Steeds minder hondenbelasting in Nederland

04-02-2020 Nieuws Redactie


VLAARDINGEN - Steeds meer gemeenten schrappen de hondenbelasting. In 2010 werd nog in 308 van de 431 gemeenten hondenbelasting geheven, in 2020 in 193 van de 355 gemeenten.

Dat zijn er acht minder dan vorig jaar. Het percentage gemeenten die hondenbelasting heft is tussen 2010 en 2020 gedaald van 71 naar 54. Aldus meldt het CBS vandaag.

Vanaf 2016 dalen de opbrengsten uit hondenbelasting. In 2015 begrootten gemeenten nog 65 miljoen euro, in 2020 is dit gedaald naar 51 miljoen euro. Onder deze gemeenten ook Schiedam.

Hondenbelasting is voor de gemeenten een bescheiden inkomstenbron. Slechts een half procent van alle heffingsopbrengsten komt uit de hondenbelasting, aldus het CBS.

In de Schiedamse gemeenteraad werd de afgelopen jaren bij herhaling geijverd voor afschaffing van de hondenbelasting. Daarvoor bleek geen meerderheid te vinden. Wel werd in 2016 besloten tot verlaging van het niveau van de belastingen, dat naar verluidt tot de hoogste van Nederland behoorde.

Dat leidde de afgelopen jaren tot de volgende tarieven voor Schiedamse hondenbezitters:
2016: 120,10 euro
2017: 100
2018: 81,12
2019: 83,06
2020: 84,22

Daarbij kost een eerste hond hetzelfde bedrag als een tweede of volgende hond. In Vlaardingen betalen eigenaars voor de eerste hond € 76,25 en voor de tweede en volgende hond € 152,50 per dier. In Maassluis is in 2018 de hondenbelasting afgeschaft en ook in Rotterdam bestaat deze niet meer.

Van alle gemeenten begroot Den Haag dit jaar de hoogste opbrengst, ruim 2 miljoen euro. Een hondeneigenaar betaalt daar dit jaar voor één hond 124,08 euro per jaar.

In Schiedam is dit jaar 296.000 euro aan hondenbelasting begroot, vierduizend euro meer dan vorig jaar. Dat betekent 3,76 euro per Schiedammer. In Vlaardingen boekt de gemeente 3,99 euro per Vlaardinger in. De gemeente Nissewaard, Spijkenisse en omgeving, rekent op 8,21 euro per inwoner aan hondenbelasting.



Gerelateerd