Alle zeilen bij om molenstichting in pandemie te laten draaien

11-04-2021 Uit Redactie

Bij gelegenheid van de uitreiking van het Compliment, met Hugo Boogaard tweede van rechts; foto: Remco Zwinkels


SCHIEDAM – Hij heeft er een flinke dobber aan, directeur Hugo Boogaard van De Schiedamse Molens: hoe hou je in tijden van een pandemie de boel draaiende, de mensen betrokken, de stichting bijeen?

De Schiedamse Molens is vooral een club van liefhebbers bij elkaar. Of eigenlijk, vier clubs: het maalbedrijf (‘met zestien molenaars, waarvan vier in dienst en de anderen vrijwilligers’), de molenwinkel (‘waar we wekelijks honderden kilo’s meel scheppen’), de ‘educatieclub’, geconcentreerd rond de Babbersmolen en de organisatie en documentatie van alles wat zich rondom de Schiedamse Molens afspeelt.

Tot er er nieuw idee opkwam: we voegen er een soort vijfde club aan toe. Dat wordt de ‘club honderd van honderd’. Volgens het bekende stramien van een club van honderd – ‘mensen die geld bijdragen’ – maar ook weer niet. De club honderd van honderd moet ook een manier worden om mensen te bereiken die hart hebben voor de Schiedamse molens, maar niet in staat zijn om die aandacht, die liefde, te vertalen in veel uren vrije tijd. In de club honderd voor honderd kunnen ze wel iets doen om de toekomst van de molens in de stad te ondersteunen en tegelijk echte ambassadeurs te zijn van ‘de club’.

Wat is het idee? Honderd mensen worden gezocht die honderd euro jaarlijks inleggen. “De club gaat van start als er meer dan vijftig deelnemers zijn”, aldus Boogaard. De bijdrage van de maximaal honderd leden van de club wordt ingezet om de doelen van de molenstichting te ondersteunen. De club bepaalt zelf waaraan het geld gespendeerd wordt. “We willen graag dat deze middelen gestoken worden in iets extra’s, iets bijzonders waar we anders niet aan toe komen.” Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat ermee ‘gaten worden gedicht’. “Maar denk bijvoorbeeld aan nieuwe zeilen voor een molen.” Of de bouw van een molen op schaal als een educatief middel om met name kinderen te bereiken. Ideeën die het verdienen om uitgevoerd te worden, aldus de molenstichtingsdirecteur. “Maar dat zijn zaken die niet uit het jaarlijkse budget zijn te doen.”

De leden van de club komen jaarlijks één keer bijeen en besluiten dan over de bestemming. En ze maken er samen een mooie bijzondere dag van, met een activiteit die verwant is aan de molens. De dag wordt bekostigd met het andere kwart van de jaarbijdrage. “Ben je er niet, dan gaat jouw 25 euro ook in de pot voor het doel van het jaar.”

Tot dusver wist de molenstichting een twintigtal mensen warm te krijgen om lid te worden van de club. “Maar het is moeilijk om hierover te beginnen als je mensen niet treft.” Als de stad en het land weer ‘open’ gaan na alle belemmeringen, gaat de stichting volle bak werven voor de nieuwe club.

Het gaat momenteel met De Schiedamse Molens als met veel verenigingen, waarin mensen die een hobby, liefde of zorg delen, elkaar weten te vinden. In het geval van de molenstichting is het feitelijk alle drie: hun fans hebben zowel een liefde voor de molens, als plezier aan de mouwen opstropen, als zorg voor het voortbestaan. Maar Corona gooit roet in het eten; de maatregelen om het virus te beteugelen hebben het allemaal flink wat moeilijker gemaakt om elkaar te treffen, activiteiten voort te zetten.

Daarom was het ‘Compliment voor het monument’, dat de stichting in januari ontving van zulk belang. “Het was een teken dat ook landelijk gezien wordt wat er de afgelopen jaren aan werk is verstouwd. We hebben in vijf jaar aan vijf molens groot onderhoud gepleegd.”

Niet alleen veel werk voor de mensen op de steiger, maar ook voor hen achter het bureau die de centjes voor dat werk bij elkaar moesten harken. Bij het bezoek om het Compliment te overhandigen liet gedeputeerde Willy de Zoete weten dat de provincie ook nog eens een kleine ton bijdraagt aan het groot onderhoud van De Palmboom en De Vrijheid. (Zie dit artikel.)

Al dat werk kon niet worden verzet als De Schiedamse Molens niet – voor Corona ‘soepel had gedraaid’. Veel animo om mee te doen, plezier in het werk, toeloop en interesse en respons, aldus Boogaard. “De 82 mensen die met ons meedoen vormen een bont geheel, maar zijn in ieder geval een bron van ideeën. Zoals het idee een molen op schaal van zeg een meter of twee te maken om te kunnen vertellen hoe een molen werkt.” Of de gedachte om in de Walvis, op de tussenvloer, een historische plattegrond van Schiedam te realiseren met alle molens die de stad heeft en heeft gekend.

Natuurlijk kent ook De Schiedamse Molens wel de tendens die er breed is in het verenigingsleven, die van een vergrijzend vrijwilligers- en sponsorbestand. “Daarom juist die honderd van honderd.” Maar vergeleken met andere organisaties mag de molenstichting absoluut niet klagen. De club honderd van honderd wil daarom ook zorgen voor een verjonging van het bestand aan mensen met hart voor de molens. “Denk aan de vele nieuwkomers in de stad.”

Molens spreken tot de verbeelding. Het zijn gebouwen/machines die ruiken naar avontuur en tegelijk inspelen op de trend naar ambachtelijkheid en duurzaamheid. Bijvoorbeeld omdat ze ambachtelijke en bijzonder brood mogelijk maken. “Het is niet voor niks dat we, na een kortstondige dip, misschien wel de helft meer meel verkopen dan voor de Coronacrisis.” Thuisbakken is ongemeen populair. En iemand die smakelijk heeft genoten van zijn of haar eigen zuurdesembrood, die wil vast wel een steentje bijdragen aan het behoud van de Schiedamse molen die dat heeft mogelijk gemaakt, toch?



Bedrijven Alle bedrijven »








Altijd Up-to-date