Een op drie in Schiedam is laaggeletterd

15-10-2020 Nieuws Redactie/Schiedammer Online

Iris Coster van de Bibliotheek Schiedam

SCHIEDAM - "Naar schatting is 32% van de Schiedammers laaggeletterd", zo lezen wij in het 'Ambitieplan Taalvaardig Schiedam, Aanpak met betrokken partners in Schiedam voor 2021 - 2022'. In begrijpelijk Nederlands gezegd: bijna een derde deel van de Schiedammers heeft moeite met lezen en schrijven. Een taalachterstand kan mensen onder meer belemmeren bij het opvoeden van kinderen, bij het begrijpen van de dokter, in het werk en bij het solliciteren voor een betere baan en bij het op orde houden van de gezinsfinanciën. 

Wethouder Patricia van Aaken (foto op homepage) gaf vanmiddag een online-persconferentie over dit onderwerp, waarbij ook aanschoven Kittie Boone en Iris Coster (foto boven), beiden van de Bibliotheek Schiedam. "Genoemde 32% laaggeletterdheid is een schatting die gebaseerd is op zogenoemde 'indicatoren' over de bevolking in onze stad. Via onderzoek waarbij we gekeken hebben naar de bevolking van 16 tot 65 jaar en een modelmatige benadering hebben toegepast, hebben we berekend dat er naar verwachting 32% van de mensen in die leeftijdsgroep laaggeletterd is, wat neerkomt op 17.000 mensen", zo licht Patricia van Aaken toe. 

Wat verstaan we dan precies onder laaggeletterd? "Daaronder verstaan we dat je met lezen en schrijven onder het vmbo-eindniveau of mbo-2-niveau zit", aldus Van Aaken. Kittie Boone maakt de kanttekening: "Let wel, dat iemand laaggeletterd is wil geenszins zeggen dat iemand analfabeet is. Bovendien, iemand die volgens deze normen laaggeletterd is, hoeft dit zelf helemaal niet zo te ervaren."

Laaggeletterdheid gaat veel verder dan het feit dat je niet goed kunt lezen en schrijven, het kan je op heel wat vlakken belemmeren. In de gezinssituatie kan het voor belemmeringen zorgen, als je bijvoorbeeld moeite hebt om de leraren van je kind(eren) te begrijpen. Voor wat betreft gezondheid kun je moeite hebben te snappen wat een dokter zegt en hoe je een medicijn moet gebruiken, om het dan nog niet eens over het lezen van de ellenlange bijsluiters te hebben. In je werk is taal een belangrijk ding en als je een betere baan zoekt, is een schriftelijke sollicitatie vaak noodzakelijk. Wil je je financiën op orde hebben en houden, dan zul je de ambtelijke taal van diverse belasting heffende overheidsinstanties moeten kunnen lezen en zo nodig schriftelijk moeten kunnen beantwoorden. Het zijn slechts enkele voorbeelden van hoe essentieel lezen en schrijven is voor het leven van alledag. Je kunt deze voorbeelden als verschillende 'kapstokken' zien, waaraan je de diverse aspecten die laaggeletterdheid heeft kunt 'ophangen'.

De maatschappelijke plaatsen waarin iemand last heeft van laaggeletterdheid, zijn ook de plaatsen waar je die laaggeletterdheid kunt signaleren. In een huisartsenpraktijk gaat het primair om de medische problemen die iemand heeft, maar als arts of medewerker in de praktijk zul je in desbetreffende gevallen ook een taalachterstand signaleren. Je kunt dan ervoor zorgen dat iemand met taalachterstand in de juiste richting gestuurd wordt om hieraan iets te kunnen gaan doen. Er zijn volgens de wethouder reeds enkele praktijken in Schiedam die hiermee actief aan de slag zijn.

Bij het Centrum voor Jeugd en Gezin komen ouders en hun kinderen in verband met opvoedproblematiek. Ook dit is een zogenoemde 'vindplaats' van laaggeletterdheid. Voorbeelden van andere vindplaatsen zijn Stroomopwaarts en instanties voor schuldhulpverlening. De 'kapstokken' en de 'vindplaatsen' liggen in elkaars verlengde. Afstemming tussen de verschillende beroepsgroepen en organisaties in het sociaal maatschappelijk werkgebied is van groot belang. "Wat dat betreft zien we dat er belangrijke relaties en contacten ontstaan aan de thematafel Veerkracht die binnen de overlegstructuur 'Samen Schiedam' worden gehouden", zo merkt Van Aaken op.

Er zijn naar verwachting 17.000 mensen in Schiedam die laaggeletterd zijn, waarbij dit dus in verschillende gradaties is. Het is moeilijk om Schiedam met andere steden te vergelijken, omdat de door Schiedam gehanteerde berekeningswijze die tot genoemde 32% leidt aan laaggeletterdheid van de groep tussen 16 en 65 jaar, niet door alle gemeenten met grootstedelijke problematiek is gehanteerd. "Maar als er een top tien zou zijn van steden, dan vermoed ik dat Schiedam daar wel in zou staan", zegt Van Aaken.

Op dit moment volgen ongeveer 600 Schiedammers taalcursussen via Albeda of NL Educatie, die door de bibliotheek en Schiedam worden ingeschakeld. Kittie Boone geeft aan dat de vraag om deze taalcursussen te volgen door Schiedammers groter is dan wat geboden kan worden. Via de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) ontvangen gemeenten daartoe financiële middelen, maar die schieten tekort om volledig in de vraag naar taalcursussen te kunnen voldoen. Niet is bekend hoe groot die vraag precies is. Dat de vraag tekortschiet is onder meer op te maken uit de vragen die het DigiTaalhuis krijgt. Dit DigiTaalhuis is onderdeel van de Bibliotheek Schiedam en fungeert als 'één-loket' waarin getracht wordt iedere Schiedammer zo goed mogelijk op weg te helpen met taal. Wethouder Van Aaken geeft aan dat in Den Haag bij de Rijksoverheid aangeklopt gaat worden voor meer geld bestemd voor het werken aan de taalvaardigheid van mensen met een achterstand op dit vlak. Bovendien zal worden getracht ook andere fondsen aan te boren.

Iris Coster over het belang van het DigiTaalhuis: "Veel aanbod op het gebied van het werken aan taalvaardigheid is er al bij ons en op andere plaatsen in de stad. Door het DigiTaalhuis kunnen we het beter toegankelijk maken en kunnen we meer maatwerk leveren. Ook kan het worden ingezet om een 'doorlopende leerlijn' te bieden. Als iemand aan zijn taalvaardigheid heeft gewerkt, groeit zijn of haar enthousiasme en is het goed als we ook aan een vervolg ervan kunnen werken. Wellicht wil iemand in groepsverband leren spreken, dat kan door daarvoor groepen op te zetten. Het is één voorbeeld; werken aan taalvaardigheid is maatwerk en kent heel veel voorbeelden. Persoonlijk advies is dan ook erg belangrijk." Zij vervolgt: "Elke woensdagmiddag en vrijdagochtend zijn we in het DigiTaalhuis op afspraak beschikbaar voor heel persoonlijk advies. Ook heel fijn is het dat de bibliotheek sinds enige tijd kan beschikken over nieuwe oefenplekken, in ons pand aan de Dam 1. Het is goed als er meer oefenplekken bij gaan komen in de stad." 

"We moeten blijven vertellen dat de bibliotheek in het algemeen en het DigiTaalhuis in het bijzonder er zijn om mensen met een taalachterstand te helpen", zo vult Kittie Boone aan. "Wij vinden het vanzelfsprekend dat de bibliotheek er is om je te helpen met taal, maar voor anderen is dat wellicht niet zo vanzelfsprekend." Waar Boone ook nog de aandacht op wil vestigen is het belang van vrijwilligers in de taalcoaching-trajecten. "We zijn heel erg blij met de vrijwilligers die in deze trajecten actief zijn én we hebben er nog meer nodig." 

In de naam DigiTaalhuis is ook het digitale aspect opgenomen. "Inderdaad, ook de digitale vaardigheden zijn essentieel en er is een wezenlijke relatie tussen taalvaardigheden en digitale vaardigheden. De coronasituatie maakt dit extra duidelijk. Taalgroepen van tien à twaalf zijn niet meer mogelijk, die zijn nu gehalveerd. Om dat op te vangen moeten we meer activiteiten online organiseren", zegt Kittie Boone.


Gerelateerd