Meer dan een kerktoren: een baken aan de rivier

06-02-2021 Uit Han van der Horst


RECENSIE - Wie wel eens op de Maas vaart – al was het maar met de ferry – kent een aantal markante punten die ongeveer je locatie aangeven. Wat dat betreft is er niets veranderd sinds Olivier van Noort rond de wereld voer. Hij had – voor zover beschikbaar – getekende kustlijnen bij zich om zich te oriënteren.

Zo´n markant punt is de grote grijze toren van de H. Hart- of Gorzenkerk, niet ver van de rivieroever. Als je die ongeveer recht naast je hebt, ben je ter hoogte van Schiedam. Sinds 2002 ondervindt deze toren overigens concurrentie van de hogere Noletmolen, die tegen de gelijknamige distilleerderij is aangebouwd. Samen vormen zij nu een twee-eenheid, kroeg en kerk.

De familie Nolet prijkt in de Quote 500, met de vaste bezoekers van de Gorzenkerk is het slechter gesteld. Het waren er zo weinig geworden dat hun bedehuis officieel aan de eredienst is onttrokken.

Modernisering katholicisme

In 1958 telde de parochie een kleine vierduizend gelovigen, die allemaal in een straal van nog geen kilometer rond de toren woonden. De gemeente Schiedam  telde in die dagen zes rooms-katholieke parochies met acht kerkgebouwen, die stuk voor stuk elke zondag vol zaten. Tegenwoordig is er nog maar één parochie die ook Vlaardingen en Maassluis bestrijkt. De grote teruggang is begonnen toen onder invloed van Johannes XXIII en het Tweede Vaticaanse Concilie een grote modernisering van het Nederlandse katholicisme werd ingezet. Daardoor raakte de discipline van de gelovigen in het ongerede. Latere pausen probeerden dat recht te zetten door orthodoxe bisschoppen te benoemen. Hun actie leidde voornamelijk tot het leeg preken van de aan hun zorg toevertrouwde kerken. Daardoor is het aantal actief meelevende katholieken in Nederland gedecimeerd. Ze hebben ook nog gemiddeld een hoge leeftijd. Dat heeft uiteindelijk ook de Gorzenkerk de das omgedaan.

Buitengebied

De Schiedamse journalist Ted Konings heeft bij wijze van afscheidscadeau aan de gelovigen een mooi boek samengesteld waarin hij  kerkbezoekers aan het woord laat. Deze interviews zijn gelardeerd met artikelen en kaders over de geschiedenis van de parochie die voor een deel zijn ontleend aan jubileumartikelen uit het verleden. Titel: Baken van de Gorzen. Herinneringen aan de Heilig Hartkerk.

Aan alle kanten door water omgeven heeft de Gorzen een bijzonder karakter.  De binnenstad noemen de bewoners ´Schiedam´. Intern maken zij een onderscheid tussen Gorzenezen (in de wijk geboren) en Gorzenaren (inwijkelingen maar wel geaccepteerd). Bebouwing langs de Buitenhaven naar het Hooft aan de Nieuwe Maas ontstond al een jaar of vierhonderd terug maar de buurt kwam pas tot volle wasdom in de laatste helft van de negentiende en de eerste decennia van de twintigste eeuw. Het werd een echte arbeiderswijk waarvan de inwoners werk vonden in nabije bedrijven, in het bijzonder de scheepswerven. De Gorzen had een linkse reputatie. In de tijd dat de gemeenteraden nog via een districtenstelsel tot stand kwamen, kozen de Gorzenezen altijd liberalen en socialisten. De katholieken leefden er te midden van afvalligen en verlokkingen des vlezes, want er waren veel kroegen en aan de Hoofdstraat dames van de vlakte. Dit was ongetwijfeld voor de geduchte bisschop Carlier een reden te meer om er in 1916 een aparte parochie te vestigen, gewijd aan het Heilig Hart van Jezus. Het nieuwe parochiebestuur wist de hand  te leggen op een tweede hands noodkerk, die al gauw spottend werd aangeduid als de houten kathedraal. Volgens de legende zaten de kerkgangers met de paraplu op in de mis als het buiten regende. De huidige kerk werd door bisschop Carlier zelf gewijd in 1927. Daarna begon een lange periode van hoofdbrekens. Na een paar maanden al vielen de eerste scheuren in de muren en sindsdien werd de parochie steeds weer geplaagd door onverwachte restauratiekosten. 

Tegen de dijk

De kerk is gebouwd tegen een dijk aan, die vóór het Deltaplan het achterland tegen overstromingen beschermde. Dat heeft geleid tot verzakkingen. Begin jaren zestig moest de hele voorgevel worden vernieuwd. Er is zelfs over nagedacht architect Han Groenewegen een proces aan te doen wegens wanprestatie maar dat heeft men toch niet aangedurfd.

Deze Groenewegen was geen kleine jongen. Kort na de voltooiing van de Gorzenkerk vertrok hij naar Nederlands Indië. Hij is de gordel van smaragd trouw gebleven tot zijn dood in 1980. In steden als Bandung en Medan staan villa´s en scholen van zijn hand die nu in Indonesië tot de monumenten gerekend worden en prachtige voorbeelden zijn van het Nieuwe Bouwen. Als docent op architectuuropleidingen droeg hij zijn kennis van zaken en zijn visie over op jonge Indonesiërs. 

De Gorzenkerk is in- en extern een vroeg voorbeeld van het Nieuwe Bouwen, dat pas na de Tweede Wereldoorlog in Nederland dominant zou worden. De H. Hartparochie toonde moed om zó af te wijken van de heersende trends in de katholieke kerkenbouw en daardoor ver voorop te lopen. 

 Het is tekenend voor de Gorzenezen dat zij dit bijzondere gebouw meteen in hun hart sloten. Ze voelden instinctief aan dat het met zijn kracht en zijn eenvoud paste bij de mentaliteit in hun buurt. Tegelijkertijd is en blijft de kerk een landmark, dat vanaf het Marconiplein en vanuit Heijplaat al te zien is. Ze is een parel aan de kroon van het erfgoed in de Rijnmond en verdient daarom een zorgvuldige behandeling. Het probleem is dat kerken op het eerste gezicht vooral als kerken bruikbaar zijn. De fantasieloze monumentenbeschermer heeft maar al te vaak alleen oog voor de buitenkant en levert het gebouw dan over aan een projectontwikkelaar die de hele boel vol appartementjes metselt. De Gorzenkerk heeft een creatief beheerder nodig. Wie weet kan  een kapitaalkrachtig kerkgenootschap zich over het gebouw ontfermen met de nodige eerbied voor het interieur. Een ander geschikte eigenaar zou de maatschappelijke onderneming Boei zijn die in heel Nederland monumenten onder haar hoede neemt. In Schiedam bezit ze reeds de Havenkerk en het Pompstation onderaan de Rotterdamdsedijk vlak bij de gemeentegrens met Rotterdam.

Sursum Corda

Ted Konings heeft in zijn boek de nodige artikelen opgenomen uit soms heel oude nummers van het parochieblad De Gorzenklok en het roemruchte diocesane weekblad Sursum Corda dat bij alle katholieken in de bus kwam. Elke parochie in het bisdom had er zijn eigen kolommen met informatie over de eredienst en overige activiteiten. Daarnaast was het blad voornamelijk gevuld met vrome praat. Opvallend is met hoeveel eerbied er geschreven werd over de pastoors en kapelaans die de H. Hartparochie bedienden. Zij werden bij leven nog net niet heilig verklaard en mindere eigenschappen worden onder de roos gehouden. Zo schrijft men over pastoor Möller, de bouwer van de Gorzenkerk, vertederd dat zijn intellectuele preken voor het arbeidersvolk in de kerkbankjes niet te volgen waren. De toon van devotie en verering is niet aanwezig in de vele interviews die Ted Konings maakte met de getrouwe parochianen van onze dagen.

Het rijke roomse leven

Zij hebben de tijd van het rijke roomse leven net niet meegemaakt. Het Tweede Vaticaanse Concilie zette hen op een vrijzinniger spoor. Zij schetsen hun pastoors en kapelaans over het algemeen niet als aan God toegewijde herders maar als geschikte kerels. Zo wordt kapelaan Steens geprezen om zijn voortdurende pogingen  het record snel de mis lezen te breken, iets wat voor in het geloof gepokte en gemazelde katholieken zoals auteur dezes inderdaad sterk tot aanbeveling strekt. Van de legendarische pastoor Donkers – jaren zestig en zeventig in de vorige eeuw – wordt vastgesteld dat je aan zijn neus kon zien dat hij niet altijd melk dronk. Zo geeft Ted Konings het beeld van een gezellig en actief parochieleven dat echter steeds meer afkalfde door vergrijzing en de verkruimeling van  katholieke instellingen. Tot in de jaren zestig werd de pastorie naast de kerk bewoond door een pastoor en een kapelaan of twee, die hun handen vol hadden aan de eredienst, de zielzorg en het toezicht op de vele katholieke organisaties in de wijk, waarvan zij geestelijk adviseur of aalmoezenier waren. Men moet dan denken aan de Verkennerij, aan de Gidsen, aan de Graal, aan de Jozefgezellen, aan de lokale afdeling van Sint Eloy, de metaalbewerkersbond.

Het rechte spoor

Het was de HH. Geestelijken er vooral om te doen hun gelovigen zoveel mogelijk in het rechte spoor te houden. Daarvoor was niet alleen kerkbezoek nodig, het pasen houden (biechten en te communie gaan) en het leven naar de kerkelijke voorschriften maar ook het lidmaatschap van vak- en standsorganisaties, het sturen van de kinderen naar de katholieke Sint Henricusschool en het lezen van de katholieke pers. Dat dit ook in de grote tijd van het Rijke Roomse Leven niet altijd lukte blijkt uit de klacht dat rond 1960 een derde van de kerkgangers hun pasen niet hield. Nou ik erover nadenk, mijn vader en moeder deden dat ook niet, tenminste niet dat ik het weet. We gingen wel met het hele gezin netjes naar de kerk.

Met zijn boek 'Een Baken van de Gorzen' heeft Ted Konings een liefdevol beeld geschetst van een  typische stadsparochie in zijn opkomst, bloei en langzame ondergang. Daarmee levert hij een nuttige bijdrage aan de cultuur- en de religiegeschiedenis van de Rijnmond.

Ted Konings. Baken van de Gorzen. Herinneringen aan de Heilig Hart Kerk. Vormgeving en beeldbewerking: Jeannette Nieuwenhuizen.  Schiedam 2020. Ted Konings. ISBN 9789464025187. Gebonden, 240 pagina,s



Gerelateerd