Kritiek omwonenden meegenomen bij uitbreidingsplannen vliegveld

16-08-2018 Nieuws Redactie


ROTTERDAM – De contra-expertise over uitbreiding van het Rotterdamse vliegveld die in opdracht van de Bewoners Tegen Vliegtuigoverlast (BTV) is gemaakt, zal door de luchthaven worden meegenomen in de aanvraag voor een nieuw Luchthavenbesluit.

Dat stelt Cora van Nieuwenhuizen, minister van Infrastructuur en Waterstaat in een reactie op kamervragen. De aanvraag van een nieuw besluit loopt daarmee verdere vertraging op.

De planning, in gang gezet door 'verkenner' Joost Schrijnen, ging uit van een dergelijk besluit door de minister dit jaar. Die termijn lijkt nu zeer onrealistisch.

Schrijnen was aan het werk gezet door de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Schiedam, Rotterdam en Lansingerland, om als onafhankelijk verkenner te adviseren over een te nemen luchthavenbesluit voor de luchthaven.

Vorige maand kwamen de onderzoekers Walter Manshanden en Leo Bus, aan het werk gezet door de BTV, met kritische noten ten aanzien van de maatschappelijke kosten-batenanalyse (mkba) die twee jaar geleden door het bureau Ecorys, in opdracht van de luchthaven, is opgesteld. Zo'n mkba hoort bij een aanvraag voor een nieuw Luchthavenbesluit. Conclusie van de onderzoekers: "Met andere waarden binnen de gegeven bandbreedtes is een negatief MKBA-saldo niet uitgesloten." Oftewel, als iets andere uitgangspunten worden genomen, overstijgen de kosten de baten.

Want in hun ogen had het vliegveld de uitkomst van de som groter gemaakt door de baten van uitbreiding sterk te overschatten en de externe kosten (aan herrie en luchtverontreiniging) voor de omwonenden laag in te schatten.

Nu meldt de minister in antwoord op vragen van kamerlid Suzanne Kröger van Groen Links: “De directie van de luchthaven RTHA heeft mij desgevraagd meegedeeld dat zij de MKBA uit 2016 zal actualiseren en dat zij daarbij zal ingaan op de contra-expertise in opdracht van de Vereniging Bewoners Tegen Vliegoverlast Rotterdam (BTV) evenals op andere reeds uitgevoerde toetsingen. De directie van RTHA zal ook de gebruikte berekeningen, bronnen en methodes openbaar maken. Ook in de toetsing van de economische onderbouwing die ik ten behoeve van vaststelling van het luchthavenbesluit zal doen, zal ik de reeds uitgevoerde toetsingen en contra-expertises betrekken.”

Een van de vragen van Kröger betrof ook het waardeverlies van woningen onder de aanvlieg- en landingsroutes van het vliegveld. “Hebben omwonenden een terechte claim tegen de luchthaven?”, aldus de politica. “Wie moet het waardeverlies compenseren?

De minister antwoordt dat schade veroorzaakt door het Luchthavenbesluit voor rekening van het Rijk komt. “Het gaat dan om schade die redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de benadeelde behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op andere wijze is verzekerd.” Belanghebbenden kunnen daarvoor volgens de minister een aanvraag indienen.

Een andere vraag van Kröger betreft het feit dat de omgeving van de luchthaven zou moeten meeprofiteren van uitbreiding, 'om zo lusten en lasten eerlijk te verdelen'. Hierop stelt Van Nieuwenhuizen: “Werkgelegenheid in de omliggende gemeenten is een van de eerste lusten van

een luchthaven.” Een omgevingsfonds, zoals bijvoorbeeld windmolenprojecten die kennen, bedoeld om de omgeving te compenseren voor geleden schade, kent het vliegveld niet. “Wel is de luchthaven een innovatieprogramma gestart om samen met bedrijven, onderzoeks- en onderwijsinstellingen in haar regio de Kennis uit te wisselen, als living lab voor nieuwe ontwikkelingen te dienen.”

Gerelateerd
Reacties