hun uniformen en wapenrusting aan ongunstige weersomstandigheden zouden bloot stellen.

De schutterijen waren een soort burgermilities. Ze werden in de middeleeuwen al gevormd om steden tegen interne en externe vijanden te verdedigen. Schiedam kende er twee de Sint Joris Doele en de Sint Sebastiaans Doele, elk met hun eigen hoofdkwartier. Alleen dat van de Sint Joris Doele is nog over. Aan de Sint Sebastiaans Doele herinnert het plein tussen de Kreupelstraat en de Broersvest.

In de negentiende eeuw zijn de schutterijen gemoderniseerd. Ze werden onderdeel van de Nederlandse strijdkrachten. Gemeenten van minder dan 2500 inwoners hielden er een rustende schutterij op na. Dat wil zeggen: ze deden er niets aan. Grotere, zoals Schiedam, moesten een dienstdoende schutterij op de been brengen. Mannen tussen 25 en 35 jaar konden voor de schutterij worden opgeroepen. Totale omvang van het korps: twee per honderd inwoners. Schiedam, dat in de negentiende eeuw zo’n 20.000 inwoners had met een neiging tot stijgen, moest dus een korps van vierhonderd man op de been brengen. Wie de klos was, werd door het lot bepaald. Schutters zaten vijf jaar aan hun uniform vast, dat ze trouwens zelf moesten bekostigen. Ze waren twee avonden per week kwijt aan exercities en schietoefeningen. De officieren kwamen veelal uit de hogere standen. Toch was de top enigszins democratisch: het hoogste orgaan was de schuttersraad, die bestond uit een officier, een onderofficier, een korporaal en een gewone schutter.

Over het algemeen liepen de schutters er ernstig de kantjes van af. Ze lieten zich de militaire discipline nauwelijks aanleunen. En velen konden de verschrikkingen van de actieve dienst slechts aan met een stevige hartversterking op. Ook het tabak pruimen tijdens de parades was populair De officieren en onderofficieren wachtten zich er wel voor een al te grote mond op te zetten want ze kwamen hun schutters in het dagelijks leven tegen, bijvoorbeeld als klanten of zakenrelaties.

Gezelligheid was een wezenlijk onderdeel van het schuttersleven. De Schiedamse schutterij had achter de Vellevest een Officierentuin met een grote zaal waar vergaderingen en feesten werden gehouden.

In 1907 zijn de schutterijen in heel Nederland wegens gebrek aan krijgshaftigheid opgeheven. Commandant in Schiedam was toen majoor Daniel Visser, distillateur van beroep. Hij droeg de bijnaam “Bulderboem”. Visser was ook verzamelaar van rariteiten, die later de kern zouden vormen van het Stedelijk Museum.

Sommige schutterijen maakten de kas op door een gigantisch afscheidsdiner aan te richten.

De Drilschuur staat er dus nog. Het gebouw is lange tijd door Dirkzwager gebruikt en binnen zijn op de muren prachtige reclameschilderingen aangebracht. Er zitten nu creatieve bedrijven in en dat moet maar zo blijven, vind ik.



Gerelateerd