Drijvende zonnepanelen op de Schie

17-10-2019 Nieuws Kor Kegel

Dobberende energieopwekking, een toekomstbeeld

SCHIEDAM – Het is een serieuze optie. Het zou zomaar kunnen dat er op de Schie drijvende zonnepanelen komen. Het College van Rijksadviseurs adviseert om de Nederlandse binnenwateren te benutten voor energieopwekking.  

De rijksadviseurs maken al melding van een plan om op de Slufter nabij het Maasvlaktestrand honderd hectare drijvende zonnepanelen te plaatsen. Dat is tweevijfde van dit depot voor verontreinigde baggerspecie uit de Rotterdamse havens.

Het College van Rijksadviseurs ziet in de periode tot 2050 dat de meeste zonne-energie wordt opgewekt door panelen op daken in de gebouwde omgeving. Ze noemen een hoeveelheid van honderd petajoule (een petajoule is tien in de vijftiende macht van een joule). Het kunnen zowel daken van huizen zijn als van bedrijven.  

Gevels zijn ook geschikt te maken voor de opwerking van zonne-energie, maar deze techniek staat nog in de kinderschoenen. Zonnepanelen op bedrijfsterreinen en op boerderijen en stallen zullen minder opleveren, maar toch een forse hoeveelheid stroom.  

Drijvende zonnepanelen zullen een kwart kunnen opwekken van wat er aan stroom via de daken kan worden geleverd. Een aanzienlijke hoeveelheid kortom. Langs spoorwegen, snelwegen en dammen moeten ook de mogelijkheden tot opwekking van zonne-energie worden onderzocht. Een aantal snelwegen is zeker geschikt, het kan hier gaan om tien petajoule.  

Wordt dat allemaal uitgeprobeerd en gerealiseerd, dan vinden de rijksadviseurs het niet nodig om weilanden grootschalig te bedekken met zonnepanelen te bedekken – zoals steeds meer gebeurt, ten koste van hat landschappelijk schoon. En zeker zonnepanelen in natuurgebieden kunnen dan voorkomen worden. “Zonneparken concurreren met de voedselproductie en hebben een negatieve impact op de ecologische waarde van de omgeving. We moeten zuinig zijn op onze landbouwgronden en natuurgebieden. We moeten monofunctionele oplossingen voorkomen”, schrijven de rijksadviseurs. Hun college bestaat uit rijksbouwmeester Floris Alkemade en de twee rijksadviseurs voor de fysieke leefomgeving, Berno Strootman en Daan Zandbelt.

Het College van Rijksadviseurs adviseert de regering over de ruimtelijke kwaliteit van Nederland. Actueel zijn hierbij de energietransitie, de mobiliteit en de stedelijke toekomst. Het college wil meervoudig ruimtegebruik en zo min mogelijk impact op bestaande ruimtelijke en ecologische kwaliteiten. “Monofunctionele zonnevelden zijn daarom niet wenselijk.”  

Wat het gemeentebestuur van Schiedam zal aanspreken, is dat de rijksadviseurs constateren dat 95 procent van het dakpotentieel in Nederland nog niet benut is als gevolg van ouderwetse regelgeving. “We moeten maximaal zon realiseren op daken en gevels, en voorkomen dat gronden te gemakkelijk worden opgeofferd voor enkel elektriciteitsproductie.”

“Zon op daken kan op verschillende manieren worden gestimuleerd. Bijvoorbeeld door het instellen van de Dakenwet en door het aantrekkelijker te maken voor particulieren om meer te produceren dan alleen voor eigen behoefte. In een kamerbrief noemde Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, op vrijdag 23 augustus ook een aantal maatregelen om zon op dak te bevorderen. Ook Wiebes benadrukt dat zorgvuldig moet worden omgegaan met natuur en landbouwgronden in relatie tot energieproductie.  

“Als we nú de juiste keuzes maken, kunnen we de energietransitie inzetten om Nederland rijker, hechter en schoner te maken”, zegt het College van Rijksadviseurs in ‘Via Parijs, een ontwerpverkenning naar een klimaatneutraal Nederland’.

Het college adviseert om bij het kiezen van maatregelen niet alleen te kijken naar het verminderen van de CO2-uitstoot, maar te kiezen voor maatregelen die op de lange termijn en vanuit integraal afgewogen keuzen maximaal bijdragen aan de omgevingskwaliteit.

“De energietransitie heeft grote gevolgen voor onze steden en landschappen. Nederland gaat ruimte maken voor de opwekking van duurzame energie en het aanleggen van nieuwe netwerken voor warmte en elektriciteit. Om dat efficiënt en effectief te laten verlopen moet er een inspirerend ruimtelijk beeld zijn dat toont hoe Nederland er over enkele decennia uit kan zien.”  

Onderdeel daarvan is het maken van een integraal plan voor de Noordzee met maximale inzet op de productie van windenergie op zee. De Noordzee kan Nederland in 2050 ongeveer tachtig procent van de totale elektriciteitsbehoefte leveren, ofwel de helft van de totale energiebehoefte van ons land. Op land is het advies om windenergie geconcentreerd op te wekken in een aantal grote windparken in grootschalige, rationele landschappen. Dus niet op heel veel plaatsen een paar windmolens.