Schiedammer ontkent mishandelingen vriendin

11-10-2021 Nieuws Cerberus/Niels Dekker 


SCHIEDAM/ROTTERDAM – Volgens zijn toenmalige vriendin was ze in Schiedam tot twee maal toe mishandeld door Robert G. (44), maar die ontkende vandaag voor de rechtbank. “Ik heb haar nooit geslagen”, zei hij. Tevens bestreed G. de beschuldiging dat hij de vrouw in een videogesprek bedreigde met een vuurwapen of dat hij haar scooter in brand stak.

De Schiedamse stapte op 5 april voor de tweede keer in korte tijd naar de politie, omdat ze beweerde dat ze die dag door G. was toegetakeld. Eerder was dat volgens haar ook al gebeurd op 5 februari toen G. haar twee vuistslagen in het gezicht zou hebben gegeven.

Deze keer trok G. haar volgens de aanklacht tijdens een ruzie bij de enkels van bed en sleepte haar naar de huiskamer. Dit gebeurde in de kamer van een woning in Schiedam-Oost en verklaarde de blauwe plekken op haar benen. Bovendien zou G. het vermeende slachtoffer een dag eerder in een videogesprek hebben bedreigd met een vuurwapen en de woorden: ‘Weet je wat ik dadelijk met jou ga doen’.

Later kwam de vrouw enigszins terug op haar beschuldigingen van de mishandeling op 5 april. Door ‘herbelevingen’ van ander huiselijk geweld zou ze soms ‘dingen door elkaar halen’. Ze hield echter voet bij stuk wat betreft de beschuldigingen over de video en de eerdere vuistslagen.

Aan de rechters vertelde G. dat de vrouw ‘een beetje problemen heeft met haar hoofd’. “Ze belde me die dag hijgend op en vroeg of ik haar op kwam halen. In de woning stelde ik voor dat ze de dag erna terug moest komen en dat we dan iets leuks zouden gaan doen, maar toen ging het mis en ging ze hysterisch doen.”

Bij het kapot schoppen van een glazen tafel zou de vrouw zichzelf de blauwe plekken hebben bezorgd, beweerde de verdachte. Het dreigen met het vuurwapen had de vrouw volgens hem ook verzonnen. Hoewel er tijdens een huiszoeking op het bewuste adres een echt vuurwapen en een namaak werden gevonden, stond G. er niet geregistreerd als bewoner. “En ik sliep er ook niet”, aldus de verdachte.

Doordat er geen DNA van G. op het wapen was gevonden, vroeg de officier van justitie om vrijspraak voor de bedreiging. Ook voor de mishandeling op 5 april zag de aanklager ‘te weinig bewijs’ en verzocht hij de rechters G. hiervoor vrijuit te laten gaan.

Tot deze conclusie kwam het Openbaar Ministerie ook voor de eerdere bedreiging op 5 februari. Een pakketbezorger en een andere getuige zagen toen hoe de vrouw twee vuistslagen in het gezicht kreeg. Hoewel het slachtoffer G. aanwees als dader, omschreven de getuigen de dader als iemand met zwart haar. G. is en was ‘hartstikke kaal’.

Wel bewezen achtte de aanklager het in brand steken van de scooter van de toenmalige vriendin op 6 januari. Zijn mobiele telefoon was tijdens de fik aangestraald in de buurt en hij was gezien door zowel het slachtoffer als een vriendin van haar. Tot slot, zo vertelde de officier, had een agent op de speaker gehoord hoe G. tegen de vrouw zei dat hij ‘met zijn bezit mocht doen wat hij wilde’. G. had meebetaald aan de scooter.
G. ontkende ook deze aanklacht en herkende zichzelf evenmin op bewakingsbeelden bij een fietsendiefstal op 24 maart. De officier eiste evenwel twee maanden en drie weken celstraf. Dat is minder dan de tijd dat G. in voorarrest zat: 101 dagen.

De rechtbank doet op 25 oktober uitspraak.



Gerelateerd