Toekomstvisie: koe in wei, geen nieuwe infrastructuur

06-12-2020 Wonen Redactie


SCHIEDAM - "De koe in de wei moet blijven.¨ Dat stelt de Midden-Delfland Vereniging in een toekomstvisie voor het jaar 2040. De vereniging wil met boeren blijven werken aan aandacht voor de natuur, met de circulariteit van de veehouderij als uitgangspunt.

"Duurzame landbouw en biologische productie hebben onze grote instemming", aldus de vereniging. "De recreanten hebben we nodig, voor de directe inkomsten en hun goodwill om het gebied in stand te kunnen houden", aldus voorzitter Koos Karssen.

Doel en missie van de Midden-Delfland Vereniging is het behoud en de toekomstbestendige versterking van het landschap van Midden-Delfland. "Nieuwe of zwaardere infrastructuur is uit den boze: niet nog meer wegen. Geen windmolens en zonneparken: verdere aantasting van het landschap als gevolg van energietransitie is ontoelaatbaar. Daar waar in een weids landschap relatief kleine windturbines en mooi ingepaste kleine zonnevelden mogelijk nog acceptabel zijn, zijn ze dat in een qua omvang beperkt en
kleinschalig landschap als Midden-Delfland niet."

Twintig jaar vooruit kijkt de vereniging met de gepresenteerde toekomstvisie. "De visie geeft precies aan waarvoor wij ons de komende jaren willen inzetten en zonodig voor willen strijden"’, aldus Karssen. "De visie moet ons helpen adequaat op te treden tegen bedreigingen. We realiseren ons wel dat we niet spreken over een museaal landschap maar een gebied waar mensen wonen, waar veehouders een bestaan hebben, waar de recreatie van belang is en vele omwonenden graag van komen genieten. Maar het is ook een belangrijk weidevogelgebied." 

De toekomstvisie is de uitkomst van intensieve gesprekken met leden en deskundigen rondom de thema’s verstedelijking, landbouw, natuur, bereikbaarheid en recreatie, aldus de vereniging. "Allerlei ontwikkelingen in het gebied, van woningbouwplannen, bodemdaling, energietransitie tot verkeersmobiliteit, vragen om een goed onderbouwde visie. Een kompas om de komende jaren op te varen."

Vrijwilligers van de werkgroep Ruimte, met name Henk Boogaard, Hans Groeneveld en Leo Pols, hadden hierbij het voortouw. Zij organiseerden ook een discussiebijeenkomst en een online ledenenquête. Op de door Corona uitgestelde jaarvergadering gingen de leden na een levendige discussie akkoord met de conceptvisie.

Een opvallende ontwikkeling die de vereniging In Midden-Delfland signaleert is de bodemdaling. "Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de oxidatie van het in de bodem aanwezige veen. Omdat er hier in de bodem tussen het veen ook veel klei zit, gaat de daling minder hard dan op enkele andere plekken in Nederland waar de bodem vrijwel alleen uit veen bestaat, zoals in de Zuidplaspolder (ten oosten van de Rotte)."  Door de bodemdaling moet het grondwaterpeil worden verlaagd, om vooral de weilanden
begaanbaar te houden. Daardoor oxideert weer meer veen en blijft de bodemdaling doorgaan. "Dit heeft gevolgen voor de natuur en de biodiversiteit. Bij het oxideren van het veen komt ook veel kooldioxide vrij." In combinatie met de stijging van de zeespiegel en het veranderende klimaat zal de bodemdaling het waterbeheer in Midden-Delfland steeds complexer maken, zo verwacht de vereniging. Op lange termijn kan de bodemdaling ook gevolgen hebben voor de veeteelt.

In Midden-Delfland zijn ongeveer 250 erven en zestig actieve boeren. "Dit laat zien hoe multifunctioneel het landelijk gebied feitelijk is: het merendeel van de erven bestaat (naast de woonfunctie) uit niet-agrarische bedrijven, waaronder maakindustrie, horeca, recreatie, maneges en ateliers." Ook op de erven waarop het boerenbedrijf wordt uitgeoefend, worden meer dan eens nevenactiviteiten ontwikkeld, zoals (ouderen)zorg, kindercrèche en horeca, zo signaleert de vereniging. "De erven zijn beeldbepalend in het open landschap."Die erven veranderen wel van aanzien en schaal door (ver)bouwactiviteiten als gevolg van functieverandering en schaalvergroting in de veehouderij. "Dit kan ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap."

Het afdwingen van een goede ruimtelijke kwaliteit bij aanpassing op het erf is volgens de vereniging moeilijk. "Op andere plekken in Nederland heeft dat al geleid tot zogenoemde verspreide of ‘dunne’ bedrijventerreinen. De (van oorsprong) boerenerven zijn een kernwaarde van het Midden-Delflandgebied. Het zou daarom goed zijn als een ‘ervenvisie’ onderdeel zou worden van het Bijzonder Provinciaal Landschap." Elementen daarvan kunnen welstandrichtlijnen en subsidies voor erfbeplanting zijn. "Bij de erven gaat het om betrekkelijk matige eisen: schaal van de gebouwen, architectonische richtlijnen en beplantingsvoorschriften. Een stimuleringsbudget kan helpen om de ontwikkelingen op de erven in goede banen te leiden."

De grootste ergernis voor de bewoners én de recreanten in Midden-Delfland is het sluipverkeer, zo constateert de vereniging. "Het gaat – ondanks de A13 en de A4 – om noord-zuid (en vice versa) gerichte verkeersbewegingen. Er dient snel een (digitaal) reguleringssystem te komen dat dit sluipverkeer tegenhoudt, zonder al te grote nadelen voor bewoners en bezoekers." Hier ziet de vereniging een belangrijke taak voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. "De onderlinge relatie tussen verschillende soorten weggebruikers is een andere zaak die aandacht behoeft. Vooral de verschillen in snelheid leveren potentieel gevaar en daarmee ergernis op."

De vereniging dringt erop aan dat de betrokken gemeenten voor hun ‘stukje’ van het gebied deze toekomstvisie als leidraad benutten voor hun ruimtelijke en beheerplannen en die plannen ook onderling afstemmen.

De gebiedsvisie, voorzien van foto’s en kaartjes, is online te lezen via I: www.middendelflandvereniging. nl.


Gerelateerd