E. krijgt in hoger beroep elf jaar en vier maanden voor drugshandel

02-10-2020 Nieuws Redactie


SCHIEDAM - Henk E. moet elf jaar en vier maanden de gevangenis is voor drugssmokkel en het omkopen van douanier Gerrit G.. Dat vonnis velt het Gerechtshof in Den Haag vandaag.

Die straf pakt voor de Schiedamse drugshandelaar lager uit dan wat de rechtbank een billijke straf vond: die kwam tot veertien jaar zitten voor E.

De verdachte heeft zich volgens het hof samen met medeverdachten schuldig gemaakt aan de invoer van grote hoeveelheden cocaïne, verborgen in zeecontainers afkomstig uit Midden-Amerika, in Nederland en bovendien aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen daartoe. "In deze zaak is sprake van transitcriminaliteit, een vorm van georganiseerde drugshandel op het logistieke knooppunt van de Rotterdamse haven waarbij gebruik is gemaakt van een dekmantelstructuur (fruitimportbedrijf) om zo het containertransport te legitimeren."

Door aldus te handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit, aldus het hof. "De verdachte heeft klaarblijkelijk gehandeld uit geldelijk gewin en zich niet bekommerd om de maatschappelijke gevolgen van zijn handelen."

Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf houdt het hof rekening met de leidende rol die E. heeft vervuld. Met de omkoping van Gerrit G. heeft hij de geregelde werking van een orgaan van het staatsgezag, de Douane Nederland, belemmerd. "Dit is een ernstig feit. Het was de omgekochte douaneambtenaar die door analyse van alle gegevens de controles op de aanwezigheid van onder meer verdovende middelen in gang kon zetten of kon voorkomen. De verdachte heeft door zijn handelen, louter om er zelf financieel beter van te worden, de integriteit van een overheidsorgaan aangetast en daarmee het vertrouwen dat de burger in het optreden van de douane moet kunnen stellen geschaad."

Anders dan door de verdediging bepleit speelt volgens het hof de familienaam van de verdachte (bekend in het criminele circuit -red.) geen rol bij de hoogte van de op te leggen straf. "Wel wordt meegewogen dat uit de Justitiële Documentatie van 21 juli 2020 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten." Het hof vindt een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf jaar gepast.

Maar vanwege het feit dat het vonnis vandaag pas wordt gewezen drie jaar na het instellen van het hoger beroep, trekt het hof daar acht maanden vanaf.

Het Openbaar Ministerie had in het hoger beroep dertien jaar cel tegen E. geëist. Zie ook dit artikel.


Gerelateerd