Rechter: geen snelle uitspraak café Sien

04-02-2020 Nieuws Redactie


SCHIEDAM – De rechter neemt in de zaak rond café Sien geen ‘voorlopige herziening’, een besluit waarmee in een juridisch dispuut versneld een uitspraak kan worden verkregen.

De exploitant van het café had om zo’n voorziening gevraagd, omdat het horecabedrijf nu gesloten is. De gemeente gaf geen vergunning af. Op vrijdag 24 januari stonden de advocaten van beide partijen voor de rechter. Zie dit artikel.

Ter onderbouwing van zijn besluit stelt de rechter dat ‘onverwijlde spoed’ niet meer van toepassing is. Ook al omdat het omstreden besluit van de gemeente al van 27 december dateert.

Verder constateert de rechter dat het brand- en explosiegevaar en gevaar voor de volksgezondheid waarover de advocaat van Sien repte, geen spoedeisend belang oplevert. Ook al stelde de advocaat dat, omdat de centrale verwarming in het pand nog aanstaat en zich bederfelijke etenswaren in het pand bevinden, deze gevaren zouden gelden. De gemeente gaf aan dat de centrale verwarming ten tijde van de sluiting omlaag is gedraaid en dat er afspraken te maken vallen over het ophalen van de bederfelijke etenswaren en de post.

Ook het feit dat door de sluiting er geen inkomsten binnenkomen, terwijl er wel leningen zijn aangegaan om het café te kunnen openen, is volgens de rechter geen reden voor een snelle uitspraak.

“Dit kan echter wel het geval zijn als sprake is van een acute financiële noodsituatie, als de continuïteit van de betrokken onderneming wordt bedreigd of als er anderszins een onomkeerbare situatie ontstaat”, zo stelt de rechter ook. Om daarop te concluderen dat ‘hiervan niet is gebleken’.

De overlegde financiële stukken tonen dit niet aan en er zijn geen schulden die duiden op een dreigend faillissement of een dreigende ontruiming, aldus de rechter.

Ook is er geen sprake van een ‘een apert onrechtmatig besluit’, zoals de rechtbank dat noemt. Dat zou reden voor een snelle uitspraak kunnen zijn. “Daarvan is hier echter geen sprake.” Het beroep van de advocaat van de exploitant op de Europese Dienstenrichtlijn, maakt geen indruk op de rechter.

De zaak zal worden vervolgd in de bodemprocedure.



Gerelateerd