Categorieën

Service

Eén druppel genoeg voor een gemaal

Eén druppel genoeg voor een gemaal
Wonen

Eén druppel genoeg voor een gemaal

  • Redactie
  • 11-10-2016
  • Wonen
Eén druppel genoeg voor een gemaal

Sprookjesachtig, het gemaal Essenburgsingel, pal bij de Mevlanemoskee: foto: Royal Hashkoning DHV

SCHIEDAM – Een opvallende nieuwe verschijning even buiten de stadsgrenzen, is het nieuwe gemaal in Rotterdam-West. Een enorme druppel lijkt het, helblauw. Eerder in de Efteling te verwachten, dan in hectisch Rotterdam.

Bij de Mevlanamoskee op de kop van de Essenburgsingel verscheen een installatie voor de waterhuishouding dat dezelfde naam draagt als de singel waaraan het ligt.

Het is gebouwd in opdracht van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Dit nieuwe pompstation, inclusief een nieuwe stuw, vervangt het tijdelijke gemaal aan de Stadhoudersweg. De oorsponkelijke installatie moest plaatsmaken voor de aanleg van de Hogesnelheidslijn (HSL). Het gemaal moet het watersysteem van Rotterdam-Noord en Delfshaven duurzamer, robuuster en beter bestand maken tegen extreme weersomstandigheden.

Architect Mari Baauw van Royal Haskoning DHV, was zich zeer bewust van de stedelijke omgeving waarin hij bouwde: het gemaal ligt ook aan de Abraham van Stolkweg, met behalve de moskee ook in de nabijheid een huis voor ouderen (Huize Muffi Tempi), de Van Nellefabriek en het Schiekadeontwerp van landschapsarchitect Adriaan Geuze.

Het gemaal is gesitueerd in het talud van de Essenburgsingel, met het uitstroomwerk aan de Schie(kade). Een ingewikkelde plek om te werken, met zowel bovengrondse als ondergrondse infrastructuur en de intensief gebruikte ruimte om het gemaal, aldus de architect. Dat vroeg volgens hem om 'een zorgvuldige aanpak, zowel technisch, in de uitvoering als ook de ruimtelijk architectonische uitwerking'.

Die aanpak bracht Baauw ook tot bij omwonenden en diverse organisaties uit de buurt. “Het plan om juist op deze plek een gemaal te bouwen, riep bij de omwonenden en andere belanghebbenden veel vragen op.” Die vragen – en kritiek – hielpen hem om in een slag met verschillende rondes, met verbeteringen en aanpassingen, te komen tot een ontwerp met een groot draagvlak. “Duidelijk werd dat een compact ontwerp gewenst was en dat bijvoorbeeld een (standaard) poldergemaal met een bovenloop krooshekreiniger en een hekwerk er omheen, geen passende oplossing zou zijn.”

Om de zo gewenste compactheid te krijgen, koos Baauw voor één pomp, in plaats van twee, en voor een ander type reiniger om het drijfvuil uit het water te verwijderen. “Het streven naar een compacte oplossing heeft geleid tot integratie van gebouw en afschermende hekken in één vorm, een druppelvorm.”

De 'huid' van de druppel is van gecoat staal. De wanden, wangen met verticale sleuven, bieden zicht op de techniek van de reiniger. Eén van de wanden is te openen zodat de opvangbak voor vuil naast de kroosrekreiniger geleegd kan worden. De ingang tot het gemaal, aan de andere zijde, is als scheepsdeur uitgevoerd.

Om verkeershinder in het drukbebouwde gebied te voorkomen werd een persleiding van honderddertig meter gebruikt. Met het gebruik van zogenaamde doorgroeistenen wist Baauw te bereiken dat het gemaal 'in het groen' ligt. De uitstroomconstructie is gelijkvormig in vormgeving, afwerking en kleur als het gemaal uitgevoerd. “Op deze manier is het tracé van gemaal naar uitstroomconstructie leesbaar in de omgeving.”

Aan de bouw van het gemaal is ongeveer een jaar gewerkt, waaronder een half jaar echte bouwtijd door aannemer Oomen.