Mijnheer Van Roon en zijn bijbel

19-05-2019 Winkelen Han van der Horst


COLUMN - Vandaag ben ik jarig en scherp komt het besef binnen dat ik nu al vijf jaar ouder ben dan mijn vader en mijn grootvader van moederszijde ook werden. Met de rikketik is het ok, de sigaret en de drank zijn sinds lange tijd afgezworen. Het moet mogelijk zijn om magere Hein op een afstand te houden hoewel deze gast ondanks al je voorzichtigheid toch vaak genoeg op een onverwacht moment opduikt.

Ik dacht aan het Schiedam van mijn jeugd en meer in het bijzonder aan meneer Van Roon. Hij had een kleine optiek op de Hoogstraat ter hoogte van Waar dat Wiel Draait, tijdens zijn langdurig bestaan de beste ijzerzaak ter wereld. Het zal zo´n beetje tegenover de winkel zijn van die mode-ontwerpster op het hoekje van de Lange Achterweg. Nu ik erover nadenk: als café Het Weeshuis toen al had bestaan, dan gaf het terras uitzicht op Van Roons bruin geverniste etalage.

Ik zat op de lagere school en had elk jaar een sterkere bril nodig. Dat werd meestal duidelijk zo tegen april want dan kon ik niet meer lezen wat de broeder op het bord schreef. Ik moest dan naar de oogarts en er waren er twee. Schuurmans (meen ik) van het Gemeenteziekenhuis (fijne vent) en Jonker van de katholieke Noletstichting (agressieve kwal). Jonker zette je geen bril op je neus, die hij vol met glaasjes zette, zoals in de oude tijd gebeurde, maar keek in je oog met behulp van een sterke lamp. Als je niet langdurig genoeg je ogen recht op die lamp richtte, begon hij te schelden. Daarom gingen veel katholieken liever naar dokter Schuurmans van dat heidense Gemeenteziekenhuis.

Mijn ouders hadden er een bloedhekel aan als zij of hun kinderen werden afgebekt, maar het waren de jaren vijftig. Dus zij scholden niet terug. Ze zeiden achter de rug van zo´n chagrijnige arts dat hij een echte rotvent was. Gold ook voor sommige loketambtenaren van de gemeente. Als ergens een echte rotvent zat (die met zijn arrogant gedrag dan tot zijn pensioen ongestoord wegkwam) dan waarschuwden wij elkaar.

En zo ontdekten wij meneer Van Roon. Niet alleen ik brilde, mijn moeder deed dat ook, maar van alle glazen die de oogartsen haar voorschreven kreeg ze hoofdpijn. Ook zag ze er niet goed mee.

Meneer Van Roon zag er uit als een wonderrabbi. Hij droeg een vierkante grijze baard in een tijd dat dit bepaald geen gewoonte was. In zijn donkere winkel hing de sfeer van magie en wijsheid.

Dat niet alleen: het kernstuk in zijn etalage was een grote opengeslagen bijbel. Meneer Van Roon had altijd een prachtig vergrootglas liggen bovenop een passage die hij op dat moment voor de passanten op de Hoogstraat belangrijk achtte. Toch werd hij nooit in de kerk gezien. ¨Hij heeft zijn eigen geloofje¨, zei mijn moeder.

Als ik het mij goed herinner was meneer Van Roon ook geen man van het ene glaasje na het andere op je neus. Maar dat kan fout zitten. Hij voerde je in een donkere kamer waar hij in je oog keek zonder ongeduldig en chagrijnig te worden. Hij was een zeer vreedzame man. Hij stelde vast dat mijn moeder astigmatische ogen had. Daarvoor was een bril nodig die meneer Van Roon niet zonder doktersvoorschrift mocht bestellen. Dan ging hij zijn boekje als opticien te buiten, zei hij. Mijnheer Van Roon deed het toch. Hij riskeerde – dacht ik als kind – zijn vrijheid en bestelde astigmatische glazen waar mijn moeder veel plezier van had. Ik stelde mij voor hoe hij in een boevenwagen werd weggevoerd OMDAT hij mijn moeder uit naastenliefde geholpen had. Dan werd mijnheer Van Roon een martelaar.

Nooit sprak hij met ons over zijn bijbel en over zijn geloof. Hij moet iemand zijn geweest die veel van zijn vrije tijd gebruikte om de heilige schrift onderzoekend te lezen zodat hij er zijn eigen conclusies uit kon trekken.

Over hem is weinig te vinden. Hij treedt voor het eerst uit de coulissen van de geschiedenis naar voren in 1924. Hij heette blijkbaar P.L. van Roon. Het bedrijf heette op dat moment Van Roon & Co en er was ook een vestiging op de Westhavenkade in Vlaardingen. Je komt in die tijd gereformeerde dominees en ouderlingen tegen met de naam Van Roon.

En in 1973 is nog bij meneer P.L. van Roon op de Hoogstraat ingebroken. Er verdwenen voor tweehonderdvijftig gulden aan vergrootglazen, barometers en thermometers want die verkocht hij ook.

En daar komt hij tevoorschijn in mijn herinneringen. Meneer Van Roon. Met zijn bijbel en zijn voortreffelijke vakmanschap. Een vertederend man en een Schiedammer die het niet verdient om zo vergeten te zijn.

Gerelateerd