Schravenlant, gefeliciteerd

07-04-2019 Onderwijs Han van der Horst

COLUMN - April is een maand van gelukwensen. Afgelopen zaterdag heropende het Jenevermuseum zijn poorten na een zeer diepgaande facelift. En dat is een felicitatie waard voor Marjolein Beumer, haar staf en alle vrijwilligers die met elkaar zoveel doen voor de bekendheid en de reputatie van de godendrank waaraan Schiedam zoveel te danken heeft. En komende week viert het Lyceum Schravenlant zijn honderdvijftigjarig bestaan.

Dat is voor een school een respectabele leeftijd, ook al is het niet Schiedams oudste instelling voor voortgezet onderwijs. Dat is het stedelijk gymnasium met een geschiedenis die tot in de veertiende eeuw teruggaat. Vergeleken daarmee is Schravenlant een jonkie.

Niettemin hebben docenten, personeel en leerlingen van het Schravenlantlyceum reden om trots te zijn. In die honderdvijftig jaar is de school namelijk altijd aan zichzelf trouw gebleven. Het heet lyceum, maar het is nog steeds een hogere burgerschool. Dat is geen school voor hogere burgers, maar een hogere school voor burgers.

Zo´n opleiding is een ideetje van de grootste Nederlandse staatsman uit de negentiende eeuw, Johan Rudolf Thorbecke. Hij was niet alleen de drijvende kracht achter de grondwet die we met de nodige aanpassingen nog kennen, maar hij slaagde er ook in het oude Nederland behoorlijk te verbouwen en bij de tijd te brengen. Daar hoorde een onderwijshervorming bij. Thorbecke vond dat er een middelbare school moest komen die paste bij wat in zijn dagen doorging voor de moderne tijd. Daarom legde hij de grondslagen voor de Hogere Burgerschool of HBS. Daar leerde je goed de drie moderne handelstalen die voor Nederlandse zakenlui van belang waren, met daarbij een heleboel wis- en natuurkunde. Natuurlijk stonden ook geschiedenis en aardrijkskunde op het programma, maar een heel bijzonder en nieuw vak heette staathuishoudkunde. Het zou zich later ontwikkelen tot economie.

Vijf jaar nadat de wet tot stand gekomen was, opende in Schiedam een Rijks HBS. Oude Schiedammers kennen het wat sombere en hoekige gebouw nog wel dat tegenover het Proveniershuis verrees aan de Overschiesestraat, toen de rand van de stad. De ruïne was de eerste jaren de onverzorgde achtertuin van de school waar de zonen en later ook steeds meer dochters van de beter gesitueerde Schiedammers hun middelbare opleiding genoten.

Daarna stond de grote wereld voor hen open, want een universitaire studie was tot een jaar of vijftig geleden voor nog maar weinig kinderen weggelegd. Je had er een rijke vader voor nodig. En je moest goed Latijn en Grieks kennen. HBS-ers die naar de universiteit wilden, moesten eerst een soort toelatingsexamen klassieke talen doen. Die verplichting is pas een halve eeuw geleden in zijn totaliteit verdwenen. De meeste HBS-ers gingen het bedrijfsleven in. Ze werden daarvan de ruggengraat. Dat had Thorbecke goed gezien.

Komende zaterdag zal een fiks aantal van die oude HBS-ers – met grijze koppen en soms kromme ruggen – de reünie bezoeken. En dan zullen zij veel herkennen. Ze stellen zeker vast dat de leerlingen tegenwoordig uit alle lagen van de bevolking komen en dat het al lang geen blanke school meer is. Maar ze zullen ook ontdekken dat Schravenlant zijn missie trouw is gebleven: de school opent voor de leerlingen de deur naar de grote wereld. Wat hun thuisachtergrond ook is. Die reis gaat tegenwoordig vrijwel altijd via een HBO-opleiding of de universiteit, maar de basis is toch op Schravenlant gelegd. Daar leer je genoeg om keuzes te kunnen maken, om vast te stellen wat je talenten zijn en wat niet.

Dat maakt de school tot een emancipatiemachine. En daarom is die oude HBS van Thorbecke nog steeds in het dna aanwezig. Proficiat! Schiedam mag groos zijn op zo'n school.

Gerelateerd