Over consumptie-ijs

07-10-2018 Winkelen Han van der Horst

Foto: facebook

COLUMN - Iedereen weet het al: Vlugijs aan de Hoofdstraat tegenover de Noletmolen gaat definitief dicht. Daarmee verliezen de wandelaars van en naar het Hooft een traditionele pleisterplaats. Eigenaar Rob Oosthof en zijn echtgenote beginnen aan een nieuwe levensfase, die de oude Romeinen otium cum dignitate noemden, vrije tijd met waardigheid. Zij gunden die aan iedereen die zijn best had gedaan in het leven (behalve de slaven natuurlijk, die hadden geen waardigheid).

Rob Oosthof is een typische middenstander. Hij begon als een soort leerling in de zaak, werkte zich op tot rechterhand en kon tenslotte de oude en gerenommeerde ijszaak kopen. Daarna volgde een lang en zeer werkzaam leven. Zijn echtgenote werkte even hard mee. Middenstanders van de oude stempel weten niet alleen van aanpakken, zij zijn ook eigenzinnig. Dat merkte bijvoorbeeld de VVD, die Rob in de gemeenteraad van Schiedam bracht. Hij heeft altijd moeite gehad met fractiediscipline. Een echte middenstander kan alleen leven met de plichten en de opdrachten die hij zichzelf oplegt.

Maar daar gaat het vandaag niet over, vandaag gaat het over ijs, dat hoogtepunt van genot in elk kinderleven. Ik heb nog meegemaakt dat er ijsjes van vijf bestonden. Dat was in de jaren vijftig wel een heel erg miniem bolletje en toen ik een jaar of tien was moest je voor een ijsje minimaal een dubbeltje betalen. Een paar keer per week kwam de motorcarrier van de Jamin voorrijden en dan holden we massaal naar onze moeders met de kreet: ¨Mama, alle kinderen krijgen een ijsje.¨ Niet dat het veel uithaalde want verwennen was in die tijd nog uit den boze.

Een enkele keer streek mijn moeder de hand over het hart en met een dubbeltje in mijn knuistje holde ik naar de Jamin-man. Ik had nu twee keuzen: een ijsje op een stokje met chocolade of een zogenaamde dubbeldik. Alleen maar vanilleijs, maar wel twee keer zoveel in vetvrij papier ingepakt. Ik kocht altijd de dubbeldik die ik dan thuis met hele kleine hapjes opat, de dubbeldik op een schoteltje gelegen, ik met een theelepeltje.

Feestelijker was het schepijs in een hoorn of een kuipje. Wij woonden in Nieuwland. Dus op de Hoogstraat kwamen wij niet veel. Bij La Venezia op de Passage kreeg je een hoorntje met één bol voor tien cent, slagroom erop vijftien cent. Maar voor datzelfde geld was er ook een veel grotere bol ijs in een kuipje. Beneden aan de trap van de Passage was op het Broersveld trouwens nog een ijsboer, die de IJsberg heette of de IJsbeer, dat weet ik niet meer. Daar hadden ze alleen wit ijs.

En dan was er natuurlijk die man met zijn ene arm bij de ingang van het Sterrebos op zondag. Hij verkocht RMI-ijs, als plak, aan een stokje en in een kartonnen kuipje. Vijftien cent. Ik vond het kuipje heel mooi. Je moest het dekseltje open doen en dan kwam het witte smeuïge ijs tevoorschijn.

Daar moet ik aandenken, nu Rob Oosthof van zijn pensioen gaat genieten.

Gerelateerd
Reacties
Bedrijven Alle bedrijven »



Vacatures Alle vacatures »
Altijd Up-to-date