Harry Zwier ruilde de wereld voor Schiedam

17-09-2019 Nieuws Kor Kegel

Harry Zwier was een echte Schiedammer geworden; foto: Henny Kok

IN MEMORIAM – De innemende kunstcriticus Jaap Koopmans (1933-1996) schreef op maandag 8 januari 1990 een mooi In Memoriam over de Schiedamse kunstenaar Jaap Zwier, die de zondagochtend ervoor op 38-jarige leeftijd was overleden. Jaap Zwier was de initiator van De Lachende Koe, een spraakmakende galerie aan de Voorhaven 37 in Rotterdam-Delfshaven. In Schiedam was Jaap Zwier ook bekend als vrijwilliger en gangmaker bij De Tempel, het alternatieve jongerencentrum aan de Overschiesestraat 44. Hij had in de Lange Singelstraat gewoond, maar was erin geslaagd een attractieve woning in het Proveniershuis te verkrijgen.  

Het overlijden van Jaap veranderde radicaal het leven van zijn twee jaar jongere broer Harry. Deze had verre reizen gemaakt. Hij had in een kibboets in Israël gewoond, hij had een Amerikaanse slee van Florida naar Californië gereden, hij had in Australië gewerkt en hij had in Nieuw-Zeeland saxofoon leren spelen. Piano speelde hij al, dat had Harry van een tante geleerd, maar de sax bracht hem helemaal in de wereld van de jazz.

Als Harry af en toe naar Nederland kwam, logeerde hij bij zijn broer Jaap. Maar dat veranderde na januari 1990. Harry ging niet meer de wereld over. Hij was steeds vaker in Schiedam. "De wereldreiziger raakte honkvast’’, sprak Frank Willemse op de crematieplechtigheid in De Beukenhof, afgelopen donderdag. Harry Zwier was negen dagen eerder overleden in het Vlaardingse revalidatiecentrum Marnix, waar hij verbleef na een beenbreuk.  

Harry Zwier heeft nooit spijt gehad dat hij voor Schiedam koos. Hij had er natuurlijk al een bakermat. Samen met beeldend kunstenaar Paul Beckman richtte hij in 1974 de Quibus in, het jongerencafé aan de Lange Haven 28 dat we tegenwoordig kennen als podiumcafé De Graauwe Hengst. Een café met een legendarische inrichting met autobanken en een met trappetje bereikbare dj-post. Harry en Paul zouden vaker samenwerken. Hij leerde ook andere kunstenaars kennen, onder wie Daan van Golden, Albert Verkade en Daan Padmos. En hij verkende de Schiedamse horeca, vooral in de binnenstad, de Gorzen en Schiedam-West. Zijn favoriete cafés waren de Quibus, Van Diggelen, De Boemerang en Quekel.

Overdag had hij plezier in zijn werk in enkele wijkcentra, eerst De Erker en Klubhuis Zuid, later wijkcentrum Oost. Daar had hij allerlei taken, variërend van beheer tot bardienst. Harry ging met iedereen leuk en vriendelijk om en hij kon zich rijk weten met een fikse vriendenkring – zoals wel bleek tijdens de crematieplechtigheid. "Harry kende een ijzeren regelmaat tussen werk, huis en kroeg’’, sprak daar Frank Willemse. 

Dat weerhield Harry niet van mantelzorg, toen zijn hulpbehoevende moeder uit Den Hoorn verhuisde naar Schiedam. Harry was het enige overgebleven familielid. Twee jaar geleden overleed zijn moeder, weduwe van een vroegere directeur van Van Gend & Loos in Delft en de vader van Jaap en Harry.  

Harry werd vanwege zijn uiterlijk wel vergeleken met Simon Carmiggelt. De warrige haardos, bril en rimpels en die eeuwige lange regenjas leken hem op ‘Kronkel’ lijken. Maar hun enige andere overeenkomst was de behoefte om het café als huiskamer te zien. Daar woonde je zo’n beetje. 

Toch kon Harry goed thuis zijn, aan de Vlaardingerdijk. Daar had hij de jazz op zich heen. De laatste cd die hij gedraaid heeft was ‘Alone together’ van saxofonist Art Blakey, constateerden zijn vrienden toen ze zijn huis opruimden.

Gerelateerd