Grote steden voelen wel voor supergrote 'Coronaterrassen'

12-05-2020 Uit Kor Kegel

De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema vindt net als Schiedammer Ben Dubbeldam dat er niet voor elk superterras een speciale vergunning nodig is


SCHIEDAM – “Nu Schiedam nog!” zegt Ben Dubbeldam. Een week geleden pleitte hij voor het mogelijk maken van supergrote caféterrassen in de Schiedamse binnenstad, waarbij de burgemeester en de politiek een oogje zouden moeten toeknijpen omdat niet alles tot in de puntjes in vergunningen zou hoeven te worden geregeld. 

Vandaag liet het vakblad Binnenlands Bestuur weten dat de vier grote steden dat inderdaad overwegen. Er werden concrete voorbeelden genoemd en in het bijzonder de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema liet weten enthousiast te zijn. Ze zou graag meer ruimte zien voor het lokale bestuur om te bepalen wat er met openbare ruimte gedaan mag worden zonder dat er vergunningen aangevraagd moeten worden.  

Binnenlands Bestuur schrijft dat in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag concrete plannen bestaan om de zwaar getroffen horecasector de komende tijd meer ruimte te geven voor ‘Coronaterrassen’, waar anderhalve meter afstand aangehouden kan worden. De terrassen zouden de bestaande locaties ruimschoots mogen overschrijden en er zouden zelfs delen van de straat, het plein en de rijbaan bij betrokken kunnen worden – uiteraard in combinatie met gepaste verkeersmaatregelen, zoals gehele of gedeeltelijke afsluiting van de weg voor snelverkeer. Zo kunnen de verliezen nog enigszins ingehaald worden, vinden horeca-ondernemers en gemeenteraadsleden in de vier grote steden.  

Vorige week noemde Ben Dubbeldam voorbeelden in de Schiedamse binnenstad, waar tijdelijk supergrote terrassen zouden kunnen ontstaan. De winkelstraatmanager van de Mgr. Nolenslaan ging niet aan mogelijkheden in de wijk Nieuwland voorbij. In Utrecht wordt de Oudegracht als voorbeeld gezien, in Rotterdam de Witte de Withstraat, in Den Haag de Lange Voorhout en in Amsterdam de Nieuwmarkt.  

“Nu het erop lijkt dat vakanties tot het eigen land beperkt blijven, festivals niet doorgaan en toeristen voorlopig ook wegblijven uit de historische binnensteden, is er zowel reden als ruimte om terrassen deze zomer uit te breiden”, vinden uitbaters en politici.

Het Rotterdamse D66-raadslid Elene Walgenbach vindt dat de Witte de Withstraat best een tijdje voor autoverkeer kan worden afgezet. Donderdag is er een debat over in de gemeenteraad. Ook de Meent mag van haar autovrij worden om de terrassen ruim baan te geven. Haar Utrechtse partijgenoot Maarten Koning heeft naast de Oudegracht nog wel dertig locaties op het oog, waar extra terrasruimte of culturele activiteiten mogelijk zijn, waaronder theater, muziek en dans in de buitenlucht, drive-in evenementen en stadsstranden met ijskarren en foodtrucks.  

Voor horecaondernemers zou een dergelijke regeling een laatste redmiddel kunnen bieden. Horecazaken kunnen namelijk, ook wanneer ze weer open mogen, vanwege de beperkingen niet op volle kracht draaien.  

In Den Haag gaan soortgelijke geluiden op. VVD-raadslid Judith Oudshoorn: “Zou het niet mooi zijn als de hele binnenstad verandert in één groot terras, nu we waarschijnlijk toch niet naar de camping in Frankrijk mogen in de zomer?” Samen met D66-raadslid Daniël Scheper stelt ze ook voor dat de openingstijden verruimd worden. Ze erkent dat dat lastig kan zijn voor buurtbewoners, maar meent dat leegstand door horecazaken die failliet gaan voor de buurt nog erger zijn.

In Schiedam kreeg Ben Dubbeldam op zijn pleidooi alleen een reactie van gemeenteraadslid John van Sliedregt, fractieleider van D66 in de Schiedamse gemeenteraad. Deze heeft zijn oor te luister gelegd bij horeca-ondernemers onder wie Michael Boekholt van brasserie en lunchroom De Beurs, gevestigd op de Dam tegenover de Korenbeurs. 

“Mijn mening is heel simpel”, zegt Van Sliedregt. “Het is crisis en de horeca heeft het heel zwaar. Terrassen open per 1 juni lijkt mooi, maar de beperkingen die daarbij als eis gesteld worden – hoe begrijpelijk misschien ook – maken het moeilijk voor een ondernemer om een goede omzet te draaien. Wat D66 betreft gaat de gemeente flexibel om met wensen van ondernemers die een terras willen dat groter is dan in het vergunningenbeleid staat. Daarbij zou het uitgangspunt moeten zijn ‘ja, mits’ dus niet ‘nee, tenzij’. Natuurlijk wel wanneer dat geen risico oplevert qua veiligheid en gezondheid.”

“Daarbij hoort ook”, zegt Van Sliedregt, “dat geen extra terrasbelasting afgedragen hoeft te worden voor de extra terrasruimte. Ik vond het al een mooi gebaar dat de gemeente de terrasbelasting heeft kwijtgescholden voor de duur dat de horeca-ondernemers gedwongen waren hun terrassen gesloten te houden.”



Gerelateerd