Rob Lutz maakte van Zaal Irene een succes

19-02-2020 Nieuws Kor Kegel


SCHIEDAM – Na een beroerte kon Rob Lutz niets zelf meer doen. Nadenken kon hij nog goed, maar als ’s ochtends de thuiszorg was geweest, zei hij: “Wat nu, Ineke? Wat nu de rest van de dag?”

Rob Lutz is altijd een doener geweest. Stil zitten kon hij niet, hij was altijd in de weer. Het vooruitzicht alleen nog maar in een stoel te zitten, verder niets kunnend, benauwde hem. Hij wilde niet verder. “Wat konden wij anders dan zijn wens te respecteren?” zegt zijn vrouw Ineke.

Altijd bezig: zo kende Schiedam hem in de jaren zeventig en tachtig. In 1969 was Rob Lutz beheerder geworden van Zaal Irene, eigendom van de Vereniging tot Bevordering van de Belangen van de Nederlands Hervormde Kerk. Het zalencentrum aan de Nieuwe Haven 155 bestond sinds 1932 en was in 1939 naar de op zaterdag 5 augustus van dat jaar geboren prinses Irene genoemd. Met het achterliggende verenigingslokaal had Zaal Irene aanvankelijk een voor de kerk ondersteunende functie, maar in de loop der jaren was het een stoffige bedoening geworden. Tot de vereniging Lutz aanstelde als beheerder.

Lutz wist van aanpakken. Hij wist het bestuur te overtuigen dat Zaal Irene een florerend zalencentrum kon worden. Een kwestie van contacten leggen met het Schiedamse verenigingsleven en ook zelf initiatieven nemen. Lutz mocht zijn gang gaan, maar wel op eigen risico en op eigen kosten. De eerste paar jaar investeerde hij in netwerken en contracten sluiten. Maar allengs wisten Rob en Ineke steeds meer activiteiten in huis te halen. Toneelvoorstellingen, carnavalsavonden, muziekoptredens, cursussen, bruiloften, personeelsfeesten. Elke middag en avond hadden verschillende groepen Schiedammers wel een reden om naar Zaal Irene te gaan.

Maar politieke partijen zijn ook verenigingen, dacht Lutz. Hij wist ze te interesseren om hun afdelingsvergaderingen aan de Nieuwe Haven te houden. Zo ontstond het idee om nog meer te doen. In 1970 organiseerde Lutz een verkiezingsavond. Er waren gemeenteraadsverkiezingen. Niet alleen vond er een politiek debat plaats met bijzonder veel publiek. Ook vond er op verkiezingsdag een uitslagenavond plaats, waar de PvdA/PPR-fractie met zestien van de vijfendertig raadszetels uit de bus kwam, veruit de grootste fractie in de Schiedamse gemeenteraad. Zo veel zetels heeft een fractie in Schiedam sindsdien niet meer gehaald.

Die verkiezingsavonden werden een traditie. Of het nu om debatten ging of om de uitslagen, altijd was er spanning en levendigheid.

De Lutzen schrokken zich een hoedje, toen de Vereniging tot Bevordering van de Belangen van de hervormde kerk in 1975 aankondigde Zaal Irene te willen afstoten, omdat het niet meer de belangen van de kerk bevorderde. Er waren zelfs activiteiten op zondag!

Lutz had een uitstekende relatie met de lokale journalisten en kon in menig interview verzuchten dat Schiedam niet meer zonder een Zaal Irene kon. Hij zei dat overigens met alle waardering voor collega’s van andere zalencentra zoals Beatrix en Arcade. “We hebben allemaal ons eigen publiek”, zei hij.

Rob en Ineke Lutz onderzochten de mogelijkheid het complex zelf aan te kopen en voort te zetten. Dat lukte met behulp van de gemeente Schiedam. Een paar jaar eerder waren enkele zalencentra in Schiedam opgeknapt, betaald uit de Watermiljoenen die Rotterdam aan Schiedam had betaald om onder de eeuwigdurende levering van gratis drinkwater af te komen. De gemeente maakte zich bezorgd dat als Zaal Irene zou worden verkocht aan een particulier die er een wooncomplex of een andersoortig bedrijf van wilde maken, de opknapkosten van Zaal Irene een maatschappelijke desinvestering zouden zijn geweest. De gemeente had dus redenen om Zaal Irene als zalencentrum behouden te zien – en daar was Lutz de uitgelezen figuur voor.

Zaal Irene bleef onder zijn leiding een begrip in de stad. Hij ging vooral ook door met de organisatie van verkiezingsavonden, waarmee hij niet alleen een heel andere doelgroep in huis haalde, maar wat hem ook publiciteit opleverde, omdat die avonden altijd wel nieuws opleverden.

Het was niet eens door verkiezingen met wisselende coalities tot gevolg en dus ander beleid, maar het was door de maatschappelijke trend in heel Nederland dat overal wijkcentra uit de grond werden gestampt. Ineens kregen de particuliere zaaleigenaren concurrentie van wijkcentra met lage huren en bartarieven. Tot Lutz’ verbijstering besloot carnavalsvereniging De Rietzeilers in 1980 om Zaal Irene vaarwel te zeggen, ondanks alle goede zorgen en de uitbundige feestavonden, en voor het net opgeleverde wijkcentrum De Blauwe Brug in Groenoord te kiezen.

Meer activiteiten verhuisden naar de wijkcentra. Het werd een opgave om Zaal Irene rendabel te laten draaien. Toch lukte het Lutz. En af en toe had hij een meevaller. Sociëteit Instuif Schiedam, ooit onlosmakelijk verbonden met zaal Arcade aan de Lange Haven 71, was na de sluiting van Arcade een slapend bestaan gaan leiden, maar een reünie leidde tot heropleving en dat ging tot uiting komen in Zaal Irene.

De verkiezingsavonden bleven hoogtepunten, niet alleen als er een nieuwe gemeenteraad werd gekozen, maar ook als er verkiezingen waren voor de Provinciale Staten van Zuid-Holland en de Tweede Kamer. Lijsttrekkers gingen met elkaar in debat. Politici volgden op tv-toestellen in de grote zaal de binnenkomende uitslagen uit verschillende steden.

Tot september 1989. Rob en Ineke Lutz vonden het na twintig jaar welletjes en wilden heel iets anders gaan doen. “Er is meer in het leven dan zalen doen”, zei Rob Lutz. Zaal Irene werd in oktober 1989 verkocht aan de Jehova’s Getuigen, die er na een verbouwing begin 1990 een Koninkrijkszaal vestigden.

Eigenlijk dacht de Schiedamse politiek dat er geen verkiezingsavonden in Irene meer zouden komen. Maar in mei 1989 was het kabinet-Lubbers II gevallen over het reiskostenforfait. De VVD was tegen aftopping van de belastingaftrek voor woon-werkverkeer en riskeerde een breuk met het CDA, maar premier Ruud Lubbers wachtte de scheuring niet af. Hij diende het ontslag van zijn kabinet in. Het leidde tot nieuwe Kamerverkiezingen op woensdag 6 september 1989 en er kon dus nog net een verkiezingsavond in Irene plaatsvinden, want de Jehova’s zouden het in oktober overnemen.

De Schiedamse politiek nam plechtig afscheid van Rob Lutz. “Alle jaren heb je ons allemaal in de waan gelaten dat we de beste partij waren. Ik vond dat heel knap”, sprak de nestor van de Schiedamse gemeenteraad, Gerard Verhulsdonk (VVD) in aanwezigheid van het politieke wereldje met lokale kopstukken als Eef Collé (CPN), Siem Rosman (CDA) en Jan Simons (PvdA).

Overigens leidde de verkiezingsuitslag tot de vorming van Lubbers III.

Rob en Ineke bleven in Groenoord wonen, maar namen in Vlaardingen een snackbar annex lunchroom over, met behulp van hun dochter Nancy. Een heel andere stiel, maar aan de Kuiperstraat/Fransenstraat gingen ze er met dezelfde bezieling tegenaan. Het aloude adagium ‘de klant is koning’ maakten ze nog helemaal waar.

De crematie had al plaatsgevonden toen het overlijden van Rob Lutz bekend werd gemaakt. Hij is op zondag 2 februari op 76-jarige leeftijd overleden.




Gerelateerd