Een bittere les en eerbied voor het waardevolle

31-10-2021 Uit Han van der Horst


COLUMN - De afgelopen week hebben de Amsterdammers eer in gelegd met hun Tuschinski Theater op de Reguliersbreestraat. Dat wordt algemeen erkend als de mooiste bioscoop ter wereld. Zelfs het Gaumont Chinese Theatre in Hollywood, waar zoveel Amerikaanse films hun wereldpremière beleven, moet er voor onderdoen.

En wij – wij Schiedammers – hebben ook zoiets gehad, zij het in het klein. En we zijn het door eigen schuld kwijtgeraakt.

Op 20 december 1933 opende het Passage Theater zijn deuren met de Duitse film Das verliebte Hotel met in de hoofdrol de Tsjechische sexbom Anny Ondra. Later zou zij trouwen met de beroemde bokser Max Schmeling. Het was en bleef een liefdeshuwelijk tot haar overlijden in 1987. Anny Ondra was grappig, leuk en brutaal. Daardoor vergaf het publiek haar dat ze minder goed zong zoals blijkt uit de manier waarop ze de tophit van Das verliebte Hotel ten beste gaf: Nächsten Sonntag hab´ich Urlaub für die Liebe.

Het volledige college van B & W was verschenen plus de provinciaal gedeputeerde Piet de Bruin, de politieke leider van de Schiedamse socialisten. Eerst zongen alle aanwezigen plechtig het Wilhelmus. Daarna verscheen meneer Abraham Tuschinski zelf op het podium voor een welkomstwoord. Burgemeester Stulemeijer verrichtte de officiële opening. Hij sprak over een 'machtig, schitterend, heerlijk-schoon, modern ingericht bioscooptheater'. Stulemeijer zag het groot: "Schiedam is op Amerikaanse wijze gegroeid. Sinds 1929 zijn er meer dan 20.000 inwoners bijgekomen. Vooral op en om de Koemarkt begint de stad het uiterlijk van een grootstad te krijgen. We hebben daar een schitterend verkeersplein en reeds een wolkenkrabber, maar wij voelen ons vooral trots omdat Schiedam een groot bioscooptheater heeft gekregen, dat tot zijn verdere groei zal bijdragen."

Het publiek moest nog steeds wachten op de film. De cabaretier Alex de Haas hield een komische toespraak, waarin hij de bouwperikelen behandelde. Hij zette de architect, Piet Sanders, behoorlijk in het zonnetje. Daarna werd op hydraulische wijze het in Schiedam gebouwde Standaartorgel vanuit de kelder op het podium gebracht, terwijl de toen heel beroemde Pierre Palla erop speelde. Ook trad het mannenkoor Orpheus op onder leiding van Eduard Flipse en er was een dansnummer. Voor de hoofdfilm begon, werden de bezoekers vergast op het bioscoopjournaal en een tekenfilm in kleuren, toen iets heel bijzonders. Eindelijk verscheen dan Anny Ondra op het witte doek. Das verliebte Hotel was een vrolijk niemendalletje waarmee meneer Tuschinski niemand voor het hoofd zou stoten.

Piet Sanders – die trouwens de hele Passage op zijn naam heeft staan en nog veel meer fraaie gebouwen in Schiedam – had zichzelf overtroffen. Het theater droeg duidelijk zijn architectonische handtekening maar straalde toch dezelfde sfeer van luxe en overdaad uit als de andere bioscopen van het Tuschinski-concern. Daarvan bleven er als gevolg van het bombardement op Rotterdam maar twee over: de Amsterdamse en de Schiedamse vestiging.

Ik heb als kind nog de oude glorie van het Passage Theater meegemaakt. Heel soms, als mijn ouders iets hadden dat voor kinderogen niet bestemd was, kreeg ik een zilveren gulden (of was het negentig cent?) voor de kindermatinee in het Passage Theater. De instructies waren zeer precies: ik moest aan de kassa een kaartje kopen en daar afrekenen. Ik kreeg dan een dubbeltje terug. De cassière gaf het kaartje echter aan een functionaris die hoog boven mij uit torende. Dat was de met een machtige pet en een rode jas aangeklede portier. Of hij het kaartje afscheurde weet ik niet meer. Hij gaf het wel aan mij door. Mijn moeder had me bevolen het dubbeltje aan hem te overhandigen. Dat was fooi, legde zij uit, en zo hoorde dat. Daarna gingen we naar binnen en bereikten via rood pluche de theaterzaal zelf, waar een meisje met een zaklantaarn ons een plaats wees. Eerst kregen wij reclame, het Journaal en een tekenfilm. Daarna was het pauze. Het Standaartorgel kwam naar boven en Joop Walvisch zal het wel bespeeld hebben. De kindertjes van rijke ouders dromden naar boven. Tegenover het balkon bevond zich een luxueuze foyer, ook rood gehouden en voorzien van zitjes. Daar kochten zij dan een Mars of een flesje Cola. Ik had daar geen geld voor en wachtte geduldig op de hoofdfilm, meestal van de Dikke en de Dunne.

In de jaren zestig nam het filmbezoek sterk af omdat steeds meer mensen thuis voor de televisie bleven zitten. In 1970 was het Passage Theater niet meer  te exploiteren. De gemeente redde de situatie met een garantstelling van een ton. Daarop werd het theater vernieuwd. Dat liep uit op een daad van grote barbarij. Het hele prachtige interieur werd uitgebroken en weggegooid. Een enkele keer vind je nog wel eens prachtige art deco lampjes die door handige antikwaars uit de rommel zijn gevist en nu hoge prijzen opbrengen. Het theater werd volgeplempt met skaileren stoelen. Hetzelfde gebeurde met de foyer waar een minibioscoop kwam. Het was een sfeerloos geheel geworden dat in 1982 definitief werd gesloten. In 1994 sloopte men het theater om de parkeergarage te kunnen bouwen met die uitgang naar de Koemarkt.

Zo heeft Schiedam nu in plaats van een prachtig art deco theater drie keer niks. Wonder boven wonder is het Standaartorgel gered. Dat bevindt zich nu in het Theater aan de Schie. Het wordt nu en dan nog wel eens te voorschijn gehaald.

De vernieling van het Passagetheater is een harde les voor de huidige Schiedammers. Terwijl Amsterdam haar Tuschinski Theater tijdens het 750-jarig bestaan van de stad – ook in 2025 – ongetwijfeld nog eens extra in het zonnetje zal zetten, hebben wij hier alleen nog maar de herinnering. We hebben ondanks de sloopwoede van de vorige eeuw nog aardig wat stedeschoon over, maar ook dat is niet altijd veilig. Ik weet niet helemaal zeker of we hier in onze stad wel echt afscheid hebben genomen van de achteloosheid waarmee het Passage Theater is leeggehaald. Blijf waakzaam. 



Gerelateerd