Schiedam tegen spitstarief in ov

30-03-2020 Nieuws Redactie


SCHIEDAM - Schiedam voelt niet voor een spitstarief in het openbaar vervoer in de (Metropool)regio. Dat schrijft het college aan de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Of voor tariefsverhogingen in het algemeen.

De MRDH gaat over openbaar vervoer, en legde de gemeenten in het bedieningsgebied van RET en HTM de resultaten voor van een onderzoek naar mogelijkheden om met de tarieven in het openbaar vervoer, te zorgen voor spreiding van het vervoersaanbod over de dag, en zodoende meer capaciteit. Want het ov lijkt aan eigen succes ten onder te gaan: de MRDH signaleert een groei die 'nu al explosiever is dan gedacht en verwacht (uitschieters in 2018 naar tien, twaalf procent op enkele knooppunten) en dan moet de echte bevolkingsgroei nog komen'. Gemiddeld groeide het ov in de regio tussen 2014 en 2018 met drie procent per jaar. Een tweede doel van het onderzoek was om te kijken of het ov daarbij ook betaalbaar kon blijven voor alle inwoners van de metropoolregio, ook die met een kleine portemonnee. Uitgangspunt was om de inkomsten uit ov daarbij gelijk te houden.

Tijd om de inbreng van de MRDH in de Schiedamse gemeenteraad te bespreken was er niet, aangezien een reactie werd gevraagd voor 31 maart. Injuli wil de MRDH al knopen doorhakken. B&W van Schiedam besloten daarom een conceptreactie op te stellen en die de raad voor te leggen.

In die reactie gaat het college de verschillende punten die de MRDH onderzocht, langs. Onder meer een dalkorting, vergelijkbaar met die van de NS, zou een optie zijn. Daarover zegt B&W van Schiedam: "Wij zijn positief over een dalkorting, maar negatief over de combinatie met een hoger spitstarief. Het beeld is dat het huidige openbaar vervoer al overvol is tijdens de spits, zodat alleen al om die reden de spits indien mogelijk wordt gemeden." De prijs van het ov in de spits verhogen, heeft dan volgens Schiedam geen zin.
Uit reizigersonderzoek (onder vijftienhonderd mensen) bleek twaalf tot veertien procent van de reizigers in de spits, bij een prijsverhoging dat moment op de dag te gaan mijden voor hun reizen. Bij het verlenen van een korting in de daluren stelt 21 procent van de spitsreizigers andere reistijden aan te gaan houden.

Volgens de MRDH is voor het verlenen van een korting van veertig procent buiten de spits, een verhoging van 36 procent van het reguliere tarief nodig om gelijke opbrengsten te houden. De korting gaat dan over het verhoogde tarief. Dit lijkt veel werk en duur voor weinig resultaat (vijf tot zes procent minder reizigers in de spits). Dat komt voor een belangrijk deel omdat alle mensen die nu al in de daluren het ov gebruiken, dan ook goedkoper zouden gaan reizen, of anders gezegd: voor lagere opbrengsten zouden gaan zorgen.

Wel zinnig om de capaciteit van het ov beter te benutten, kunnen volgens B&W van Schiedam vormen van overleg zijn. "Afspraken maken met onderwijsinstellingen lijkt hierbij meer soelaas te bieden."

Kritiek oefent het college ook op de berekening van het metropoolregio: "U verwacht dat een dalkorting in combinatie met een tariefsverhoging per saldo tot lagere opbrengsten leidt. Hierbij lijkt niet te zijn doorgerekend dat de zes procent reizigersgroei kan woden gefaciliteerd tegen gelijkblijvende kosten en zes procent hogere opbrengsten: achttien miljoen euro per jaar."

Volgens B&W vormen de hoge tarieven van het ov een 'sterke belemmering' om vaker de bus, tram of metro te pakken. "Wij verwachten bij lagere daltarieven zowel spreiden van de reizigers naar de periode buiten de spits, als een aantrekkelijker reizigersproduct met toenemende reizigersaantallen en reizigersopbrengsten."

Enige relativering is op zijn plaats. Uit reizigersonderzoek bleek slecht twaalf procent van de reizigers te weten wat hun reis kostte. 47 Procent durfde zelfs geen schatting te maken.

Daarom is het verhogen van de ov-tarieven, bijvoorbeeld voor sneller openbaar vervoer volgens Schiedam geen goede optie. De MRDH stelt dat de komende jaren diverse ov-projecten worden ontwikkeld of opgeleverd. Die projecten komen volgens de regionale overheid in aanmerking voor 'cofinanciering via een aanvullende bijdrage van de reiziger'.

Een ander plan van de MRDH is om de RET-tarieven gelijk te trekken met de hogere Haagse tarieven van de HTM. Dit krijgt steun van het Schiedamse college, dat daarvoor wel geleidelijkheid vraagt. "Het voorstel om een aantal jaren de hogere tarieven in de Haagse regio niet te indexeren, lijkt daarbij het meest praktische en wordt gesteund." Ook al stelt de MRDH voor de opbrengsten van een verhoging van de tarieven van de RET, exclusief voor het Rijnmondgebied in te zetten.

Positief is B&W ook over de mogelijkheid om met gezins- of groepsarrangementen te gaan werken. Kinderen zijn bij de RET relatief duur uit. De MRDH verwacht ervan dat wat nu nog onlogisch is, namelijk 'om als gezin met kinderen de auto te laten staan en voor een reis met het ov te kiezen', met dergelijke arrangementen wel een optie wordt. "Wij vewachten dat dit een sterk positief effect heeft op de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer voor deze grote doelgroep reageert het Schiedamse college. "Wij zijn er voorstander van dat dit voortvarend wordt opgepakt en zien uit naar meer defintieve voorstellen."

Ook tevreden is het college over het feit dat kortingen voor doelgropen in het onderzoek van de MRDH zijn meegenomen. Maar dan had het wel moeten zijn meegenomen in het reizigersonderzoek dat door de MRDH werd uitgevoerd. "Afgaand op de grote waardering van vrij reizen in Schiedam, zou dit de betekenis voor de MRDH meer verduidelijken. Wij verwachten dat de onderhandelingen van de MRDH (met de vervoerders, red.) zullen leiden tot scherpe voorstellen."


Gerelateerd