Een plek van verbeelding - waar gelachen mag worden

14-10-2016 Uit Ted Konings

Vanmiddag presenteerde Carasso haar Honderddagenbrief in het museum. "Het was volle bak - en het werd afgesloten met een daverend applaus." Foto: Sandra Jongenelen

SCHIEDAM – Omdat het museum een huis aan een straat in een stad is. Daarom ging Deirdre Carasso aan de slag bij het Stedelijk Museum Schiedam, als directeur, mei jongstleden. “Juist in Schiedam is een plek van verbeelding nodig.”

Dat vraagt enige uitleg. Ook al is het 'probleem' al decennialang bekend: het Schiedamse museum beraadt zich op zijn bestaansrecht, op zijn rol in de stad. Noodgedwongen: de politiek heeft vorig jaar duidelijk laten weten dat het geen gemeenschapsgeld blijft steken in een kunstpaleis dat het moet hebben van een beperkte groep liefhebbers van moderne kunst uit heel Nederland. Het is een Schiedam museum, een stedelijk museum en moet voor de mensen in de stad een rol spelen, aldus onze volksvertegenwoordigers.

Die vraag speelt al sinds het museum zich in de jaren 50 van de vorige eeuw op moderne kunst ging richten, stelt Carasso vandaag. Ben je er voor de Schiedammers, of voor de kunst? Ook de gemeenteraad kwam er niet echt uit: beide groepen wil je als museum aan je binden. Want het zijn wel de kunstliefhebbers uit Assen en Nieuwegein die bij de bloemenwinkel op de Hoogstraat een vaas kopen, die koffiedrinken en eten, die maken dat Annette Jongen met haar boekwinkel dicht in de buurt is gekropen.

Maar de afgelopen tientallen jaren is 'het stedelijk' losgezongen van de stad. Elitair, arrogant, misschien klinkt er de nodige jaloezie in door, maar het zijn wel de termen die op het Schiedamse museum werden geplakt, vooral door de directe omgeving. Gerenommeerde tentoonstellingen waarvoor mensen uit heel Nederland kwamen, maar voor de gemiddelde Schiedammer moeilijk te bevatten, te abstract. Wel geschikt voor mensen die gewend zijn kunst tot zich te nemen. Of zoals meneer Teeuw aan Carasso zei: “Vroeger kwam ik veel in het museum, toen het nog een gewoon museum was.”

Aan Carasso bij haar aantreden bij het museum dus de vraag: waarom ben je er, als Stedelijk Museum Schiedam?

De nieuwe directeur, voorheen werkzaam bij Boijmans van Beuningen, had daarop wel wat antwoorden paraat: “De wereld verandert. Er heerst onbegrip voor elkaar. Mensen trekken zich terug op hun eigen eiland. Er is weinig onderling contact. Mensen voelen zich niet veilig.” Als dat soort termen het ommeland typeren, is er een rol weggelegd voor het museum. “Dat kan bij uitstek de plek zijn waar mensen elkaar ontmoeten. Dit museum was ooit een gasthuis!” En kunst is een krachtig middel om mensen bij elkaar te brengen: “Die brengt je in aanraking met de denkbeelden van een ander – en daarmee in gesprek met elkaar.” Kunst daagt mensen uit. “Om om te gaan met het onbekende. Om te willen weten wat je niet begrijpt.”

Zo'n plek wens je iedereen toe. Zeker alle Schiedammers.

“We gaan de mens als uitgangspunt nemen”, vertelt Carasso vanmiddag, bij het aanbieden van haar Honderddagenbrief, een samenvatting van haar indrukken en ideeën, nu de eerste kennismaking met museum en stad (de honderd dagen) erop zit. Dat klinkt mogelijk als een open deur, maar is volgens Carasso toch niet dat wat enig ander museum in het land structureel doet.

Maar 'welke' mens zet je centraal – is die terugkerende vraag voor een museumdirecteur in Schiedam: de geïnteresseerde stedeling die een drempeltje over moet, of de liefhebber van de echte kunst?

Carasso wil beiden in haar huis aan de straat in de stad verwelkomen. En wil daarbij het wellicht te sterk aangedikte verschil tussen beide doelgroepen slechten.

Een paar mogelijkheden en vergezichten in dat verband:
– De vaste collectie krijgt minder ruimte in het museum. Nu nog goed voor de helft zo'n beetje van wat er te tonen valt, moet dat terug naar twee van de tien zalen. Dat biedt ruimte aan andere tentoonstellingen, zodat in het museum meer variatie mogelijk wordt. Om iets typisch Schiedams, naast iets hoogstactueels voor de actuele kunst of fijnproeverigs te zetten.
– Maar liever dan te kiezen voor een 'Schiedammers rechts, kunstminnaars links'-scenario, moet het museum beide groepen gaan combineren. Met name door onderwerpen te kiezen waarmee beide groepen – natuurlijk, nogmaals, het is gechargeerd – aan hun trekken kunnen komen. “We gaan een tentoonstelling doen over snoepkunst”, zegt Carasso. En dan gaat het niet zozeer om schilderijen van Warhol of een chocoladekunststukje van de Bonte Koe, maar om concepten en emoties. “Snoep staat voor genot, maar ook voor schaamte en overgewicht, voor wilskracht en uithoudingsvermogen.” Het gaat om het bevragen . “Kunst scherpt de waarneming.”
– Het museum gaat naar een andere manier van programmeren. Zoals met 'Vaandels en verhalen', dat over een negen maanden de stad op zijn kop moet zetten. “We hebben een historische collectie vaandels. Dat zijn dragers van verhalen, hoe mensen zich verbinden.” Letterlijk achter een vaandel. “We gaan alle verenigingen, de officiële, maar ook de niet-officiële, want jonge mensen verbinden zich minder, die gaan we mobiliseren, ontvangen in het museum. Met elkaar aan de slag, rondom het thema.” Zo komt geschiedenis die het verhaal van velen is, naar het nu, naar het museum. En in parade door de stad, tijdens de Brandersfeesten.

Zo blijkt voor Carasso iedere mening, ieder mens te tellen – in haar 'brief' bedankt ze zo ook bij naam en toenaam ieder van de tientallen mensen die ze in de afgelopen maanden sprak en die haar op ideeën brachten –. In wezen schuilt er geen tegenstelling tussen welke kunstkijker en een andere dan ook, tussen Schiedam en Amsterdam. Met een goed, intelligent, liefdevol verhaal zijn alle mensen aan te spreken en te raken. “Mijn opdracht is het 't museum meer van de Schiedammers te maken.” En om meer kunstliefhebbers te trekken – want 't moet wel uit –. Dat kan in één slag, wat Carasso betreft. Het komt toch neer op het vertellen van de goede verhalen – en de nieuwe directeur lijkt er de juiste persoon naar om die boven water te halen. Zou zij de tegenstelling waar haar voorgangers zo lang mee worstelden, dan toch gaan slechten? Gaat zij het wondertje doen? Uit de Honderddagenbrief: “We praten en schrijven zo dat iedereen het begrijpt. Als ons dat niet lukt, dan lossen we het anders op. En in het museum mag gelachen worden.”

Gerelateerd