Vochtplekken leiden tot zelfonderzoek; verwondering het resultaat

17-03-2019 Uit Redactie


SCHIEDAM – In het Stedelijk Museum Schiedam is een wachtkamer ingericht. Het lijkt een beetje op de wachtruimte van een huisarts: een ruimte met veel meer warmte, maar voor de mensen, zittend op stoelen toch een beetje zoeken, onwennig. Knoop je een praatje aan met iemand die je van zien uit de straat kent, of niet?

En er is de verwachting. Hier geen zorgelijke, wel een ook ietwat gespannen, maar toch vooral tintelende, hoopvolle, nieuwsgierige verwachting. Haastige langskomers, iets minder voorbereid op zoek naar de kamer, worden door 'assistente' Petra van der Ham vriendelijk maar resoluut tegengehouden. “Je bent welkom, maar ieder op zijn of haar beurt. Daar is de wachtkamer.”

Wachten op iets bijzonders. Zo gewild dat de kijktijd wordt afgemeten. Drie minuutjes de man is het vandaag – als het de komende weken rustiger wordt kan dat oplopen. Wachten op iets dat ze de komende tijd in Rotterdam zullen missen. Wachten op 'Grey, Orange on Maroon'. Nummer acht.

Voor die haastige bezoeker gaat het vandaag dus niet lukken, de confrontatie met het werk van Mark Rothko, voortaan, ruim negen maanden lang, te zien in het Schiedamse museum. Voor mensen met geduld.

Raoul de Jong hoefde niet te wachten. Maar geduldig was hij wel, toen hij woensdag 'als eerste' een paar uur met het Schilderij doorbracht. De Jong, uit 1984, en daarmee 24 jaar jonger dan het kunstwerk, woonde vanaf zijn zesde in Schiedam, is schrijver – debuut: 'Het leven is verschrikkulluk' –, columnist en danst ook. Hij vertelde gisteren bij de opening van 'Rothko & ik' over hoe hem dat viel, 'dat cadeautje'. “Het was leuk om me te verdiepen in het werk van Rothko, een kunstenaar die met verf deed wat ik probeer te doen met woorden: mensen raken.”

Werd De Jong geraakt? Dat was wel de ambitie van beiden, de kunstenaar en een kunstkijker. “Ik was ban dat ik niets zou voelen”, vertelde De Jong gisteren, voor een flink publiek in het museum. “Niet alleen om dat ik hier iets moest vertellen over wat dat met me deed, maar ook omdat ik dingen had gelezen dat mensen soms moeten huilen bij de schilderijen van Rothko.” De Jong gaf ruiterlijk toe nog nooit gehuild te hebben bij een schilderij en ja, het werk hing in Boijmans, 'dus ik moet het een keer zijn gepasseerd en ik kan me dat niet eens herinneren.'

Toen De Jong woensdag, nagezwaaid door het museumpersoneel – 'succes, plezier, geniet!' – de kamer, de Kamer binnenliep dacht hij: “Dit lijkt precies op de vochtplekken van mijn badkamer...”

Dat wordt nogal een zelfonderzoek. “Ben ik een monster?”, zo oppervlakkig dat dit is wat er is, een vochtplek?

De Jong hield vol: “Toen ik ging zitten en keek, herinnerde ik me wat ik had gelezen over Rothko. Hoeveel hij nadacht over zijn schilderijen.”

Een volgende gedachte: “Ik zag dat het werk hard was, mannelijk. Koud.” En 'de meaning-making-machine' die onze hersenen vaak zijn, ging door: “Rothko verdween toen. Ik zag dat het schilderij een wezen was. Het zei: Hallo! Maar speelde wel 'hard-to-get'.”

De donkere plekken die eerder vochtplekken hadden geleken, ging bewegen. “Het oranje was het licht, dat scheen te schijnen vanuit een andere dimensie.” Het deed hem denken aan een vrouw met een bijna-dood-ervaring. Ze vertelde dat ze een engelenkoor had gezien, met mooie jurken en prachtige Italiaanse muziek. “Dat oranje was die muziek, uit een andere dimentie”, aldus De Jong. “Een glimp van een werkelijkheid die achter onze werkelijkheid ligt.” Ons leven zou leuker worden als we 'zouden weten dat die bestond'.

Boven het oranje hangt het donkergrijs. “Het was groter dan het oranje. Het oranje reikt uit, het donker trek terug. Maar daardoor trok het aan. Het zei: Ik ben er ook!”

Of je wilt of niet, en leuk ben ik ook niet, maar het donker 'deed me dingen voelen die ik niet wilde voelen'. “Het drukte op mijn hart en ik wilde weglopen. Ik weet of dat was door het schilderij, of omdat het schilderij een excuus was om stil te staan.” Even leek het of er een traan viel weg te pinken, toch. “Maar toen bedacht ik hoe fantastisch het zou zijn voor dit praatje en was het weg.”

Het grijs was niet verdrietig meer, zo zag De Jong. “Het was zoals de donkere wolken die ik ontdekte op mijn voettocht naar Marseille. Niet goed of slecht, maar gewoon een reden om mijn regenjack aan te trekken.” Maar ook: de mogelijkheid voor een nieuw avontuur.

De Jong 'bracht drie uur door met het schilderij'. Niet alle gedachtenkronkels kan en wil hij het publiek gisteren in de grote zaal van het museum voorschotelen. Wel de truc die hij er opdeed. “De truc om dit schilderij te laten leven: vertrouwen. Niet op Rothko, maar op jezelf.” Op de menselijkheid van ieder. Op het feit dat je als mens een doorgeefluik kunt zijn van iets dat veel groter is dan jijzelf. “Je voelt het als je het aandurft om niet te luisteren naar je ratio, je schuldgevoel, je vooroordelen, je angst. Door ruimte te maken voor het toeval.” Daarvoor terug ontvang je volgens De Jong: verwondering en verbazing. “Het leven is vol mogelijkheid om poezie te ervaren, blijkt als je daar de tijd voor neemt”

Zoals met Rothko. Die trekt dan 'aan onze snaren' via zijn schilderij. Welke tonen eruit komen is dan veel minder belangrijk dan dat de muziek klinkt, aldus de schrijver. “Drie uur hebben we dus samen doorgebracht. Daarna ben ik door Schiedam gewandeld, de stad waar ik ben opgegroeid. Ik heb kleurpotloden gekocht en heb die avond voor het eerst sinds jaren weer getekend. Rood en groen en lichtgevend oranje. Het leek het grootste cadeau dat ik Rothko kon geven.”

Grey, Orange on Maroon is in het stedelijk te bezoeken dankzij een samenwerking met Boijmans. Bezoekers wordt gevraagd hun telefoon achter te laten. De bezoektijd is meestal gemaximeerd; wie er echt voor wil gaan zitten kan vragen om een gereserveerde tijd.

Bekijk de foto's
Gerelateerd