Oekraïensen tussen vrees en hoop: naar Schiedam

06-10-2022 Nieuws Ted Konings

Iryna (l) en Mariia (r), samen met Ivanka en Liudmyla Borozenets, ook vanuit Kiev gevlucht naar Schiedam


SCHIEDAM - De oorlog in Oekraïne beheerst sinds dik een halfjaar de nieuwsrubrieken. En daarmee ook een flink deel van onze collectieve ervaring. Maar sinds bijna net zo lang is er ook een andere manier om geconfronteerd te worden met die ontstellende gebeurtenissen zo dicht bij huis, op pakweg de afstand naar Milaan en terug: in gesprek met de vluchtelingen uit het land die in onze stad zijn neergestreken.

Sinds de Russen het land binnenvielen op 24 februari ontving de stad op rivierschepen, in een voormalig verzorgingshuis en niet te vergeten bij particulieren, ruim vierhonderd Oekraïners. Zij vinden sindsdien hun weg in het leven in een vreemde stad waarvan ze eerder vast nog niet hoorden. Wie zijn deze mensen, en hoe vergaat het hun? Schiedam24 ontmoette twee Oekraïensen en sprak hen uitgebreid over hun ervaringen. Maar ook over hun leven ‘thuis’, en natuurlijk komen de ontberingen die zij meemaakten toen zij vluchtten aan de orde. Ze hadden veel te vertellen; we delen het artikel op in enkele stukken. Hier het tweede deel - zie hier het eerste stuk van het artikel.

Mariia Cherednichenko: "We leerden dat het met mijn oma goed ging. Ze leeft in Melitopol, in het zuiden, de stad waar de familie van mijn vader vandaan kwam. Een regio waar altijd al veel Russische propaganda was, omdat het niet ver van de Krim is. Er was altijd discussie, welke taal moesten we spreken? Welk land is beter? Er was propaganda. Pas in de laatste vijf jaar is Melitopol helemaal veranderd. De stad die nog steeds niet was hersteld van de oorlog 40-45 werd herbouwd, de regering deed veel voor nieuwe scholen, wegen, parken. Het bleek er helemaal niet zo slecht te zijn. Nu is de regio bezet; we kunnen niet eens met oma bellen. Het is er verschrikkelijk, net als in Cherson en Donetsk.”

De moeder van Iryna Khersonskaya woont in Cherson, de stad die snel door de Russen werd bezet maar nu weer meer en meer in de frontlinie komt te liggen. Afgelopen week werd ook daar het betwiste referendum gehouden. “De Russen ontnamen mijn moeder haar kleine Oekraïense pensioen. Er moet in de stad in roebels betaald worden. Mijn moeder heeft Parkinson en heeft medische hulp nodig. Ik doe mijn best om voor haar te doen wat ik kan…

De Russische soldaten die er zijn, komen uit Siberië. Ze zien ons goede leven, onze wegen en steden en zijn jaloers. Ze stelen alles. Ze openen deuren als ze willen. Veel van ons hebben garages. De muur van de garage van mijn moeder is gesloopt. Ze komen naar rijke flats en stelen alles, wasmachines zetten ze op transport naar hun families in Rusland. Of ze halen hun families naar Cherson. Die zijn arm en kunnen zo in flats van mensen die zijn gevlucht.”

Mariia wist verblijvend bij haar familie in Ternopil niet wat te doen. “We spraken er veel over. Ik was vooral bang voor een ecologische ramp als die met de kerncentrale in Tsjernobyl. Ik vond dat we zo ver als we konden komen moesten gaan. De grens over, en dan liefst niet in de grenslanden, maar verder. Ik heb er nooit eerder over nagedacht in een ander land te wonen. We hadden geen plan, maar we moesten een keus maken. We kozen voor Hongarije. Dus na een week gingen we die kant op. Mijn man bracht ons weg, naar de grens. Die liepen we over, Ivanka en ik. Klanten van mijn man vingen ons daar op. Hij heeft in Kiev een bedrijf dat expats helpt om te aarden in Oekraïne.” Mariia zelf is een jurist. 

“Een van de klanten hielp ons om in Boedapest onderdak te vinden. Na een week daar besloten we door te reizen. Naar Nederland. Een vriend van mijn zus leeft in Nederland, al tien jaar.”

Met de trein kwamen ze naar Nederland. Gewoon, door een kaartje te kopen. “Het Oekraïense paspoort is momenteel het meest gewilde in de wereld”, haalt Iryna een grap aan die rondgaat en die de galgenhumor van de Oekraïners wel aanspreekt.

Iryna had ‘een magische ervaring’ toen ze aan de andere kant van de Pools/Oekraïnse grens een bekend gezicht zag opdoemen. Een Nederlander, die ze via een talencursus had leren kennen en die haar vorig jaar zomer in Oekraïne had opgezocht. “Hij was met een Poolse collega naar de grens gereden. Had daar vakantie voor opgenomen.”

Daarmee was haar reis nog niet tot een goed eind gebracht. Samen verbleven ze in Duitsland ook nog in een ‘spookhuis’. “We hadden zo maar iets geboekt, het moest goedkoop zijn. We kwamen in een huis met Moldavische mannen en een Russische vrouw. We wisten niet wat ze gingen doen. De vrouw was aardig, ze was ‘so sorry’ en we kregen nota bene een tas met spullen om te eten en voor onderweg. Dat wilden we niet aannemen. Eten was in die dagen sowieso moeilijk, van de spanning had ik geen trek. Als andere geste bracht ze ons grote poppen, heel oud moesten ze zijn. Maar het leken wel dode kinderen, ik kon er niet van slapen, het leek wel een horrorfilm. De volgende dag hebben we ze ook niet meegenomen, ook al drong de vrouw daar wel op aan.”

Mariia vond onderdak aan de Lange Haven, inwonend bij de tandarts. Ze kreeg daar een plaatsje toegewezen. “We spraken af dat we drie maanden konden blijven. En dat is wel langer geworden, we dachten dat de oorlog na de zomer wel voorbij zou zijn. Ik heb steeds gedacht dat we tegen die tijd weer terug konden. Ik kan me eigenlijk nog niet voorstellen dat dat niet kan. Oké, in onze buurt in Kiev zijn tweehonderd gebouwen beschadigd of verwoest. Het is er nog gevaarlijk.” Mariia is haar gastgezin erg dankbaar. “Het was onze kans om ons weer een beetje thuis te voelen, en gevoel dat we verloren waren.” De situatie blijft onzeker, de oorlog duurt maar voort, tot de herfst is er wel gelegenheid om bij het gastgezin te blijven. Mariia ging wel op zoek naar een ander onderkomen en vond dat kort geleden in Vlaardingen.

Dankzij de hulp van een vrijwilligster, Kateryna Vinitskyi. “Zij hielp ons aan een nieuw adres. Ze is een Oekraïense die al jarenlang in Nederland woont. Ook al heeft ze drie kinderen, ze vindt toch de tijd om andere Oekraïners te helpen. Ze heeft in Rotterdam een kunstschool voor Oekraïners, waar kinderen de taal en cultuur kunnen leren, op een hele leuke manier, dus met zingen en dansen en op andere creatieve manieren.

Zij organiseerde ook het werk van Dakh, een organisatie die zich inzet om plek te vinden voor Oekraïners in Nederland. Om ze zich hier thuis te laten voelen, bekend te maken met de Nederlandse taal en cultuur en ook mentaliteit te laten begrijpen. Dakh organiseert allerlei bijeenkomsten, zoals dus talencursussen, hobbycursussen voor Oekraïners maar ook Nederlanders, bijvoorbeeld voor mensen hier die onze taal en cultuur willen leren kennen. En ook informatiebijeenkomsten voor de ontheemde Oekraïners die hier nu tijdelijk zijn. Ze hebben nog veel ondersteuning nodig, donaties zijn welkom, bijvoorbeeld om leraren te kunnen betalen, eten, de huur van hun gebouw en ook vrijwilligersvergoedingen te kunnen geven voor al die mensen die vrijwillig helpen met lessen of cursussen of anderszins.” Meer informatie, ook over bijdrages, is hier te vinden.

Het is niet makkelijk, voor Mariia en haar dochtertje. “We zijn voor altijd gewond. We hebben een trauma opgedaan. We leefden een normaal leven, en ineens is er niets meer. 

Er is ook zo veel onzekerheid. Zoveel is niet duidelijk, ook hier in Nederland niet. Onze status. Ik voel me nog altijd niet veilig. We hebben een andere status dan andere vluchtelingen; deze situatie is voor de hele wereld nieuw.”

Zaterdag het vervolg van de ervaringen van Mariia en Iryna.



Gerelateerd