Duncan Ruseler is de portefeuille financiën zowaar leuk gaan vinden

30-10-2019 Nieuws Kor Kegel

Duncan Ruseler gaat zijn eerste begroting verdedigen

SCHIEDAM – Wonend in Tuindorp bezorgde hij het Nieuwe Stadsblad op het Hargplein en de Zwaluwflats. Toen hij bestuurskunde ging studeren in Den Haag en Leiden, kluste hij bij als pompbediende bij Q8 aan de Nieuwe Damlaan. Met zulke bijbaantjes leer je de stad al jong een beetje kennen, want je ziet en spreekt veel mensen. Maar hij kon ook achter de schermen kijken. Zijn moeder zat in de Schiedamse gemeenteraad. Marijke Ruseler-van Bers maakte er liefst twaalf jaar deel van uit; van 1994 tot 2006, voor het CDA. 
“Ik kreeg politiek thuis met de paplepel ingegoten”, zegt Duncan Ruseler. “Maar ik vond het ook interessant. Heb ik altijd gehad.”

Zo kwam het dat hij op 19-jarige leeftijd al fractiemedewerker werd van Leefbaar Schiedam, zonder er overigens lid van te zijn. Leefbaar Schiedam was met zeven zetels in de gemeenteraad gekomen en de nieuwkomers konden wel fractieondersteuning gebruiken, Duncan leerde in die raadsperiode tot 2006 veel. In 2007 solliciteerde hij met succes om bestuursassistent te worden van SP-wethouder Yorick Haan; ook van de SP was Duncan geen lid. Hij bleef bestuursassistent tot Yorick Haan in 2010 burgemeester van Vlieland werd. 
Duncan Ruseler ging daarna werken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. In Den Helder en Haarlem was hij woordvoerder van het college van burgemeester en wethouders. Toen al dacht hij geregeld hoe hij zou handelen als hij zelf wethouder was, want dat was wel een verre droom, wethouder worden. “Maar als je politiek niet actief bent, lijkt dat onbereikbaar”, erkent hij. In Schiedam was hij wel maatschappelijk actief, als lid van de medezeggenschapsraad van basisschool De Singel, voorzitter van de oudercommissie van kindcentrum Kekt en lid van de centrale oudercommissie van KomKids.  

En toen kreeg hij een telefoontje. Van het Algemeen Ouderenverbond (AOV) in Schiedam. Van deze partij was Catelijne de Groot als wethouder afgetreden en ze zochten een opvolger. Ruseler was ook van het AOV geen lid, maar hij verdiepte zich in het partijprogramma en kon zich er heel wel in vinden. Ook bestudeerde hij het coalitieakkoord en het collegeprogramma en enthousiast liet hij het AOV weten zeer bereid te zijn. Hij zegde zijn vrijwilligersfuncties in het onderwijs op en trad na plezierige en intensieve kennismakingsgesprekken met de burgemeester en de andere wethouders toe tot het college. Dat is nu tien maanden geleden.  

“Het wethouderschap begint te wennen”, zegt de 36-jarige Ruseler. “Ik kwam uit het niets. Ik was niet betrokken geweest bij campagnes voor de raadsverkiezingen, ik had geen eerdere betrokkenheid gehad bij de besluitvorming in het gemeentebestuur, ik was dus niet belast met ingewikkelde dossiers. Ik kon er frank en vrij tegenaan. Als ambtenaar heb ik me altijd dienstbaar opgesteld en dat wil ik blijven, ook al moet ik als bestuurder geregeld degene zijn die ergens een klap op geeft om vooruit te kunnen.” 
Hij is dankbaar voor de kans: “Het is een hele eer om dit in je eigen stad te mogen doen.” 
Bij de behandeling van de Zomernota 2020 kreeg hij van GroenLinks-fractieleider René Karens een bijzonder compliment: “Het is alsof Duncan er al vanaf het begin bij is.”  

En nu ligt er zijn eerste gemeentebegroting. De gemeenteraad behandelt de begroting op twee dinsdagavonden, op 5 en 12 november. Ruseler is wethouder voor financiën en dus eerstverantwoordelijk voor de begroting 2020. Daarnaast heeft hij concerncontrol en gemeentelijke dienstverlening in zijn portefeuille, evenals cultuur en media en het gemeentearchief.

Hij praat enthousiast over het gemeentearchief in relatie tot zijn eigen familiegeschiedenis en als belangrijk instituut voor (stamboom)onderzoekers en op weg naar de viering van het 750-jarig bestaan van de stad Schiedam in 2025. Hij praat ook geestdriftig over de culturele instellingen in Schiedam die het alle geweldig doen, het Stedelijk Museum Schiedam, Theater aan de Schie en Bibliotheek Schiedam, en hij is opgetogen over de talrijke culturele initiatieven, tentoonstellingen en theaterexperimenten. Daar praten we nog eens over door, spreken we af. Maar nu gaat het om de begroting.  

“Had ik zelf deze portefeuille gekozen?” vraagt hij retorisch. Om zelf de vraag te beantwoorden: “Ik had meer affiniteit met ruimtelijke ordening. Financiën leek me te abstract. Nu denk ik er totaal anders over. Ik zou direct voor financiën en cultuur kiezen. Vooral financiën is veel interessanter dan ik altijd gedacht heb. Je hebt eigenlijk met alle beleidsfacetten te maken, want overal gaat geld in om.”  

Wethouder Ruseler kan een sluitende gemeentebegroting presenteren en ook voor de komende jaren zal er geen gat in de begroting ontstaan, al staan de gemeentelijke financiën onder druk door de oplopende kosten in de zorg, maar ook omdat het college van B & W in de stad wil investeren. Dat moet uit de gemeentelijke spaarpot komen: de algemene reserve. Ruseler: “Vanuit een solide financiële positie kunnen we de stijgende zorgkosten dit jaar opvangen zonder verstrekkende bezuinigingsoperaties of grote tekorten. Door te blijven investeren en het maken van goede, duidelijke keuzes houden we Schiedam voor de langere termijn financieel in balans.”

Schiedam moet het dit jaar wel met een miljoen euro minder doen, omdat de uitkering uit het Gemeentefonds naar beneden is bijgesteld. “Dat heeft te maken met het principe samen-de-trap-op-en-af. Als het rijk minder uitgeeft, kunnen ook de gemeenten minder uitgeven. Maar het rijk heeft een aantal uitgaven een jaar uitgesteld, waardoor we voor de komende jaren een voordelig effect op onze middelen verwachten. Daarbij moeten we wel bedenken dat door de uitspraak van de Raad van State over beperking van de stikstofuitstoot de rijksuitgaven ook in 2020 kunnen achterblijven bij de verwachtingen. En dat zal Schiedam dan ook merken. Maar financieel staan we er redelijk stabiel voor, beter dan gemeenten van vergelijkbare omvang. We hebben wel enkele prioriteiten moeten uitstellen, zoals de bestrijding van woonoverlast, maar volgende jaren geven we daar meer uitvoering aan.”

Op een begroting van driehonderd miljoen euro lijkt één miljoen euro minder niet veel, maar Ruseler wijst erop dat het overgrote deel van de begroting niet beïnvloedbaar is omdat het hier gaat om de kosten van gemeenschappelijke regelingen met andere overheden (zoals de DCMR Milieudienst Rijnmond) en de uitvoering van wettelijke taken, waaronder het verstrekken van uitkeringen.

“Ook op jeugdzorg en het sociaal domein kunnen we moeilijk bezuinigen. Een stad als Schiedam is daar door haar bevolkingssamenstelling en geografische ligging nu eenmaal meer aan kwijt dan een willekeurige stad in Drenthe. En wij moeten meer geld steken in veiligheid dan andere middelgrote steden. Zaanstad en Rijswijk zitten ook in die situatie. Het komt door de nabijheid van de grote stad met alle overwaaiende effecten.”  

Het college van burgemeester en wethouders kiest voor vernieuwing door in de stad te investeren. Daardoor loopt de algemene reserve terug, maar Ruseler staat een financieel conservatief beleid voor om netjes op de centen van de stad te letten. “We hebben het tij mee. De economie groeit. Er zijn gunstige omstandigheden om op de groeiende vraag naar goed en nieuwe woningen in te spelen, ook door de positieve ontwikkeling van Rotterdam en de toenemende betrokkenheid van de Schiedammers. Samen maken we Schiedam aantrekkelijker.”