Waar zijn de besproeide nachten van weleer?

12-01-2020 Uit Han van der Horst


COLUMN - Er wordt nog steeds geklaagd over de binnenstad maar je kunt er tegenwoordig wel goed eten. Het centrum van Schiedam telt een grote variatie van eetgelegenheden voor elke smaak en beurs. Van Indiaas tot Japans en van Cubaans tot een traditionele volksbiefstuk met gebakken aardappelen. Aan de andere kant komen de nachtuilen niet meer aan hun trekken. De meeste cafés doen al vroeg het licht uit. Vroeger ging strijk en zet om een uur ‘s nachts het licht uit en op vrijdag en zaterdag om twee uur. Nu is dat in de meeste gevallen veel vroeger, ook al heeft de gemeente de sluitingstijden verruimd.

Dit heeft te maken met een cultuuromslag. Kennelijk hebben steeds minder Schiedammers er goesting in om tot in de kleine uurtjes aan de bar te hangen. Als er na tienen nog wat te verdienen viel, dan hielden de kasteleins de zaak zeker open.

Vroeger was het anders. Dan moesten ze tegen sluitingstijd het publiek bijkans naar buiten drijven om een bekeuring van de speurende politie te voorkomen. Dat gebeurde dan met komisch bedoelde kreten als “Politie te paard” en eenmaal – zo rond 1967 – kregen wij in het Sterretje te horen: “Laatste ronde is geweest. Tieft allemaal naar een krokettent.”

Patatzaken mochten namelijk langer openblijven en die hadden over klandizie niets te klagen. Ik ging na sluitingstijd op het Broersveld nog vier porties bitterballen halen, die ik dan op weg naar huis een voor een op at.

Als ik al naar bed ging, want na sluitingstijd waren er alternatieven. Martin van Lint op de Broersvest – ik meen ongeveer daar waar je nu onbeperkt sushi kunt eten – en de Lion d’Or hadden een nachtvergunning. Je kon ook nog terecht in de Riobar op het Rubensplein, maar dat lag te veel uit mijn route. Daar kwam ik nooit.

Gemeenteraadsleden – met name die van de PvdA – plachten zich na een vermoeiende raadsvergadering te vertreden bij Martin van Lint, een eigenzinnige kroegbaas overigens, die de deur niet opendeed als om wat voor reden dan ook je kop hem niet aanstond. Hoe dan ook, de Schiedamse nachtuilen konden zeker tot vier uur in de ochtend terecht. Martin van Lint had over klandizie niet te klagen en de Lion d’Or zeker niet. Die kroeg was om de hoek naast de huidige bloemenwinkel op het Land van Belofte. Dat heette toen nog gewoon Lange Kerkstraat daar.

Uiteraard had een belangrijk gedeelte van het publiek al een slok op en het was niet onverstandig een beetje op je tellen te passen, want men was vaker wel dan niet kort aangebonden en je kon zo ruzie hebben.

Tegenwoordig is dat een ramp voor de kastelein, want het kan je zo op een tijd sluiting komen te staan. Toen viel dat wel mee. Elke maandagochtend verscheen ik als correspondent van het Schiedams Nieuwsblad op de persconferentie van de politie. Daar gaf hoofdinspecteur Van den Hengel dan een overzicht van de gebeurlijkheden in het weekend: inbraakjes, verkeersongelukken en knokpartijen in cafés. Wij schreven daar dan een stukje over en kregen vervolgens van de betrokken kastelein enorm op onze kop. Hoe durfden we te schrijven dat bij hem de hele boel kort en klein was geslagen. Er was nauwelijks schade en de hele boel was al gauw gesust. Wilden we dat zijn vaste klanten niet meer durfden komen?

Daar zat het volgende achter: cafébazen hingen in verband met de verzekeringspenningen een zeer schilderachtig verhaal op dat de politie dan trouwhartig aan ons vertegenwoordigers van de pers doorgaf. Dat zullen hun huidige collega’s nu wel uit hun hoofd laten.

Het waren mooie tijden. Dat wel. Ondanks de stalen kogel die ‘s ochtends zo vaak achter je hersenpan rond tolde. Waar zijn de besproeide nachten van weleer?


PS. Als bedaagde lezers hun eigen herinneringen willen delen op Schiedam24? Leuk!