Een van de prachtigste middagen in mijn leven

28-06-2020 Sport Han van der Horst


COLUMN - De bewoners van de driehoek Bosboomlaan / BK-laan / Julianalaan in het uiterste westen van Schiedam, zullen wel blij gestemd zijn: eindelijk is er een oplossing voor de ruïnes van het Sportfondsenbad die het uitzicht op hun binnenterrein al een kwart eeuw ontsierden. Er komen achttien houten woningen boven op deze bouwval. Wat er nog rest van het bad wordt een parkeergarage.

Heel veel Schiedammers hebben herinneringen aan dit oude bad, want daar werd het door de gemeente verplicht gestelde en gesubsidieerde schoolzwemmen georganiseerd. Vanaf de vierde klas van de lagere school gingen alle leerlingen van de stad er één keer in de week naar toe om een uur lang les te krijgen van militaristisch ingestelde badmeesters die weinig genade toonden met de onhandige, angstige, meer op lezen en schrijven dan op voetbal ingestelde pupil. Mij hebben ze nooit zwemmen kunnen leren. Ik was bang. Ik maakte bovendien de fout om mijn bril in het badhokje achter te laten en ik was toen al gezegend met glazen van -10. Ik zag haast niks in dat zwaar naar chloor stinkende water. Uitdrijven met twee bandjes – een om het middel en een in de handen, dat ging nog wel, maar de schoolslag met slechts een enkel bandje om het middel was bedreigend. Dat bandje stuwde me omhoog en het lukte niet goed in het ondiepe weer op te staan. Ik was toen al geneigd mijn eigen gang te gaan: de badmeester moest zeker veertig kinderen in de gaten houden. Ik moest er voor zorgen dat ik niet plat in het water terechtkwam, maar dat mijn voeten altijd op de groene bodem van het noodlottige zwembad konden rusten. Als ze los kwamen ging ik immers onverbiddelijk kopje onder. Zo waadde ik, met gebogen bovenlijf door het water terwijl ik met mijn armen de voorgeschreven bewegingen van de schoolslag maakte. Als ze het gemerkt hebben, lieten ze me begaan, maar examen doen voor een zwemdiploma was er niet bij. Ik heb mij nooit het recht verworven om in het diepe te gaan. Dat was maar goed ook. Dan had ik van de hoge moeten springen en dat was een gruwelijk vooruitzicht.

Ik weet nog dat ik – het moet in juni 1961 zijn geweest – over de Van Haarenlaan naar huis liep met onder mijn arm de natte, in een handdoek gerolde zwembroek. Het was de laatste schoolweek van de zesde klas. Ik besefte plotseling dat voor mij dat schoolzwemmen nooit meer hoefde. Die akelige periode in mijn leven was voorgoed afgesloten.

Ik dacht: ¨Nu ga ik nooit meer naar een zwembad”.

Het was een prachtige middag, een van de prachtigste in mijn hele leven. Ik ben nou 71, maar ik kan mij het intense geluksgevoel daar op de hol van de Van Haarenlaan nog steeds voor de geest halen.

Voor het overige is het een grof schandaal dat de stad Schiedam – zelfs in deze Coronatijd onnoemelijk veel rijker dan rond 1960 – de subsidie op het schoolzwemmen heeft afgeschaft.



Gerelateerd