'Herinneringen koesteren is anders dan erfgoed beheren'

17-05-2020 Uit Ingezonden

Foto: Stichting Erfgoed Werf Gusto


INGEZONDEN - Hans van der Sloot reageert namens de Dr. K. Heeringa Stichting op de kritiek van Dirk Allewelt, eerder vandaag geuit op Schiedam24, op een artikel over de Gusto in het Historisch Jaarboek.

Natuurlijk kan ik mij voorstellen dat de Stichting Erfgoed Gusto er veel aan gelegen is om met betrekking tot de familie Smulders en het gedrag van de werf in de Tweede Wereldoorlog een gunstige voorstelling van zaken te geven. Het ondubbelzinnig oordeel van de Rotterdamse kamer van het Bijzonder Gerechtshof op 18 augustus 1947 luidde; "Collaboratie en verraad aan de gode vaderlandse zaak."

In hun oordeel baseerden de rechters zich mede op de getuigenissen van generaal Winkelman die na de capitulatie gesprekken voerde met de Nederlandse werven over het te volgen gedrag. Voor de rechtbank voerde directeur Conijn aan dat Gusto noch het ontwerp voor een nieuw type torpedolanceerbuizen had gemaakt, noch deze ooit in productie had genomen. Feit bleef wel dat Gusto torpedolanceerbuizen monteerde op de Schnellboote, die in opdracht van de Kriegsmarine werden gebouwd - deze schepen haalden een snelheid van 72 kilometer op open water - om op de Middellandse Zee te worden ingezet.

Langere tijd stond de president stil bij de getoonde bereidwilligheid van de directie om de vijandelijke zaak te dienen. Gusto behoorde tot de eerste werven die een overeenkomst met de Kriegmarine tekenden waarbij de directie zich uit vrije wil hoofdelijk verantwoordelijk stelde voor prompte uitvoering. Op de vraag waarom de directie niet had geaarzeld, zoals andere bedrijven wel deden, was het antwoord dat de werf een Duitse hoofdingenieur in dienst had. Wat niet ontkend kon worden was dat Gusto de handleidingen voor de Rolls Royce-motoren, waarmee de Schnellboote waren uitgerust, voor de vijand geschikt had gemaakt; 'omdat den oorlog voor Nederland toch verloren was. En sabotage in het eigen belang moest worden nagelaten'.

Het hele proces valt via de krantenbank van het gemeentearchief Schiedam in alle belangrijke dagbladen van 1947 te volgen. Inbegrepen de aanklachten en verweren en de uiteindelijk - lang niet misselijke - vonnissen. Dat de Stichting Erfgoed Gusto nu, terwijl zoveel meer bekend is over de halfslachtige en de niet zelden medeplichtige houding van de bedrijven tijdens de Tweede Wereldoorlog, over het wegkijken, de onverschilligheid maar ook het winstbejag, nog altijd excuses aandraagt voor de ijver waarmee Gusto de bezetter terwille was, laat ik voor rekening van de stichting.

Voor wat het publiceren van een rectificatie met betrekking tot het artikel 'De sluiting van de Gusto, een noodlottig samenspel' (Historisch Jaarboek 2017- Caroline Nieuwendijk) en het daarmee voorkomen van een rechtszaak betreft, merk ik het volgende op: Na her-onderzoek - op verzoek van Robert Smulders persoonlijk cs. - heeft de redactie geconcludeerd dat de conclusie dat de familie Smulders niets heeft geprobeerd om de werf Gusto te behouden, door het betreffende onderzoek van Caroline Nieuwendijk wordt niet (!) weersproken. Robert Smulders deelde deze conclusie niet, merkten wij op in de inleiding van het Histroisch Jaarboek 2018, met als argument dat de familie op dat moment niets meer met de werf vandoen had. Dit is geen rectificatie. Maar een melding van het bestaan van twee tegengestelde meningen, elk gebaseerd op eigen - niet te weerleggen feiten. Dat hiermee een rechtszaak is voorkomen is uit de lucht gegrepen. Dat de Stichting Erfgoed Gusto hierover teleurgesteld is valt in zekere zin wel te begrijpen. Maar men moet wel bedenken dat het koesteren van herinneringen iets anders is dan het verantwoord beheren van erfgoed, waarin ook plaats moet zijn voor gemaakte fouten. Want ook die zijn onderdeel van de geschiedenis.

PS. Na eerste plaatsing bleek in de tekst het woord 'niet' - bij het uitroepteken - weggevallen. Dat is later dus gecorrigeerd.



Gerelateerd