Ook een historicus moet meegaan met zijn tijd!

19-05-2020 Uit Ingezonden

Gusto bouwde in de eerste oorlogsjaren aan de drijvende kraan 787; foto: Stichting Erfgoed Werf Gusto


INGEZONDEN - Dirk Allewelt stuurde afgelopen weekend een stuk in waarin hij namens de Stichting Erfgoed Werf Gusto betoogde dat het artikel over de Gusto in het Historisch Jaaroverzicht 2019 zeer storende fouten bevatte. Hans van der Sloot diende hem namens de uitgave van repliek. Allewelt neemt hieronder de gelegenheid te baat om die repliek te weerleggen.

De heer Van der Sloot doet voorkomen alsof de Stichting Erfgoed een ander woord is voor Smulders. Als hij zegt: “Natuurlijk kan ik mij voorstellen dat de Stichting Erfgoed Gusto er veel aan gelegen is om met betrekking tot de familie Smulders en het gedrag van de werf in de Tweede Wereldoorlog een gunstige voorstelling van zaken te geven.” Bij deze stelling laat de heer Van der Sloot blijken dat hij nog nooit op de twee websites van de stichting is geweest. De Stichting Erfgoed Werf Gusto heeft niets van doen met de families Smulders en Conijn. De stichting wordt financieel ondersteund door een aantal trouwe bezoekers en de jaarlijkse tekorten worden aangevuld uit het persoonlijke budget van de heer Allewelt. Van deze ‘foute’ manier om toch je gelijk te krijgen, zoals de heer Van der Sloot probeert door te suggereren dat wij een verlengstuk zijn van de oude eigenaren van Werf Gusto, distantiëren wij ons volledig. De Stichting Erfgoed Werf Gusto baseert zich alleen op objectieve argumenten gevonden tijdens haar zoektochten op internet en in archieven.

Het vonnis uitgesproken door de rechtbank in 1947 in de zaak Werf Gusto, waaraan de heer Van der Sloot zo graag refereert, is bijna 75 jaar geleden. In al die tussenliggende jaren heeft men andere inzichten en meningen geformuleerd over die rechtspraak net na het beëindigen van de oorlog. In deze verwijs ik hem graag naar het standaardwerk ‘Noodzakelijk kwaad’ van de heer J. Meihuizen* uit 2003. Ik ben ervan overtuigd dat als de heer Van der Sloot kennis neemt van de onderzoeken van J. Meihuizen over wie of wat fout was in de oorlog, er een wereld voor hem opengaat. Ik kan het van harte aanbevelen om eens wat anders te kunnen citeren en declameren dan uit krantenberichten uit 1946. Wellicht dat het ook raadzaam is het verdere werk van J. Meihuizen te lezen, zoals zijn boek over ‘Richard Fiebig’ de hoogste vertegenwoordiger van de Duitse minister van Oorlog Albert Speer hier in Nederland. Deze Fiebig was verantwoordelijk voor het in elkaar laten vloeien van de Nederlandse economie met de Duitse in 1940-1941. Daarna is het een aanrader het boek ‘Het proces Fiebig’ van zijn hand te lezen, dat een woord voor woord getrouwe weergave geeft (omdat het was opgenomen op een van de eerste bandrecorders in Nederland) van het proces tegen deze hoge Duitse functionaris. Het geeft een pikant inkijkje in de rechtspraak in die tijd, waarbij veelal de rechten van de verdachten niet gerespecteerd werden en de rechtspraak niet echt onpartijdig genoemd kon worden.

Het werpt ook een ander licht op de getuigenissen en het geheugen van getuigen zoals de heer H.G. Winkelman. Volgens de door generaal Winkelman getekende capitulatie behoorde alles wat op de helling van de scheepswerven lag en in aanbouw was tot de oorlogsbuit! Winkelman heeft niet de bijlagen gelezen van de capitulatie, want daar stond in dat "Privébedrijven gewoon moesten doorwerken".

Het koesteren van herinneringen is prima, maar het hoofdstuk van de Stichting Erfgoed Werf Gusto over WO 2 op de website gaat niet over herinneringen maar over feiten. Het verdient toch aanbeveling dat de heer Van der Sloot eens de moeite zou nemen 'neder te dalen van de berg' en het hoofdstuk te lezen op de website.

Door almaar vast te blijven houden aan krantenberichten uit 1946 en ‘je eigen mening’ verkondigen, want dat vindt de heer Van der Sloot blijkbaar belangrijker dan feiten, begrijp ik uit zijn stukje over mw. C. Nieuwendijk, bedrijf je in feite geschiedvervalsing. Dat doe je ook als je altijd maar uitgaat van negatieve aspecten in die periode 40-45 en je je niet openstelt voor positieve voorvallen. En die waren er genoeg. Om een voorbeeld te geven. Werf Gusto werkte in de periode 40-45 tegen de tachtig nieuwbouworders af, waarvan twintig voor de Staatsmijnen in Zuid-Limburg, 34 voor civiele projecten, zoals bruggen, spoorbruggen, viaducten, pontons etc. In totaal verwerkten ze 26 orders voor de Kriegsmarine/ Wehrmacht en Oberwerftstab, waarvan tien powerboten.

De gewraakte overeenkomst met voorwaarden voor de productie, waar de heer Van der Sloot constant mee loopt te zwaaien, die Werf Gusto met de Kriegsmarine ondertekende op 23 mei 1940 werd op 1 juni 1940 door de gehele Metaal in Nederland ondertekend. Met ander woorden, iedereen was fout! De metaal is niet voor het gerecht verschenen en is ook niet veroordeeld. Werf Gusto wordt al sinds 75 jaar door al bijna even oude ‘historici’ bekritiseerd omdat ze een week eerder dan de rest in zee gingen met de Duitsers. Want ook op 1 juni 1940 toen iedereen akkoord ging, was er absoluut geen sprake van dwang! Is er ook voor 1943 nooit geweest! Men wilde graag door. Iedereen wilde geld verdienen, dat is de handelsinborst van de Nederlander. Die rode lijn van handel loopt door de gehele geschiedenis van de Lage Landen. Niet alleen het inkomen van de directie van Werf Gusto was daardoor gewaarborgd, maar ook dat van haar werknemers. Om daar een scheepswerf na 75 jaar nog voor te verketteren is waanzin. De heer Van der Sloot heeft boter op zijn hoofd.

Geld verdienen in 1940, datzelfde gold voor de textielindustrie, de machinebouw, de bouwbedrijven, Schiphol, de chemische-industrie, de politie, de Hoogovens, de rechtspraak etc. De eerste drie jaar van de oorlog stegen de omzetten in geheel Nederland met dertig procent! Ik maak mij geen illusies, bij honderdvijftig jaar bevrijding zal er nog niets veranderd zijn en zullen zeker uit de hoek van de Schiedamse ‘historici’ van de Dr. K Heeringa Stichting en het daaraan verbonden Gemeentearchief Schiedam nog dezelfde geluiden komen.

*Noodzakelijk Kwaad - Joggli Meihuizen heeft voor deze diepgaande en uitputtende studie gedurende vele jaren alle relevante archieven onderzocht en heeft tientallen hoofdrolspelers geïnterviewd. In het boek worden opsporing, vervolging, berechting en zuivering besproken aan de hand van een groot aantal concrete gevallen. Dit boek is daarmee niet alleen van belang voor historisch, maar ook voor juridisch geïnteresseerden. Meihuizen is een jurist-historicus en verbonden aan het NIOD.


PS. Hieronder is de overeenkomst te vinden die Werf Gusto tekende op 23 mei 1940. Met rood de passages waarin staat dat de Kriegsmarine voor de bewapening zorgt. De afbouw gaat over twee powerboten, die bijna afgebouwd zijn. Ook kun je lezen dat rest van de in aanbouw zijnde torpedoboten wordt geannuleerd door de Duitsers. Deze boten (vijf in totaal) worden in 1942 verkocht in losse onderdelen aan de Roemeense marine.


Voor de eerdere ingezonden bijdragen zie hier voor die van Allewelt en voor die van Van der Sloot.


Bekijk de foto's



Gerelateerd