Niet-westerse achtergrond niet de oorzaak van mindere leefbaarheid

13-08-2021 Nieuws Kor Kegel

Dogukan Ergin kan gerust zijn: de gemeente Schiedam laat zich bij het beleid niet leiden door de niet-westerse achtergrond van bewoners

SCHIEDAM – De migratieachtergrond van bewoners speelt in Schiedam geen enkele rol bij het bepalen van de leefbaarheid in de wijken. Dat is het stellige antwoord van het college van burgemeester en wethouders op schriftelijke vragen van Dogukan Ergin, fractievoorzitter van Denk in de Schiedamse gemeenteraad.  

Ergin was in de pen geklommen omdat de gemeente Schiedam een paar keer gebruik heeft gemaakt van de Leefbaarometer van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Bij de totstandkoming van de Leefbaarometer speelt de niet-westerse achtergrond van bewoners een rol bij de bepaling van de mate van leefbaarheid. Ergin vindt dat principieel onjuist. 

De antwoorden van het college van B & W liggen echter in dezelfde lijn. De niet-westerse achtergrond speelt in Schiedam nooit een rol in het maken en uitvoeren van beleid. De migratieachtergrond roept nergens bij de gemeente een negatief beeld op. Waar de migratieachtergrond wel een rol speelt, is dat juist in het voordeel van de betrokken culturen, omdat het dan gaat om toekenning van middelen voor onderwijsbeleid en bestrijding van taalachterstanden.  

Het college benadrukt dat de Leefbaarometer een instrument is van het ministerie van BZK en niet van de gemeente Schiedam. De barometer is in 2008 ontstaan uit een samenwerking tussen het toenmalige ministerie van VROM, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de onderzoeksbureaus RIGO en Atlas voor Gemeenten, tegenwoordig Atlas Research geheten. De minister van BZK gebruikt de barometer om de Tweede Kamer tweejaarlijks te informeren over de ontwikkeling van de leefbaarheid in Nederland. 

Schiedam heeft de barometer in 2017 gebruikt op verzoek van het ministerie van BZK. Dat was bij de aanvraag van middelen uit de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wet BMGP). BZK wees op basis van de Leefbaarometer zestien kwetsbare gebieden aan waar de leefbaarheid met inzet van extra rijksmiddelen moet worden verbeterd. 

Incidenteel gebruikte Schiedam de barometer om externe bron om eigen bevindingen hieraan te toetsen. Dat was het, want beleidsbeslissingen voor Schiedam neemt het college op basis van de gegevens van het Kenniscentrum voor Schiedam, Vlaardingen en Maassluis. De Staat van de Stad is voor Schiedam het ijkpunt voor leefbaarheidsvraagstukken. Hoewel hierin tot op buurtniveau een tamelijk nauwgezet beeld wordt geschetst van de leefbaarheid, veiligheid, zorg, welzijn en sociaal-economische omstandigheden zoals inkomen, uitkeringen en opleidingsniveaus, speelt de niet-westerse achtergrond geen enkele rol.  

Terzijde neemt het college het wel een beetje voor de minister op. Hoewel een van de honderd indicatoren voor de Leefbaarometer de niet-westerse achtergrond meeweegt, zegt het ministerie dat uit de barometer op geen enkele manier kan worden afgeleid dat bewoners met een migratieachtergrond de oorzaak zijn van een mindere leefbaarheid in hun wijk. Er is geen causaal verband. Wel geeft het model aan dat bewoners met een migratieachtergrond, met een aag inkomen en met een lage opleiding vaker wonen in kwetsbare wijken met relatief lage huren (sociale woningbouw), waar veelal een opeenstapeling van problematiek is, waardoor volgens het oordeel van de bewoners zelf de leefbaarheid minder is.  

Het college benadrukt dat de niet-westerse achtergrond (Ergin noemde als voorbeelden Marokkanen, Turken, Surinamers, Oost-Europeanen) geen rol speelt bij het bepalen van de leefbaarheid van de Schiedamse wijken. Dat had te maken met heersende opvattingen bij meer gemeenten. Inmiddels heeft ook het ministerie van BZK besloten dat de migratieachtergrond geen deel mag uitmaken van het bepalen van beleid op welk gebied dan ook. Demissionair minister Kajsa Ollongren wil namelijk onjuiste interpretatie voorkomen omdat het zou kunnen bijdragen tot stigmatisering van specifieke groepen in de bevolking.