Nu het station Kethel terugkeert...

20-11-2022 Nieuws Han van der Horst


COLUMN - In Schiedam heerst grote vreugde over de terugkeer van station Kethel, zij het niet helemaal op de oude plek. Oorspronkelijk lag het bij de Poldervaart ter hoogte van de tweesprong waar tegenwoordig de Kerklaan en de Joppelaan elkaar ontmoeten. In 1892 ging het open, in 1938 volgde sluiting wegens gebrek aan belangstelling van de reizigers. Dat was geen wonder: het stationnetje lag ver van de Kethelse dorpskom. Aanvankelijk stopten er slechts drie treinen per dag in beide richtingen. Met ingang van 15 mei 1938 ging de halte dicht. De laatste trein vertrok de avond tevoren om half elf. 

Het was allemaal een zeer bescheiden bedoening. Kaartjes moest men aanvankelijk kopen bij baanwachter W. Kolvers aan huis en bij lelijk weer mochten de weinige passagiers in zijn huiskamer wachten. 

Als die er waren tenminste. In dat geval hees meneer Kolvers een groot wit bord op. Dan stopte de trein. Anders stoomde hij door. Na donker stak hij langs de baan een grote lamp met rood licht aan. 

De baanwachter bediende ook de spoorbomen van de nabije overweg. 

Later kwamen er wachthuisjes op de perronnetjes en was het ook afgelopen met het systeem 'stopt-op-verzoek'. Een redelijk reizigersaanbod was er alleen op dinsdag en donderdag als er veemarkten gehouden werden in Delft en Rotterdam. De autobus van meneer Van Dam, die sinds 1923 een verbinding onderhield tussen Kethel en Schiebroek via Schiedam en Overschie, was een geduchte concurrent voor de spoorwegen. Van Dam had het busje aanvankelijk aangeschaft voor het vervoer van eenzame zeelieden naar zijn café De Halve Maan, waar de warmte niet alleen door drank geboden werd. Hij fungeerde bovendien als particulier chauffeur voor de burgemeester van Kethel en Spaland, want met zo´n nering moest je het gezag te vriend houden. Na enkele jaren deed Van Dam zijn buslijn over aan een wat groter bedrijfje, de Terbregsche Omnibus Dienst (T.O.D). Die reageerde op de sluiting van het station Kethel door de buslijn te verlengen naar het eind van de Kerkweg, waar de katholieke Sint Jacobuskerk stond. Dat was door de nood gedwongen want voor de smalle Joppelaan waren de voertuigen te groot. 

Kort daarna verkocht de T.O.D. het lijntje naar Kethel voor vijfduizend gulden aan de RET, die in 1940 een uurdienst instelde. De Lijn kreeg de letteraanduiding L. Later zou dat lijn 40 worden. Oudere Schiedammers herinneren zich die nog wel. 

En nu komt er dus na een jaar of negentig weer een nieuw station Schiedam Kethel, waarschijnlijk een stuk verderop bij het viaduct van de Slimme Watering.

Alles prachtig. Wat voor mij onbegrijpelijk blijft, is dat men niet meteen de gelegenheid te baat neemt de tramnetten van de RET en de HTM aan elkaar te koppelen. Dat kan door RET-lijn 21 door te trekken naar het eindpunt van de Haagse HTM lijn 1, een kilometer of drie verderop. Dan kan men een nieuwe tramlijn in dienst stellen van bijvoorbeeld het Marconiplein dwars door Schiedam, Delft en Rijswijk naar de binnenstad van Den Haag. Dat zou voor heel veel mensen een uitkomst zijn. En de groenzone tussen Schiedam en Delft zou daar nauwelijks onder lijden. 

Voor de originele foto zie hier.



Gerelateerd