Ds. Nico van der Want króóp door Calvijn heen

05-04-2020 Nieuws Kor Kegel

Dominee Van der Want diende dertien jaar de Plantagekerk. Foto uit Reformatorisch Dagblad

SCHIEDAM – Zijn 25-jarig ambtsjubileum vierde dominee Nico van der Want net niet in Schiedam. Dat was in april 2011 en in januari had hij de Plantagekerk verlaten om naar Melissant te gaan. In 1998 was hij na een paar jaar Roemenië naar Nederlad teruggekeerd en werd hij bevestigd bij de ‘vrije gemeente’ aan de Lange Nieuwstraat. De Plantagekerk was bij geen enkel kerkverband aangesloten en ging zeker niet mee in het Samen Op Weg-proces dat in 2004 tot de vorming van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) leidde, een ‘fusie’ van hervormde, gereformeerde en lutherse kerken.  

Wel ging de Plantagekerk in 2009 mee in de Hersteld Hervormde Kerk (HHK), vooral bestaand uit de meer orthodoxe hervormden en bevindelijk gereformeerden die zich niet in de lutherse invloed in de PKN konden vinden. Dominee Van der Want gaf in Schiedam geestelijk leiding aan die aansluiting bij de HHK. “Ik ben hervormd geboren en houd van een geordend kerkelijk leven. Je ziet vaak dat vrije groepen zich vormen rond één persoon. Als deze persoon wegvalt, valt de groep uiteen of ontstaat er onenigheid.” Zo verklaarde hij de toetreding tot de HHK later. 
Met Maarten Luther moest je bij hem niet aankomen. Hij was een late volgeling van een andere theoloog uit de tijd van de Reformatie, Johannes Calvijn. Ds. Van der Want is ongetwijfeld de grootste Calvijn-kenner geweest die ooit in Schiedam heeft gewoond. Zoals hij eens zei in een interview in het Reformatorisch Dagblad ‘króóp’ hij door alle werken heen van de zestiende-eeuwse veelschrijver die zijn beijverde om een protestantisme te creëren dat zo ver mogelijk van de rooms-katholieke kerk afstond. Van der Want noemde zijn jongste dochter zelfs naar Calvijn: Johanna.  

Afgelopen vrijdag is Nico van der Want in zijn woonplaats Barneveld overleden. Hij werd 70 jaar. Hij was emeritus predikant in de HHK sinds hij Melissant in 2015 verliet. Hij verrichtte nadien nog wel enkele jaren bijstand in het pastoraat van de HHK in Barneveld, Kootwijkerbroek en Voorthuizen.  

Nico van der Want werd op maandag 21 november 1949 geboren in een hervormd nest in Dordrecht. Hij volgde talmoedles in Israel. Hij gaf les op een theologische school op Bali en preekte in Canada en Sri Lanka. Hij werd in 1986 predikant in de christelijke afgescheiden gemeente te Waddinxveen. In 1994 vertrok hij met zijn gezin voor ruim drie jaar naar Roemenië. Namens Stichting Hulpverlening Christenen in Roemenië was hij werkzaam aan de Biserca Evanghelica Romana. Hij was er voordien al verschillende malen geweest en werd er gemeentepredikant. Onder zijn leiding kwam een Bijbelschool tot stand, waar hij zelf ook docent werd. Maar hij kreeg er psychische klachten en leerde het verschil tussen psychische en geestelijke nood, iets wat veel ouderlingen en voorgangers volgens hem niet weten te onderscheiden. “Ze zeggen dan dingen zoals: bid maar veel, en: lees maar vaak in de Bijbel. Of: ik zie je zo weinig in de kerk. Luisteren is een sleutelwoord. Als ambtsdrager moet je niet op de stoel van een psychiater gaan zitten; je moet geestelijke en psychische nood kunnen scheiden.” 
Het maakte hem los van een vroomheidsgevoel: "Ik daalde af in de krochten van mijn bestaan. Ik heb in mijn neerslachtigheid juist de troostende kracht van Gods verkiezende liefde ervaren." 
Toen hij aan de grond zat, schreef hij een dagboek over de Dordtse Leerregels: ‘Zicht op Dordt’. Met name het vijfde artikel over de volharding der heiligen bood troost. „Er ging een wereld voor me open. Mijn visie op geloof en depressiviteit staat haaks op die van Aleid Schilder. Ik heb in mijn neerslachtigheid juist de troostende kracht van Gods verkiezende liefde ervaren.”  

De volgende stap in zijn loopbaan was de Plantagekerk in Schiedam, waar hij dertien jaar bleef tot zijn overstap naar Goeree-Overflakkee. Vier jaar later viel het afscheid van zijn predikantschap hem zwaar: "Je gaat je leven overdenken. Je ambtelijk werk. Je tekortkomingen. En je beseft dat de eeuwigheid nadert." 
Bij zijn afscheid preekte hij uit Openbaring 22: “De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.” Hij las de laatste tien verzen van dit hoofdstuk en de eerste acht verzen van Genesis 1. “De Joden lezen, als zij in oktober Vreugde der Wet vieren, de laatste verzen van de Thora en de eerste. Om aan te geven dat Gods werk doorgaat. Ik vind dat een mooie gedachte. Het houdt hier in Melissant niet op met mijn vertrek.”  

Het Reformatorisch Dagblad interviewde hem wegens zijn emeritaat in Melissant. De volgende passages zijn aan dat interview ontleend.  

"Ik ben een gevoelsmens, maar leerde dat gevoel er in het geloof niet toe doet. Alleen Jezus’ verzoenend sterven is het rustpunt van mijn hart.”

Israël nam in zijn predikantschap een belangrijke plaats in. "Ik heb door het lezen van de nadere reformatoren en de puriteinen duidelijk te zien gekregen dat God beloften heeft voor Israël." Ook ontdekte de predikant dat de gelijkenissen die de Heere Jezus in de evangeliën vertelt, voortkomen uit een rijke traditie van volksverhalen. "Er zijn wel meer dan 5000 van zulke gelijkenissen van Joodse rabbi’s bekend. Dat neemt niet weg dat de verhalen bij de Heere Jezus een nieuwe lading kregen, juist omdat ze door Hem in vervulling zijn gegaan."  

Van der Want was een boekenman. Keurig geordend op onderwerp en op alfabetische volgorde stonden de boeken in zijn studeerkamer in de kast. Een groot gedeelte van zijn bibliotheek is judaïca. Hij had een fascinatie voor het Jodendom en een grote liefde voor Israël. “Ik heb door het lezen van de nadere reformatoren en de puriteinen duidelijk te zien gekregen dat God beloften heeft voor Israël. De kerk is te lang dubbelhartig geweest richting Israël, bijvoorbeeld in de vervangingstheologie.” 
Na die ontdekking ging de emeritus zich verdiepen in commentaren van – al dan niet Messiasbelijdende – Joodse theologen zoals David Stern en Joseph Shulam. En hij volgde Talmoedlessen toen hij eens drie maanden in Israël verbleef. Hij zei: “Natuurlijk staan er ook veel zaken in de Talmoed waar je als christen vraagtekens bij zet, maar ik leerde zo wel de leefwereld van de Joden kennen, het volk waaruit de Heere Jezus is voortgekomen. Ook ging ik de betekenis van het Bijbelse Hebreeuws verstaan.” 
Ook ontdekte de predikant dat de gelijkenissen die de Heere Jezus in de evangeliën vertelt, voortkomen uit een rijke traditie van volksverhalen. „Er zijn wel meer dan vijfduizend van zulke gelijkenissen van Joodse rabbi’s bekend. Dat neemt niet weg dat de verhalen bij de Heere Jezus een nieuwe lading kregen, juist omdat ze door Hem in vervulling zijn gegaan.”  

Als predikant schreef hij zijn teksten grondig uit. “Sommige predikanten preken uit het hoofd, maar dat vind ik absoluut geen pre. Het gevaar bestaat dat je in herhaling valt of dat er geen lijn in je preek zit. Soms zeggen mensen dat je de Heilige Geest in de weg staat als je van papier preekt. Ik denk dan aan de Duitse piëtist August Francke. Men zei hem dat hij meer uit het hoofd moest preken. Hij deed het een paar keer, totdat hij tijdens een dienst helemaal vastliep met zijn preek. Hij zei toen tegen zijn critici: de Heilige Geest vertelde me: je bent een luie dienstknecht.”