Smal gebouw op de Lange Haven

02-02-2020 Wonen Han van der Horst


COLUMN - Het Jeneverlogies staat te koop. Dat is een bed and breakfast aan de Lange Haven op het stukje tussen de Appelmarkt en het Jenevermuseum. De gasten slapen er in een van Schiedams smalste panden. Ik heb er heel wat schreden liggen, maar die zijn inmiddels – constateer ik tot mijn schrik – meer dan zestig jaar oud.

Het laatje in mijn hersens, waar ik het Jeneverlogies bewaar, heet ondanks alles nog steeds Bitter. In het pand bevond zich de zeer gerenommeerde viswinkel Bitter. Als mijn opa schol of schelvis beliefde, moest die door mijn moeder en mijn oma dáár gehaald worden en nergens anders. Opa zwoer bij Bitter en aan Fillekes op de Hoogstraat gingen wij altijd zwijgend voorbij.

Ik voelde me nooit zo op mijn gemak, als we in de lange zeer smalle winkel stonden, want ik wist wat er te gebeuren stond als de aankopen waren ingepakt. Dan richtte de mevrouw achter de toonbank haar blik op mij en zei hartelijk: ¨Jij belieft zeker wel een stukkie vis?” Kinderen kregen bij Bitter altijd een stukje vis. Het zal meestal wel kibbeling geweest zijn.

Ik was bang van vis. Ik lustte geen vis. Mijn ouders waren er geen liefhebber van. Bovendien had ik opgevangen dat er in vis graten zaten. Als die in je keel staken, dan zou je onherroepelijk stikken. Het was gevaarlijk eten. Ik wilde geen vis.

Ik durfde niets te zeggen. Ik kromp ineen en schudde wild van nee. Een stukje worst bij de slager, ik verlangde er net zo naar als een handje kersen bij de groenteboer. Maar vis nooit. Dat kon me mijn leven kosten.

Ze zullen me bij Bitter wel een vreemd jongetje gevonden hebben, een beetje achterlijk misschien. Het waren schrale tijden en een plakje worst of een stukje vis waren voor kinderen echt een traktatie, tenminste als ze uit een gewoon arbeidersmilieu kwamen zoals ik.

Ik was in mijn jeugd vrij schrikachtig, wat tot een BLO-advies leidde, dat mijn moeder de hemel zij dank totaal en nadrukkelijk heeft genegeerd, waar moed voor nodig was in die jaren van gehoorzaamheid.

Opa liet zich zijn schol en zijn schelvis goed smaken. Pas later heb ik geleerd hoe je daarvan kunt genieten, maar de winkel van Bitter was toen al lang opgedoekt. Er heeft nog een tijd een mooie galerie in het pand gezeten, die werd gedreven door Ans van den Brand. Zij verdiende haar brood in het toenmalige Gemeenteziekenhuis, waar zij bij wijze van hobby zeer gewaardeerde exposities van beeldende kunst organiseerde.

Ze noemde haar galerie ´t Koetshuys´. Daarmee werd voor iedereen duidelijk waarom het pand zo smalletjes was. Het werd gebouwd als stalling voor koetsen.

Koetshuis, viswinkel, galerie, bed and breakfast, een mooie loopbaan voor een bijzonder gebouw. Ik weet zeker dat zich enthousiaste ondernemende mensen zullen melden om het Jeneverlogies met verve voort te zetten. En besef: zowel Bitter als An van den Brand en de huidige exploitanten Alwine van Winsen en Rob van der Gaag gaan voor kwaliteit.