Dobberend op de Bosporus

04-10-2020 Uit Han van der Horst


COLUMN - Ondanks alle Coronaperikelen voert de Illustere School Schiedam zijn speciale programma ter gelegenheid van de Maand van de Geschiedenis gewoon uit. In café ´t Spul vinden op de zondagmiddagen 4, 18 en 25 oktober steeds vanaf drie uur in de middag lezingen plaats over mooie onderwerpen. Vandaag – daar bent u al te laat voor – gaat het over de Schiedammer Adriaan Frans Meijer die in 1806 deel uitmaakte van een officiële delegatie naar Parijs, waar hij Napoleon ontmoette. Zijn nazaat en bijna naamgenoot Frans Meijer vertelt over zijn belevenissen. En op 25 oktober staan op het programma Vrouwe Aleida en Floris V.

Het is echter de lezing van 18 oktober die bij mij een trein van gedachten teweegbrengt. Het onderwerp is Cornelis Haga, onze beroemde stadgenoot die vier eeuwen terug in opdracht van Johan van Oldenbarnevelt diplomatieke betrekkingen tot stand bracht tussen de Republiek en de sultan van het Ottomaanse rijk. Hij bleef er daarna nog jaren als gezant wonen. De lezing wordt gehouden door dr. Jan Willem Verkaik van het Lyceum Schravenlant en zijn oud-leerling Harun Öztoprak, die inmiddels geschiedenis studeert. Harun heeft voor zijn onderzoek naar Haga de archieven in Istanboel bezocht. Dit betekent dat hij Ottomaans kan lezen. Dat is geen geringe prestatie, want voor een Turk van onze tijd is deze taal – die uitsluitend aan het hof van de sultan gesproken werd – net zoiets als Latijn.

Tsarigrad, Konstantiyya, Constantinopel, het is al weer een jaar of zestien geleden dat ik de hoofdstad van het Ottomaanse rijk in de vooravond op zag doemen. Dat kwam zo: ik had in Kadiköy op de Aziatische oever van de Bosporus de foute veerboot genomen. Hij voer niet rechtstreeks naar de overkant, maar een stuk deze zeestraat af om een heel eind verder voorbij Besiktas en het stadion weer aan te leggen. Het werd langzaam donker en aan de overkant zag ik de schaduwen van de oude stad: de koepels van de Haya Sofia en de Blauwe Moskee van Sultan Ahmed (Haga heeft die zien bouwen) en de Galatatoren in het hooggelegen Pera, waar de westerlingen woonden. Je kon de moderne pulserende wereldstad met zijn hoogbouw en zijn sneltram gemakkelijk wegdenken. Het had me niet verbaasd als we van de andere kant waren gepasseerd door een ranke boot die dankzij de spierkracht van sterke roeiers door het water schoot. En dat er dan op de achterplecht een gesluierde prinses in de kussens zat op weg naar een geheim rendez vous. In de tijd van de sultans kon je zulke boten huren. Het waren de watertaxi´s van die tijd.

De inwoners zelf hadden het over de stad waar het verlangen van de wereld naar uitgaat. Je voelt dat nog steeds als je er over straat loopt. Toch heeft Istanboel veel verloren. Etnische zuiveringen zijn daarvan de oorzaak. Toen sultan Mehmet in 1453 de stad Byzantium veroverde en zo een eind maakte aan het Oost-Romeinse Rijk, besloot hij dat dit zijn hoofdstad moest worden. En die hoorde wat samenstelling van de bevolking betreft een afspiegeling te zijn van zijn rijk: hij nodigde dan ook – soms met zachte en ook wel eens met onzachte dwang – mensen uit alle door hem beheerste landen uit om zich rond zijn paleis te vestigen: Bulgaren, Serviërs, Arabieren, Grieken, Albanezen, Armeniërs enzovoorts. De nieuwe inwoners gaven hun stad tal van namen in hun eigen taal, zoals Tsarigrad (Bulgaars) of Istanboel (Turks). De officiële naam was Konstantiyya. De sultan respecteerden de leefgewoontes, de talen en de cultuur van deze nieuwelingen zolang ze zijn gezag maar erkenden en de verplichte afdrachten betaalden. In de negentiende eeuw beleed een meerderheid van de inwoners de christelijke godsdienst.

Daar is door het nationalisme en de Eerste Wereldoorlog allemaal een eind aan gekomen. Zo rond 1920 vonden er op de Balkan, in Griekenland en Klein-Azië bloedige etnische zuiveringen plaats, waardoor volkeren die eeuwen door elkaar hadden gewoond nu van elkaar werden gescheiden. De huidige conflicten over wie waar naar olie mag boren in de Middellandse Zee tussen Griekenland, Turkije en Cyprus zijn daar een hedendaags gevolg was.

En ook dat Istanboel zijn multiculturele karakter bijna helemaal heeft verloren en etnisch koekoek eenzang werd.

Hoe dan ook: in dat oude Istanboel, verreweg de grootste stad van Europa, het centrum van een schitterend rijk, de navel der wereld, vol geheimenissen, genietingen en ook gevaren, in die stad zette Cornelis Haga voet aan wal. En daar gaat het op 18 oktober over.

O ja, lees over die tijd het prachtige boek van Orhan Pamuk, ‘Mijn Naam is Karmozijn’.


PS. De serie Kösem speelt voor een belangrijk gedeelte in de tijd dat Haga in Istanboel woonde. De beelden hierboven vertonen aflevering 1 van de serie, met onderschrift in het Engels.


Gerelateerd