Op de goede weg met de wijkondersteuningsteams

25-08-2020 Nieuws Kor Kegel

Bij het WOT kan iedereen met sociale en financiële problemen terecht om hulp te vragen

SCHIEDAM – De Ouderenpartij Schiedam zat erbovenop met kritische schriftelijke vragen. De partij had weet van een schrijnend geval, dat door te weinig souplesse van een wijkondersteuningsteam (WOT) onvoldoende geholpen werd. 

De Ouderenpartij merkt op dat klantvriendelijkheid en gevoel voor urgentie niet bij alle WOT-medewerkers vanzelfsprekend is. Maar er wordt ook een voorbeeld genoemd van een WOT-medewerkster die op haar vrije dag haar uiterste best deed om een cliënt te helpen. Zo kan het dus ook. De Ouderenpartij wil niet alleen maar zuur en negatief overkomen.  

Een paar dagen eerder had het college van burgemeester en wethouders zich veel positiever geuit. De gemeente Schiedam is met de wijkondersteuningsteams op de goede weg, stelde het college in een brief aan de gemeenteraad. Dat werd uitvoerig toegelicht. Waar de Ouderenpartij de nadruk legde op bedrijfsongevalletjes en onheuse bejegening, daar kwam het college met heel andere bevindingen. Aanleiding was het rapport ‘Evaluatie WOT Schiedam’, waarin het maatschappelijk rendement van werken in de wijk nader wordt bekeken.  

Schiedam is een kleine tien jaar geleden begonnen met een andere invulling van het sociaal domein. Anders gezegd, het maatschappelijk werk in brede zin werd anders opgezet. Eind 2012 kwam in Nieuwland de eerste WOT. Nu zijn er zes actief in de stad. De WOT’s zijn voor alle bewoners in de eigen wijk die ondersteuningsvragen hebben op het gebied van zorg, welzijn, opvoeden en inkomen. Nu ze al een poos actief zijn en aan de vooravond staan van doorontwikkeling naar een stabiele en toekomstbestendige organisatie, had het college van B & W behoefte aan een evaluatie.  

Die evaluatie is uitgevoerd door het Amsterdamse onderzoeksbureau LPBL aan de hand van een maatschappelijke kosten-batenanalyse (mkba). Het bureau doet onderzoek voor ongeveer veertig gemeenten, de provincie Zuid-Holland, vijf ministeries en de Nederlandse Spoorwegen. 

LPBL opereerde vanuit het perspectief van de cliënt van het WOT, van de gemeente en van betrokken maatschappelijke organisaties. De mkba brengt alle voor- en nadelen van een interventie onder één noemer en het wordt vergeleken met een situatie waarin er geen WOT’s zouden zijn. De baten (voordelen) worden net als de kosten uitgedrukt in euro’s. Dit geldt ook voor maatschappelijke effecten die niet direct een prijskaartje hebben, zoals kwaliteit van leven of je veilig voelen. Als de baten uiteindelijk hoger zijn dan de kosten, dan zorgt de interventie voor een toename van de maatschappelijke welvaart.  

Conclusie van LPBL is dat de WOT’s de beoogde effecten realiseren en doen waarvoor ze zijn opgericht. Met de inrichting van de WOT’s is gekozen voor een vorm waarin de gemeente zorgaanbieders subsidieert voor het leveren van medewerkers en coördinatoren in de teams. De gemeente is eindverantwoordelijk en heeft daarnaast een faciliterende rol. De samenstelling van de WOT’s varieert per wijk en is geënt op een wijkanalyse. Vertegenwoordigde specialismen zijn jeugd- en opvoedhulp, (jeugd-)GGZ, maatschappelijk werk (waaronder seniorenadviseurs), schuldhulpverlening en opbouwwerk. 

Uit de analyse blijkt dat de WOT’s laagdrempelig zijn, huishoudens vroegtijdig bereiken en bijdragen bij aan substitutie van formele zorg door informele zorg. Klanten geven aan tevreden te zijn. Op basis van de dossieranalyse concluderen we dat de geboden ondersteuning ook effectiever is dan voorheen: meer huishoudens worden bereikt, er ontstaat financiële stabiliteit, er is extra kwaliteit van leven, meer mensen gaan aan het werk en er worden escalaties voorkomen.  

De WOT’s zijn er om integrale zorg en ondersteuning te bieden aan bewoners in hun directe omgeving. Zij vormen de toegang in de wijk voor bewoners die hulpvragen hebben op het gebied van zorg, jeugdhulp, welzijn en inkomen. De WOT’s werken op basis van een heldere visie: zelfredzaamheid waar het kan, ondersteuning waar het hoort en doorpakken waar het moet.  

Het college van B & W toont tevredenheid dat uit het onderzoek blijkt dat het resultaat voor de WOT’s positief is. Dit betekent dat de extra kosten die met de interventies van de WOT’s worden gemaakt en de extra zorg die is ingezet, worden terugverdiend door het geheel van de financiële én immateriële baten. De WOT’s werken efficiënt, ze voorkomen escalaties van problemen en ze zorgen voor effectieve ondersteuning (integraal en maatwerk). 

Dat levert maatschappelijke voordelen op, die het acceptabel maken dat er extra kosten worden gemaakt voor extra inzet van hulp- en zorgverlening in de wijken. De WOT’s zijn laagdrempelig. Uit de mkba blijkt dat elke geïnvesteerde euro in financiële en maatschappelijke zin één euro en vijf eurocent oplevert.  

Dat vloeit echter niet terug naar de gemeente, maar het vertaalt zich in een toegenomen kwaliteit van leven van de cliënten, verbeterde ontwikkelingskansen en risicobeheersing (de-escalatie). LPBL doet aanbevelingen om tot een hoger financieel en maatschappelijk rendement te komen.  

Het college schrijft: “Het is belangrijk om vast te stellen dat uit de evaluatie duidelijk naar voren komt dat de WOT’s doen waarvoor ze zijn opgericht. Wij willen vasthouden aan de WOT’s als instrument om laagdrempelige zorg en ondersteuning in de wijken te organiseren. Het onderzoeksbureau adviseert om scherper te selecteren welke vragen en welke doelgroepen wel en niet worden opgepakt door de WOT’s. Wij zijn hierover van mening dat juist deze laagdrempelige toegang de WOT’s uniek maakt. De WOT’s vormen een belangrijk vangnet voor bewoners die vaak nergens anders meer terecht kunnen.” 
Het college neemt dan ook niet de aanbeveling over om aan de voorkant bepaalde doelgroepen en hulpvragen uit te sluiten. Daardoor kunnen de WOT’s hun laagdrempelige toegang verliezen.  

Het lukt de WOT’s om in één op de tien huishoudens de formele zorg te vervangen door informele zorg. De zelfredzaamheid van bewoners zou beter benut kunnen worden, Dan worden de maatschappelijke baten hoger. Ook zou de persoonlijke en sociale begeleiding van hulpvragers meer op maat gesneden moeten zijn. De WOT’s moeten meer ruimte krijgen voor de ondersteuning van wijkbewoners. Dat vraagt wel om extra inzet en dat wordt meegenomen in de behandeling van de gemeentebegroting 2021.