Dodelijk schietincident: ‘Pistool werd op hoofd Can gezet’

30-08-2022 Nieuws Cerberus/Niels Dekker

Foto: Flashphoto


ROTTERDAM - “Wat kan Can hebben gedaan dat hij een kogel in zijn hoofd kreeg? Hij was geen engeltje, maar dit heeft hij niet verdiend. Jullie hebben ons allemaal kapotgemaakt. Ik ben blij voor elke dag die voorbij is, want dan ben ik dichter bij de dood, dichter bij Can.”

Op indringende en emotionele wijze spreekt de zus van de doodgeschoten Can (32) dinsdag de twee verdachten van de schietpartij in de Loeffstraat in Schiedam toe. Het Openbaar Ministerie beschuldigt het duo bij de rechtszaak van doodslag, maar volgens schutter James T. (30) was de fatale kogel die Can trof in het achterhoofd het gevolg van een ongelukje.

Terug naar juni vorig jaar. Na een zoveelste celstraf, ditmaal negen maanden wegens wapenbezit, komt de voormalige roofovervaller T. vrij uit de gevangenis. Hij wordt nota bene opgehaald door Can. Samen hebben zij in het verleden vier jaar achter de tralies gezeten en zijn ze vrienden geworden. Een vriendschap die ze buiten de bajes voortzetten. Waar T. in het verleden ook wel eens onderdak kreeg bij Can, vindt hij nu een woning in Hoek van Holland.

“Hij was een goede vriend. Wat we deden? Een beetje hangen, rondjes rijden, voetbal kijken. Na mijn vrijlating waren we bijna elke dag samen. Hadden gewoon goed contact”, vertelt T. aan de rechters.

Uit teruggevonden Whatsappberichten en sms’jes over en weer blijkt dat die vriendschap in rap tempo verslechtert. Can spreekt T. aan over een ‘pipa’ en ‘twee doezoe’. Straattaal voor pistool en tweeduizend euro.

‘Mijn geld of pipa terug’

Op 17 juli verhardt de toon. ‘Ik wil mijn geld of mijn pipa terug’, schrijft Can. Volgens T. wordt niet hij aangesproken, maar draait het om ‘iemand anders’. “Ik moest het doorgeven, bemiddelen. Er was iets verkocht.”

Een week later scheldt Can hem overduidelijk uit en uit bedreigingen. Het latere slachtoffer noemde T. een ‘kankerhond, kankerzwerver, kankerjunk, kankerflikker en hoerenkind’ en zegt hem ‘vieze schade te geven’. Dan volgt een harde conclusie van Can. ‘Je bent geen mattie meer van mij’.

Op geen van de berichten reageert T. Naar eigen zeggen omdat hij andere zaken aan het doen was, maar volgens medeverdachte en hun gezamenlijke vriend Makaveli O. (20) vroeg T. om niet tegen Can te zeggen waar hij was. “Maar ik heb zijn berichten niet als dreigend opgevat. Hij was wel boos, maar dat is gewoon zijn manier van praten”.

Uiteindelijk komt het op maandag 26 juli toch tot een ontmoeting. Voor het politiebureau in Schiedam-Nieuwland stappen T. en O. bij Can in de auto. O. overhandigt T. het vuurwapen waar Can al die tijd om heeft gevraagd en dat hij terug wil hebben. O. gaat naast Can zitten, T. kruipt op de achterbank, pal achter de stoel van de bestuurder.

Can barst in woede uit en vraagt waar T. al die tijd was. Dan rijdt hij zijn wagen enkele honderden meters verder. T. leunt naar eigen zeggen met zijn arm van achteren op de bestuurdersstoel, met het wapen in de hand.

Spelen met wapen

“Ik ben er in de auto mee gaan spelen, maar heb vooraf niet gekeken of er kogels in het magazijn zaten. Ik heb er niet aan gedacht dat je dat moet controleren. Ik dacht: ik geef het wapen terug en dan gaan we verder met de dag. Van te voren denk je er niet aan dat het mis kan gaan.”

En mis gaat het gruwelijk, net nadat Can zijn auto parkeert aan de zijkant van de supermarkt in de Loeffstraat. Bewakingsbeelden in de rechtszaal tonen hoe de wagen aan komt rijden, de vrachtwagenlosplaats opdraait, remt en stopt. Amper enkele seconden erna springen twee mannen uit de wagen en zetten het op een lopen. Can blijft achter. Er druppelt bloed uit zijn hoofd. Hij is zwaargewond en overlijdt kort erna in het ziekenhuis.

Onderzoek van het NFI toont dat het wapen direct op het hoofd van Can moet zijn gezet. T. claimde eerder dat het pistool op centimeters van het slachtoffer afging. Voor het OM het bewijs dat die liegt. Niks ongeluk maar een liquidatie in de ogen van de aanklager, die woensdag de strafeis bekendmaakt tegen T. en O.

Waar O. zich beroept op zijn zwijgrecht en eerder bij de politie zei niks te hebben gezien of er mee te maken te hebben, claimt T. een ongelukkige samenloop van omstandigheden. “Het wapen ging per ongeluk af toen Can remde. Mijn hand gleed van de bestuurdersstoel af en is toen afgegaan. Door een knijpbeweging of zo. Ik deed het niet opzettelijk. Ik had ook mezelf kunnen raken.”

Na het schot zou T. ‘in shock’ zijn geraakt. “Ik zag bloed en ben gelijk de auto uitgestapt. Er was bloed en een kogel, wat moet je doen? Hoe ga je helpen? Wou weg van die situatie, ik was net zes weken vrij.”

Kille daad

Tegen het einde van de eerste procesdag komen de broer en zus van Can aan het woord. Eerstgenoemde spreekt over een ‘kille daad’. De zus zegt de twee verdachten ‘te haten’.  “Can was echt mijn leven. Weet je hoe moeilijk het voor mij is dat hij niet meer komt, niet meer vraagt wat ik heb gekookt. Het is zo moeilijk hem niet meer te kunnen bellen, terwijl zijn nummer nog in mijn telefoon staat.”

Ze vervolgt. “Het is zo gemeen hoe alles is gebeurd, in zijn eigen auto waar hij zo van hield. Van achteren. Ik vraag me af waar je dat lef vandaan hebt gehaald. Ik zeg niet dat Can een engeltje was, maar dit heeft hij niet verdiend.”

Er valt een stilte in de zaal als haar laatste woorden volgen. “Ik ben elke dag blij als die voorbij is, Weer dichter bij de dood, dichter bij Can. Ik hoop dat jullie nooit rust in jullie hoofd en hart krijgen. Dat de ziel van Can jullie altijd zal achtervolgen.”

Het proces wordt woensdagochtend vervolgd. Na de strafeis van het OM houden advocaten hun pleidooi. Op 13 september volgt de uitspraak.

PS. Dit artikel is na eerste plaatsing gewijzigd: het proces wordt morgen hervat.



Gerelateerd