Lilith Ebbinge Wubben-van Praag: verdriet en heldenkracht in een leven

04-08-2019 Nieuws Redactie


IN MEMORIAM - Ze bracht de sterren rond, in Schiedam en Vlaardingen. De sterren die Joden vanaf 3 mei 1942 op hun kleding moesten dragen. Dertig kreeg ze er mee van haar vader, die ze wilde ontlasten omdat hij zo tegen de klus opzag. Lieneke (Lilith) Ebbinbe Wubben - van Praag, een opmerkelijke Schiedamse, is overleden.

Ze is ook een beetje 'de zus van', want haar broer Herman schopte het tot wereldvermaard psychiater. Maar haar eigen leven mag er ook zijn, een vertelling waardig. Tussen grote uitersten, met heldenkracht en diep verdriet over de zwartste kanten van de mensheid. Ze overleefde het concentratiekamp Theresienstadt.

Lilith Ebbinge Wubben – van Praag was een echte Schiedamse, ook al werd ze op 12 november 1925 geboren in een Rotterdams ziekenhuis. Vader Marius van Praag was directeur bij de Schiedamse Bouw- en Woningdienst. Samen met haar jongere broer Herman en haar moeder woonde het gezin lang in de Nassaulaan.

Lilith kon op haar elfde al naar het gymnasium. Toen de Duitsers Nederland binnenvielen begonnen zij hier hun anti-Joodse programma. In 1941 mocht Lilith niet langer naar het gymnasium; ze ging voortaan naar een school in Rotterdam, in de Lusthofstraat in west, die was opgezet speciaal voor Joodse leerlingen. Kon ze eerst nog met de tram naar school, na verloop van tijd werd het Joden ook verboden de tram te nemen. Dat gold voor kinderen vanaf veertien jaar; haar broertje kon nog wel met de tram. Lilith ging voortaan lopen.

Vanaf begin 1942 werden Joden verplicht om een ster te dragen met daarop het woord Jood. Vader Van Praag kreeg in Schiedam opdracht de sterren onder de Joden te verspreiden. Lilith besloot haar vader bij dat werk te helpen, juist omdat ze wist hoe verschrikkelijk hij die taak vond.

In november 1942 werd de vader van Lilith opgehaald uit huis in Schiedam, en naar het Haagse Veer in Rotterdam gebracht. Van daar ging het naar Westerbork. Enige dagen daarna werden ook moeder en de twee kinderen uit huis gehaald en naar de Hollandse Schouwburg in Amsterdam gebracht.

Doordat de familie behoorde tot de Barneveldgroep – een lijst van Joden die vanwege hun verdiensten lange tijd van transport naar en Arbeidseinsatz in Duitsland werden vrijgesteld – werden zij reeds na twee dagen vrijgelaten. Lilith van Praag is toen naar het kantoor van Ferdinand Aus der Fünten, Hauptsturmführer van Gestapo en SD gegaan. Daar in de Euterpestraat in Amsterdam eiste zij van Aus der Fünten, op basis van de afspraken over de Barneveldgroep, dat haar vader in Westerbork zou worden vrijgelaten. Zij wilde haar vader zelf aan de telefoon hebben. En zo geschiedde. Ook pa kwam vrij en het gezin ging naar Amsterdam.

Kort na de hereniging van de familie ging het naar Barneveld. Daar in kasteel De Schaffelaar woonden Joden van de genoemde groep – die daaraan zijn naam ontleende. Het geheel was van de buitenwereld afgesloten met een hek, maar dat verhinderde niet dat het kasteel volliep met Joden.

De Barneveldgroep was een geselecteerde groep, te danken aan de inspanningen van Karel Frederiks, secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken, aangesteld als aanspreekpunt voor de Duitse bezetter richting de Nederlandse overheid. Hij wist het diplomatiek zo aan te leggen dat de Duitsers hem gunsten wilden doen, en een belangrijke gunst was het opstellen van de lijst met mensen met verdiensten voor het land, die vrijgesteld zouden blijven van de gang naar Duitsland. De eerst beperkte lijst van Frederiks groeide en groeide, vooral met namen van Joodse gezinnen, tot wel zo’n vijfhonderd mensen. Daaronder wetenschappers, kunstenaars, doctoren en industriëlen.

In Barneveld gaf ook vader Van Praag les, want men besloot elkaars kinderen te onderwijzen. Het was voor de kinderen soms moeilijk om de lessen te volgen. De nieuwe leraren waren vaak zo hooggeleerd, dat ze moeilijk voor de leerlingen te volgen waren, zo vertelde Lilith in een interview. De kinderen waren leergierig en hielpen ook elkaar. Lilith ging vooral de talen goed af.

In september 1943 verscheen er ineens een trein bij het kasteel. Lilith zag het als een van de eersten en probeerde haar familie over te halen te vluchten via een uitgang in het hek. Maar pa en ma waren bang en weigerden. Zo kwam het gezin in Westerbork.

Vandaar ging de familie Van Praag op 4 september 1944 naar Theresienstadt, een Duits concentratiekamp. Bij aankomst waren daar vijftigduizend mensen; dagelijks werden er vijftienhonderd afgevoerd naar Auschwitz.

Toen de Russen het concentratiekamp Theresienstadt op 7 mei 1945 bevrijdden, waren er daar nog achtduizend Joden over. Lilith vertelde later dat ze na de bevrijding van de Russen mondjesmaat eten kregen, om te voorkomen dat ze door te veel eten zouden sterven na zo lang hongerlijden.

Het was voor de Nederlandse Joden in het kamp zeer frustrerend dat na de bevrijding allerlei landen hun landgenoten op kwamen halen. Nederland deed niets. Lilith was scherp genoeg te zien dat er een paar vrije plekjes waren in een Frans transport met vrachtwagens. Het gezin ging mee.

Lilith vertelde later hoe zij tot de grens van Slowakije meereisden met de Fransen, die vandaar westwaarts gingen. Na enkele dagen wachten kon het gezin Van Praag in zeven dagen naar Maastricht reizen met de trein. Vervolgens via België naar Eindhoven. Na enkele dagen naar Amersfoort en tenslotte naar Schiedam. Op het station van Schiedam stond niemand op hen te wachten, alhoewel men wist dat de Van Praags er aan kwamen. De stationschef schijnt nog naar de burgemeester te hebben gebeld, maar respons bleef uit. Het bleef een frustratie van Lilith. In Schiedam werd het gezin acht maanden ondergebracht in het Sint Jacobsgasthuis. Van daaruit verhuisden ze naar een huis in de Louise de Colignystraat.

Voor de familie Van Praag werd weggevoerd, had het een aantal bezittingen in bewaring gegeven bij anderen. Toen de familie kwam om de goederen terug te vragen, kregen ze die, behalve, opnieuw tot grote frustratie van Lilith, haar baljurk. Een ander wilde helemaal niets teruggeven. “Hij kon echter een half jaar na de bevrijding wel gaan rentenieren!”, zo liet Lilith niet na te vertellen.

In die tijd was het niet gebruikelijk om met je ouders te praten over hoe het gelopen was, welke emoties daarbij waren doorleefd, hoe men op zaken terugkeek. Het schijnt zelf zo dat broer Herman, later een bekend psychiater, jarenlang heeft geweigerd over de oorlog te praten.

Pa Van Praag kon na de oorlog weer aan het werk als directeur van de Bouw- en Woningdienst en hielp zo belangrijk mee aan de uitbreiding van de stad in de jaren 50 en 60. Lilith wilde zich inzetten voor de Joodse zaak en ging fysiotherapie studeren in Amsterdam. In Barneveld had ze reeds de kneepjes van het masseren onder de knie gekregen. Ze werkte op een bureau om mensen naar Palestina te helpen. Vele mannen volgden een landbouwopleiding in de Wieringermeer, om die kennis later in Palestina te kunnen toepassen.

In 1946/47 vertrekt Lilith van Praag naar Cethe in Zuid-Frankrijk, dicht bij Marseille. Daar bereidde ze tweehonderd ‘displaced persons’ (mensen die geen papieren hadden of niet terug naar hun land konden) voor op hun vertrek naar Palestina. Wekelijks ging zij met een vrachtautootje naar de markt om voedsel voor de mensen te kopen. Het geheel werd gefinancierd door de zionistische organisatie Haganah in Palestina, die zijn geld weer kreeg van Joden uit de Verenigde Staten.

Op zeker moment besloot Lilith zelf naar ‘het beloofde land’ te gaan. Zij ging aan boord van een schip, maar dat werd onderweg onderschept door de Engelsen. Zo kwam zij op Cyprus terecht. Zij werkte daar als verpleegster. Samen met twee jongens met wie ze op Cyprus een tent deelde, probeerde ze naar Palestina te reizen. De jongens werden opgepakt, en ook Lilith werd ‘verraden’ en terug naar het kamp gebracht. In oktober 1947 lukte het Lilith wel per schip naar Palestina te komen. Ook hier wilde ze als verpleegster aan de slag. Ze kreeg echter pleuritis. Haar ouders stuurden geld voor een ticket naar Nederland.

Zo kwam ze terug naar Nederland en bleef hier. Ze trouwde met de jurist Ebbinge Wubbe. In Israël was er een tekort aan verpleegkundigen; Lilith zette zich in om verpleegkundigen vanuit Nederland naar Israël te krijgen. Dat werk heeft zij vijftien jaar gedaan. Twee à drie keer per jaar ging zij voor vier weken naar Palestina om ook daar het werk in goede banen te leiden.

Lilith Ebbinge Wubbe – van Praag overleed op 19 juli. Zij werd geruime tijd eerder geïnterviewd doo rDeborah Lens namens de stichting Stolpersteine en was eregast van de Schiedamse organisatie.

PS. De naam van Deborah Lens is na eerste plaatsing toegevoegd.

Gerelateerd