Schiedamse Coronaspuger: extra straf tijdens virusuitbraak

19-04-2020 Nieuws Redactie


SCHIEDAM – Mensen die spugen op anderen onder bedreiging dat zij een Coronabesmetting hebben, kunnen zwaarder gestraft worden dan mensen die in het verleden dreigden met spugen.

Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, die afgelopen week werd gepubliceerd.

Het betrof de zaak van een Schiedammer die op 26 maart in een tram twee medewerkers van de RET, hoogstwaarschijnlijk ’in beschonken toestand’ en ‘op uiterst agressieve wijze’ benaderde.

De rechtbank doet zelf verslag van de gang van zaken, die zij op een filmpje vanuit de tram zelf heeft waargenomen. “In een rijdende tram bevinden zich een conducteur (met pet) en een trambestuurder. In de tram wordt omgeroepen halte Schiedam-Centrum. De verdachte verschijnt in beeld. Met luide stem en wankel ter been komt hij naar voren in de tram. Hij maakt het rood-witte lint dat het voorste gedeelte van de tram afsluit met zijn handen kapot. Hij loopt luid schreeuwend in de richting van de tramconducteur en roept uit: ‘wat dan’ en roept vervolgens: ‘ik wil een kaartje kopen’. De verdachte komt zeer dichtbij het gezicht van de tramconducteur en schreeuwt: ‘jullie zeggen jarenlang koop kaartje, nu wil ik geen kaartje hebben.’ De deur van de cabine van de trambestuurder gaat open. De verdachte zegt op luide toon: ‘ben je bang voor Corona?’ en schreeuwt onverstaanbare woorden naar de conducteur die vlakbij hem staat en maakt kort daarop met zijn arm een snelle beweging in zijn richting. De trambestuurder is inmiddels uit de cabine gekomen en de verdachte staat vlak bij hem. De trambestuurder wijst de verdachte de deur. De verdachte wankelt uit de tram. Buiten roept hij in de richting van de RET-beambten: ‘je moeder wordt ook geneukt, kankerhoer’. Voordat de deuren van de tram helemaal zijn gesloten maakt de verdachte een spugende beweging in de richting van de beide RET-beambten waarop de beide heren naar achter stappen.”

Het spugen door de verdachte krijgt door de agressieve context in het algemeen en de door de verdachte opgeworpen Corona-omstandigheid in het bijzonder een (be)dreigende lading, zo stelt de rechtbank in het vonnis. “Een lading die bovendien moet worden bezien tegen de achtergrond van de Coronacrisis waar eenieder in Nederland mee te maken heeft. Spugen levert in die context een bedreiging met zware mishandeling op.”

“Een belangrijk twistpunt op de zitting en dus ook in dit vonnis is of dreigen en beledigen met besmetting met het Coronavirus door onder meer te spugen naar RET-beambten onder de huidige crisisomstandigheden zou moeten leiden tot een hogere straf. De rechtbank vindt in zijn algemeenheid dat het op dit moment bij Corona-gerelateerde misdrijven voor de hand ligt om zwaarder te straffen. Daar geven de huidige onzekere, beangstigende maatschappelijke omstandigheden alle reden toe.”

“Dit geldt nog meer als de slachtoffers van die misdrijven personen zijn die werkzaam zijn in cruciale beroepen en/of vitale processen.

De rechtbank onderscheidt in zijn vonnis verschillende categorieën van Coronamisdrijven: “Na de eerste maand in de Coronacrisis zijn er in de rechtspraak grofweg vijf categorieën misdrijven te onderscheiden waarbij het Coronavirus als middel of als omstandigheid een rol speelt. De rechtbank baseert zich hierbij op de op rechtspraak.nl gepubliceerde nieuwsberichten over deze zaken en op informatie daarover op andere (sociale) media.

Een eerste categorie misdrijven waar het Coronavirus als middel wordt ingezet zijn de (zware) mishandelingszaken. In dat type zaken speelt het Coronavirus een directe en concrete rol in het misdrijf. Het gaat dan bijvoorbeeld om het opzettelijk (proberen) iemand te besmetten. Het Coronavirus is in feite het wapen dat bij het misdrijf wordt gebruikt.

Een tweede categorie van misdrijven waar het Coronavirus een rol speelt zijn de bedreigingszaken. Daarbij wordt het Coronavirus als dreigingsmiddel ingezet en wordt het Coronavirus in veel gevallen minder direct in het misdrijf betrokken. Op dit laatste punt valt binnen deze categorie een onderscheid te maken. Bij het fysiek dreigen (A) met het Coronavirus (bijvoorbeeld spugen) is het Coronavirus weer directer bij het misdrijf betrokken dan als het alleen als woordelijk dreigingsmiddel (B) wordt ingezet. Dat vindt zijn oorzaak in de mate van onzekerheid en angst die bij een slachtoffer wordt veroorzaakt.

Een derde categorie in dit verband zijn de eenvoudige (cyber)oplichtingszaken. Bij dat type zaken wordt het Coronavirus ingezet als oplichtingsmiddel om het slachtoffer te verleiden iets te doen (bijvoorbeeld een babbeltruc). In die gevallen wordt zuiver indirect gebruik gemaakt van het Coronavirus.

Een vierde categorie zijn de misdrijven waarbij het Coronavirus niet als middel wordt ingezet, maar het Coronavirus een omstandigheid van het misdrijf is. Het Coronavirus speelt in deze categorie bij de concrete strafbare handelingen van het misdrijf geen rol.

Als laatste categorie zijn er (grotere) zaken te bedenken waarin het Coronavirus een cruciale en of bijzondere rol heeft gespeeld.

Ten aanzien van de eerste drie categorieën kan in zijn algemeenheid worden opgemerkt dat de gevaarzetting van het Coronavirus als ingezet middel afneemt en de reden voor strafverhoging op die grond daarmee ook afneemt. Van categorie vier waarbij het Coronavirus als omstandigheid bij het misdrijf is betrokken is het de vraag of het tot strafverhoging moet leiden, omdat het Coronavirus slechts een bijrol speelt. De zaken die in die categorie kunnen vallen zijn te talrijk (huiselijk geweld omdat iedereen nu hutje/mutje zit, supermarktruzies over toiletrollen, ruzie over 1,5 meter afstand) om daar een algemene uitspraak over te doen. Datzelfde geldt voor categorie vijf waarin de wat grotere en bijzondere zaken (een grote oplichting bij de verkoop van vaccins) vallen. Dat type zaken is simpelweg te casuïstisch.”

In de uitspraak van 9 april veroordeelde de rechtbank de Schiedammer – in het bezit van een uitgebreid strafblad – tot drie weken gevangenisstraf. Hij had nog een proeftijd van zeven dagen gevangenisstraf open staan als gevolg van een eerdere diefstal. Die zeven dagen moet hij nu ook uitzitten. De officier van justitie had zes weken geëist.

Justitie wordt momenteel behoorlijk overspoeld met zaken waarin mensen dreigen een Coronabesmetting over te brengen. Zo veroordeelde de afgelopen weken een Vlaardinger voor het spugen op agenten. Hij kreeg zeven weken celstraf, waarvan drie voorwaardelijk, ook voor het dreigen met een bierfles. Een Rotterdammer kreeg drie weken celstraf nadat hij agenten die hem op de Lijnbaan om zijn identiteitsbewijs vroegen bespuwde.



Gerelateerd