Het plan Bairro Alto

05-07-2020 Winkelen Han van der Horst


COLUMN - Nu de Coronamaatregelen zo zijn versoepeld, wordt het duidelijker dan ooit: de Hoogstraat krijgt een duidelijk Latijns tintje. Er zijn nu al drie drink- en eetgelegenheden met een Portugees en Braziliaans karakter. Er is een tapasbar en er zijn twee Italiaanse restaurants.

Dat is een scherp contrast met vroeger. Ooit vond je op de hoek met de Zwaansteeg De Ooievaar, die onder Schiedammers van de oude stempel, vooral als ze katholiek waren, nog werd aangeduid als Leusen Engelen. Ze verkochten er niet alleen kinderwagens en andere babybenodigdheden maar ook speelgoed in de duurdere varianten. Er stond altijd wel een trapauto in de etalage, die door Sint-Nicolaas uitsluitend werd gegeven aan kinderen op de Jacob Catslaan en daar in de buurt. Jongetjes zoals ik kwamen er niet voor in aanmerking.

Ikzelf stond een paar dagen per week met mijn neus gedrukt tegen de kleine etalage op de Zwaansteeg. Daar prijkten echte stoommachientjes van uiteenlopend formaat. Ik begreep dat wij het thuis niet zo breed hadden als op de Jacob Catslaan en zette mijn zinnen op het goedkoopste: het model van zestien gulden vijftig. Die met een stoomfluit kostte twee gulden duurder en voor 36,50 had je een groter exemplaar met een kijkglas in de tank. Het waren in alle gevallen liggende keteltjes, die rustten op een metalen stookplaatsje met baksteen-look. Er hoorde ook een fabrieksschoorsteen op schaal bij. Als ik langdurig erg mijn best deed zou ik het goedkoopste model misschien krijgen. Ik was erg bang dat mijn ouders zouden kiezen voor een nepstoommachine met veer en sleutel, maar uiteindelijk kwam dan de echte. Ik mocht er alleen mee spelen in het bijzijn van mijn vader. Als je het oliespuitje niet vaak genoeg gebruikte, liep het zuigertje gegarandeerd in de cilinder vast.

Deze stoommachientjes waren van het Duitse merk Wilesco, dat mijn model nog steeds in ongewijzigde vorm levert. De prijs is vergeleken met 1958 of daaromtrent wel vertwintigvoudigd.

Wilesco heeft maar één concurrent en dat is Mamod in Engeland. Dat merk was toen in geen enkele Schiedamse speelgoedwinkel te koop, maar wel bij het roemruchte Meijer en Blessing in Rotterdam, trouwens net als de Ooievaar een katholieke zaak. Een jaar of zes, zeven na dat grote cadeau voor mij, kreeg mijn kleine broertje wel degelijk een Mamod en die – moest ik erkennen – was eigenlijk beter dan dat ding van Wilesco.

Tegenwoordig moet ik nog steeds aan stoommachines denken als ik over de Hoogstraat loop, maar die herinnering wordt snel weggedrukt door het verlangen naar verre landen, juist in deze Coronatijd. Dat komt door de Portugese en Braziliaanse sfeer, die een behoorlijke verrijking is en heel goed past bij het kunstzinnige karakter dat zichtbaar wordt dankzij Galerie 158 van Margi Geerlinks of Open Art van Joke Bakker, en de modeontwerpers in de straat. Als je verschrikkelijk je fantasie gebruikt en je ogen goed dicht houdt, voelt het een heel klein beetje aan als de wijk Lapa in Rio de Janeiro, al is het daar zo ondeugend dat burgemeester Lamers er zeker zijn boa’s op af zou sturen. Of als de Bairro Alto in Lissabon. Dat is een hooggelegen oude wijk naast het centrum vol restaurantjes en bijzondere winkeltjes die je bereikt via het kabeltrammetje van de Avenida da Liberdade. Wilt u vermageren, dan gaat u klimmen.

Hoe dan ook, die sfeer waait soms door de Hoogstraat. Dat is een belangrijk gegeven voor de nabije toekomst. Wij gaan een crisis tegemoet en de gemeentebesturen worden door het rijk ongelooflijk kort gehouden. Dit is geen tijd van grootse plannen. Daar krijg je toch geen financiering voor. Dit is een tijd om met de genade mee te werken. Uitgangspunt één: faciliteer zo veel mogelijk bestaande ontwikkelingen.

Bairro Alto betekent hoge wijk. Dat is bijna Hoogstraat. Wij zouden er met zijn allen aan moeten werken de combinatie van Latijnse en kunstzinnige sferen te versterken. Dus niet opnieuw het wiel uitvinden of de hele straat gedurende een jaar open gooien omdat je alle heil verwacht van nieuw plaveisel maar – zoals ik al vaker heb voorgesteld – die afschuwelijke lantaarnpalen vervangen door het soort straatverlichting dat nu al de Dam en de Lange Haven in een romantisch zachtgeel licht zet. Dan wil je daar flaneren, dineren en je laatste centen verteren.

Laat de Hoogstraat een soort Bairro Alto worden. Dat gaat vanzelf als de overheid maar ruimte geeft en los van de Coronamaatregelen haar neiging tot ‘mag niet’-reacties weet te bedwingen. De Hoogstraat is zo’n stoommachine van Wilesco en de overheid is het oliespuitje. Zo moet het zijn.










Gerelateerd